Het betere plan voor wonen in Rotterdam

Categorie: Algemeen Pagina 1 van 6

Het gezicht van de Tweebosbuurt is niet meer

“Mevrouw Pelger moest plaatsmaken voor sociale stijgers. Wat de beleidsmakers niet weten is dat zij al bovenaan die sociale ladder stond.”

Foto Joke Schot © 2020

Mustapha Eaisaouiyen, medeoprichter van Recht op de stad en oud-bewoner van de gesloopte Tweebosbuurt, schreef voor Vers Beton een persoonlijk in memoriam over Grarda Pelger, die op 28 oktober overleed. Voor velen is zij de moeder en het boegbeeld van de buurt waar ze haar hele leven woonde.

Ze is het bekendste gezicht van – inmiddels – Nederlands bekendste volksbuurt de Tweebosbuurt. Mevrouw Pelger heeft de buurt waar ze bijna haar hele leven woonde nationaal en internationaal op de kaart gezet. En niet alleen de Tweebosbuurt, maar ook andere volksbuurten in heel Nederland kregen een gezicht dankzij haar lieve stem en eindeloze vriendelijkheid. Het is ook haar stem die door de Rotterdamse Rekenkamer en tot aan de Verenigde Naties toe gehoord werd. Mevrouw Pelger was voor velen de moeder van de Tweebosbuurt. Voor haar hadden mensen niets anders dan ontzag. Zij kon ieder met haar glimlach en houding direct ontwapenen.

Klik hier voor de volledige tekst (daarna op het kruisje klikken zodat de tekst volledig zichtbaar wordt)

Lees ook “Willen jullie koffie?” – Grarda Pelger 1939-2022

“Willen jullie koffie?” – Grarda Pelger 1939-2022

Op zondag 28 augustus ga ik om vijf uur namiddag samen met Joke kijken naar een openluchtvoorstelling in de Rotterdamse Munt, waar ‘De Recreanten’ wordt opgevoerd door John Buisman en Helmert Woudenberg. Een tragikomedie over verdringing, vriendschap en gemeenschapszin in Recreatieoord Hoek van Holland, vandaag gespeeld in de blakende zon. We drinken een kopje gemberthee als mijn mobiele telefoon overgaat. “U spreekt met de alarmcentrale. Mevrouw Pelger is gevallen en kan niet meer overeind komen. Wilt u met spoed naar haar toe gaan. Neem alstublieft contact op met 112 als de situatie daar aanleiding toe geeft.”

Foto Roland Huguenin

Gelukkig zijn we niet ver weg. Op de fiets racen we naar de woning van Grarda, waar we tien minuten later hijgend op de vierde etage arriveren. Adrenaline en een beklemd gevoel vormen een mix die mijn gemoed op een ongekende manier beheerst. We gaan naar binnen en roepen “Grarda?”, wat wordt beantwoord met gesmoord gekerm. Vervlochten met haar rollator ligt ze half in het toilet, half in de gang. “O dear, hoe gaan we dit aanpakken” stamel ik.
Grarda is bij kennis en geeft aan dat ze verrekt van de pijn. De vraag of ze kwetsuren heeft is niet aan de orde, want ze wil zo snel mogelijk rechtop. Gelukkig lukt het redelijk vlot om Grarda uit haar benarde positie te bevrijden. Terwijl ik haar stevig vasthoud, fatsoeneert Joke haar kleding. Voorzichtig laten we Grarda in de rolstoel zakken. In de woonkamer hevelen we haar over in haar fauteuil.
Trillend zit ze na te hijgen. “Ik kon me eige niet meer houwe” zegt ze. Alle drie van de ergste schrik bekomen, stellen we ‘onder voorbehoud’ vast dat ze niets heeft gebroken, maar wel een pijnlijke arm heeft opgelopen. Dat bevreemdt ons niet, nadat we samen haar sterk vermagerde ledematen hebben geïnspecteerd.

We zetten thee en komen op adem. Gelukkig ontspant Grarda zich weer een beetje. Na een tijdje wil ze haar warme maaltijd gaan nuttigen. Die heeft Joop, haar zoon, daags tevoren al voor haar klaargemaakt, dus is het een kwestie van opwarmen. Haar eetlust is niet groot. Als nagerecht neemt ze roomvla, waarmee ze ook gelijk haar medicijnen kan innemen.
“Willen jullie geen koffie?” vraagt ze aan ons.

Hoe nu verder? Al vele maanden heeft Grarda een zwakke gezondheid en is ze hulpbehoevend, maar er is geen indicatie voor intensieve zorg. Achteraf beredeneerd, hadden we buurtzorg moeten bellen, maar op dit moment besluiten we om zelf de handen uit de mouwen te steken. Wat volgt is een precair ritueel. We helpen bij alle handelingen die nodig zijn om Grarda te prepareren voor de nacht en in bed te kunnen stoppen. Geduldig volgen we al haar regieaanwijzingen. Als ze eenmaal ligt, kijk ik naar haar bleke, uitgeputte gezicht. Matte, uitdrukkingsloze ogen staren mij aan. Ik beeld me in dat ze de ochtend niet meer haalt.
“Gaan jullie maar en bedankt” zegt ze moeizaam. We geven haar een nachtzoen en overbezorgd verlaten we om kwart over negen het huis.

Grarda heeft ons nadrukkelijk op het hart gedrukt om deze gebeurtenis niet met Joop te delen. Uiteraard is dat wel het eerste wat we doen, zodra we thuis zijn. We hebben hem nog nooit ontmoet, maar in de maanden die volgen zullen we bijna dagelijks contact met hem hebben. Hij vertelt ons: “Die moeder van mij is verschrikkelijk eigenwijs en hulp kun je heel moeilijk aan haar slijten. Dat ze nu in zo’n lastige positie verkeert, is mede het gevolg van haar eigen keuzes.“

Wij kennen Grarda van diverse ontmoetingen bij haar thuis, sinds we haar begin 2019 leerden kennen. Regelmatig dronken we koffie bij haar en spraken dan over de verwikkelingen in de Tweebosbuurt en gebeurtenissen in onze persoonlijke levens. We weten veel van haar, maar hebben nog niet al haar karaktereigenschappen kunnen doorgronden.

Enkele dagen voor haar val, die zeker niet de eerste en ook niet de laatste zal zijn, krijgen we van Tweeboster An Rook het verzoek om haar tijdelijk te vervangen als contactpersoon voor noodgevallen en de bereidheid om Grarda dan te gaan helpen. An gaat samen met haar man Wim Lewis twee weken op vakantie. Doordat Wim in Frankrijk in het ziekenhuis beland zullen ze zes weken wegblijven.

Foto Roland Huguenin

Wat volgt is een periode van intensieve zorg waar Joke en ik nauw in betrokken zullen zijn. Onverwacht zijn we mantelzorgers van Grarda geworden.
Het regelen van passende professionele zorg is de eerste grote hindernis en het zal nog zo’n 10 dagen duren voordat die is ingeregeld. Zodoende volgen er nog verschillende dagen waarop we zelf moeten overgaan tot het verlenen van ‘professionele’ zorg. Zodra dag- en nachtzorg is geregeld en er permanent een zorgverlener aanwezig is, verandert onze rol in  zo mogelijk dagelijks gezelschap houden, helpen, praten, wandelen, samen verse patat van de mart op het Afrikaanderplein eten en televisie kijken.
Daarnaast ondersteunen we logistieke planning en denken we mee over het inzetten van euthanasie. Dat doen we samen met een groep vertrouwelingen die Grarda dragen in haar laatste levensdagen. We maken kennis met verpleegkundige Meryth en haar hond Sis, een Hongaarse Puli, waar we vriendschap mee sluiten en veel lol mee beleven. Op de dag dat er een ziekenhuisbed is geplaatst, brengt Meryth Grarda naar bed. Wij wachten nog even in de woonkamer tot we haar een nachtzoen kunnen geven. We horen Grarda zeggen: “ga ik in de kist?“ en plotseling is er hilariteit.
Het bed is voorzien van zijpanelen die zijn bekleed met stroken zacht foamdoek. Zodra Grarda in bed ligt, lijkt het of ze is opgebaard. Alles om haar heen is wit. De eerste aanblik is onaangenaam, maar dan moeten we allemaal heel hard lachen om haar galgenhumor. Sis blaft opgewonden mee en springt op het bed om te knuffelen met Grarda.

Voordat de nachtzorg is geïndiceerd, heeft Grarda wel al een postoel gekregen. In de eerste nacht die daar op volgt, worden we om 02:15 door haar opgebeld. “Ik kan niet meer uit die rotstoel komen.” Opnieuw snellen we naar de Riebeekstraat. Verstijfd en verkleumd zit ze al anderhalf uur op de stoel. Haar blote armen doen pijn van de harde leuningen. “Ik wou jullie niet storen.” Die ‘rotstoel’ is niet met haar getest.
De ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Op woensdag 7 september wordt tot ons aller grote opluchting per direct dag- en nachtzorg geïndiceerd, maar die ‘luxe’ mag niet lang duren. Grarda knapt namelijk enorm op als haar onzekerheden wegvallen en ze zich permanent veilig waant. Vijf dagen later is haar toestand te stabiel en wordt de zorg teruggeschroefd naar 12 uur nachtzorg. Grarda is in paniek en wij eigenlijk ook wel. Samen met Joop bespreken we de mogelijke opties. Het wordt Grarda allemaal te veel en ze barst in tranen uit. “Ik wil dood, geef me rust, en anders stop ik wel met eten!” roept ze.
Op dat moment staat ze op de wachtlijst voor euthanasie, maar moet het actieve traject nog worden opgestart. Alle stappen, haken en ogen in dat traject laat ik hier buiten beschouwing, maar kortgezegd was het onvoorspelbaar tot uiteindelijk de juiste route werd gevonden. Door de inventieve inzet van velen wordt voorkomen dat Grarda moest worden opgenomen in een hospice en kan ze haar leven op de voor haar meest bevredigende manier voltooien in haar nieuwe woning in de Riebeekstraat – die haar geen geluk heeft gebracht.

Maandag 24 oktober wordt een enerverende dag. Voor ons allemaal en in het bijzonder voor Grarda een onverwacht forse tegenslag, wanneer ze opnieuw ten valt komt in de badkamer.
Grarda heeft een sterke wil en laat zich door bijna niets of niemand weerhouden. De houten linnenkast in haar slaapkamer staat wijd open en op haar bed liggen grote stapels bondgekleurde handdoeken die ze heeft klaargelegd voor de drie Marokkaanse zusjes die vanaf hun geboorte naast haar woonden op de Hilledijk. Kinderen uit een laaggeletterd migrantenmilieu, inmiddels studerend aan mbo en hbo, die ze hielp opvoeden en jarenlang begeleidde bij taal en huiswerk. Terwijl Grarda de handdoeken sorteert, begint de wasmachine in de badkamer te piepen. Die had ze ook nog even aangezet om wat wasgoed weg te werken en nu het programma is beëindigd wil ze die ook weer gaan uitzetten. Een handeling met fatale gevolgen.
Opnieuw worden wij gebeld door de alarmcentrale. Ze ligt half onder de wastafel in de badkamer. We hijsen haar op, laten haar in de rolstoel zakken en brengen haar naar de sta-op-stoel. Alles doet pijn. We zien een dikke bult op haar linker bovenarm – waarvan later wordt vastgesteld dat die is gebroken – en ze heeft pijnlijke ribben.

Gelukkig is de buurtzorg snel ter plaatse en worden er direct zware pijnstillers ingezet. Grarda krijgt het advies om even in bed te gaan liggen zodat ze zich beter kan ontspannen. Ze is echter vlot bij haar positieven en begint weer honderd uit te praten. “Jullie willen toch wel koffie?” vraagt ze.
Ellen Verkoelen, voorvrouw van 50PLUS, komt op bezoek en brengt twee heerlijke taarten van Dudok mee. “Dat is goed voor de moraal” zegt ze. Wat later op de middag komen de Marokkaanse zusjes, die het huis weer zullen verlaten met tassen vol badtextiel.
’s Avonds komt An Rook langs om koffie met ons te drinken. Wat later schuift ook Meryth aan en Sis springt vrolijk om ons heen.

Grarda moet worden voorbereid op de nacht. Meryth heeft mijn hulp nodig om haar te kunnen verplaatsen naar de badkamer en de wc. Decorum bestaat op dat moment even niet meer. Ze kan niet meer zelfstandig met een rollator lopen, dus bungelt ze tussen ons in. Sis loopt ons voor de voeten, maar Grarda vindt het prachtig.

Als Grarda weer in bed ligt, breekt het uur van de waarheid aan. We zullen voorgoed afscheid van haar moeten gaan nemen, omdat we de volgende ochtend om 06:00 naar Schiphol vertrekken voor twee weken vakantie. Het afscheid mag geen drama worden. Grarda doet een voorzet door ons een fijne tijd en een goede reis te wensen. Mijn keel wordt even dicht geknepen, maar ik herneem me en wens ook Grarda een fijne reis, zonder zorgen. Ze bedankt ons nogmaals, zoals ze dat bijna dagelijks heeft gedaan. We verzekeren haar dat we het graag hebben gedaan en dat we ondanks alles een waardevolle tijd met haar hebben beleefd.
Daarna verlaten we haar slaapkamer. We kijken om, glimlachen, zwaaien en zeggen nogmaals gedag, en nog eens. In de gang trekken we onze jassen aan en roepen nog eens “dag Grarda”. Dan trekken we deur achter ons dicht.

Twee lange maanden zaten we in een roller coaster en waren voortdurend betrokken bij alle lief en leed van een hartelijke vrouw die in korte tijd onze liefste vriendin is geworden. We gaan Grarda enorm missen.

Op dit moment weten we nog niet wanneer de euthanasie wordt uitgevoerd. De familie houdt ons goed op de hoogte. Vier dagen later sterft ze. Een week later kunnen we de uitvaart online volgen vanuit Montenegro.

Er zijn momenten waarop je leven in onverwachte stroomversnellingen wordt meegevoerd. Op persoonlijke schaal kunnen die gebeurtenissen zeer ingrijpend zijn, terwijl de buitenwereld rustig voortkabbelt. Nu ik mijn belevenissen van de afgelopen maanden zo’n beetje heb beschreven, doe ik dat in het besef dat Grarda Pelger binnenkort voorgoed zal verdwijnen uit het collectieve geheugen. Alleen een select groepje familieleden, vrienden en getrouwen blijft ze bij. Of toch niet?
Grarda had een rijk leven, ook al beseffen wij inmiddels dat ze flink heeft moeten knokken om haar eigen bestaan in goede banen te leiden. Onrecht was niet aan haar besteed, dus bleef ze tot aan haar laatste snik strijden voor gerechtigheid en zelfbeschikkingsecht.

Foto Joke Schot

Over de Tweebosbuurt zijn inmiddels talloze artikelen geschreven en vele televisie- en radio-items gemaakt. Heel Nederland kon kijken naar de met veel toewijding gemaakte documentaire ‘De Opstandelingen’ van BNN-VARA. Tientallen journalisten hebben aangekaart dat de gemeente Rotterdam, burgemeester Ahmed Aboutaleb, woningcorporatie Vestia, het NPRZ en projectontwikkelaars zich hebben rijk gerekend ten koste van kwetsbare medeburgers. Allen maakten zich hard voor het oogsten van gezond verstand en het behouden van deze volksbuurt, omdat elk weldenkend mens zou kunnen begrijpen dat je eigenlijk nooit goede huizen zou moeten slopen, zeker niet ten tijde van een overweldigende wooncrisis.
Diverse rechters, inclusief de Raad van State, hebben zich meermaals gebogen over de casus Tweebosbuurt en het grote persoonlijke leed dat daar achter schuilt. Zelfs de Verenigde Naties hebben zich in zeer duidelijke bewoordingen uitgesproken over uitsluitende en discriminerende effecten van het Rotterdamse woonbeleid. Onlangs heeft de Rotterdamse Rekenkamer de Woonvisie gehekeld en vorige week liet ook de Raad van State weten dat het bestemmingsplan van een deel van de Tweebosbuurt is vernietigd.

Gedane zaken nemen geen keer. Haar buurt is uitgedoofd en ontzield en ook aan het leven van Grarda Pelger is nu een einde gekomen. Daarmee is zij verlost uit de maatschappelijke slangenkuil waarin zij in haar laatste levensjaren terecht was gekomen. Wie goed heeft opgelet weet dat zij van meet af aan was ontgoocheld door de naderende sloop van haar woning en de gedwongen uitverhuizing, zonder dat zij enig houvast vond in rechtsbescherming. Zij voelde zich gegriefd door de overheid en verzuchtte herhaaldelijk dat zij wenste niet meer te zullen ontwaken uit haar slaap.
Toch wierp zij zich op als moeder van haar Tweebosbuurt en was zij keer op keer bereid om zich in al haar oprechtheid uit te spreken en de Rotterdamse politiek te hekelen en af te keuren. Dat deed zij puur zoals ze is, zonder enige opsmuk of gemaaktheid. Zij was zeer teleurgesteld in de linkse politieke partijen, haar eigen PvdA voorop, die het volk verloochenden en de belangen van haar buurt ondergeschikt maakten aan coalitieafspraken en het beschermen van eigenbelangen: lekker blijven plakken op het pluche en carrière maken in het stadhuis.
Intussen is Rotterdam still going strong and makes dreams glamorous come true. Maar valse beeldvorming staat symbool voor het onvermogen om de werkelijkheid te herkennen en te dienen, of zoals schrijver Arjen van Veelen het uitdrukt: Rotterdam sloopt de huizen van de mensen die in de stad wonen en bouwt nieuwe huizen voor mensen die er nog niet zijn.
In mijn opinie is Rotterdam geen fijne stad voor de mensen, maar zijn de mensen fijn voor de uitbaters van de stad zolang ze deugen, want anders krijgen ze een schop en mogen ze oprotten. De tijd zal leren wanneer de wal het schip keert. Niemand kan langer ontkennen dat het stadsbestuur steeds verder vastloopt in visieloos beleid en dat haarscheurtjes zijn veranderd in een kloof tussen waardigheid en ongeloofwaardigheid.

In de laatste maand van haar leven krijgt Grarda bezoek van Robert Straver, directeur wonen van Vestia. Daar zat ze niet bepaald op te wachten, maar iedereen is altijd welkom in haar huis. Hoe het met haar gaat kon hij zelf zo wel zien, want tegen een aanval in de rug – en alles wat daar van komt – is geen ruggengraat bestand. Wat betreft haar oude huis aan de Hilledijk – dat is gespaard van de sloop en straks wordt verweven met de nieuwbouw – zegt ze tegen hem dat ze het wat haar betreft ook wel mogen neergooien. “Wat heb je daar nou nog aan!“
’s Nachts wordt Meryth opgeschrikt door gesmoorde geluiden uit Grarda’s slaapkamer en ziet ze haar wilde bewegingen met haar armen maken.
“Mevrouw Pelger, mevrouw Pelger, wat is er met u aan de hand?” vraagt ze geschrokken.
Grarda ontwaakt en zegt: “ik was aan het vechten met Bas Kurvers.” *)
De volgende dagen vertelt ze aan iedereen die het horen wil over deze boze droom en moet ze daar zelf steeds smakelijk om lachen.
“Ha, ha, ha, ik was gewoon met die man aan het vechten joh!”

Ellen Verkoelen diende afgelopen week de motie ‘De mevrouw Pelgerstraat!’ in, ter bespreking in de vergadering van de gemeenteraad.
Ter nagedachtenis aan mevrouw Pelger en als eerbetoon aan alle Tweebossers die vanwege de sloop uit hun huizen in de Tweebosbuurt moesten, een straat in de ‘nieuwe’ Tweebosbuurt naar mevrouw Pelger te vernoemen bijgaand verzoek aan het college: In de nieuw te bouwen wijk op de locatie waar ooit de gesloopte woningen van de Tweebosbuurt stonden, in overleg en afstemming met de Commissie straatnamen en gedenktekens, een straat naar mevrouw Pelger te vernoemen.
Deze motie is met een ruime meerderheid van 29 stemmen aangenomen.

Graag sluit ik dit lange stuk af met een dagdroom waarvan ik hoop dat die tot leven komt. Tegen het college zeg ik: zie de uitdaging!

In de Tweebosbuurt worden op de kortst mogelijke termijn 1.000 sociale woningen teruggebouwd in een historiserende Rotterdamse stijl, voor ouderen, jongeren, gezinnen, alleenstaanden en vluchtelingen die dringend behoefte hebben aan goede betaalbare woningen in een prettige omgeving. Een groep geëngageerde architecten geeft vorm aan dit project en zet een complex neer dat zich gaat bewijzen als schoolvoorbeeld van duurzaam bouwen en als aanjager van een nieuwe sociale cohesie. Het Grarda Pelgerhuis aan de Hilledijk 183-185, krijgt een bestemming als multifunctioneel buurtcentrum waar bewoners terecht kunnen voor hulp, zorg en advies, en kunnen kijken naar kleinschalige exposities en optredens, goedkoop kunnen vergaderen en gratis een kop koffie kunnen drinken. Een goed renderende en laagdrempelige woonbuurt moet toch maakbaar zijn, zelfs in tijden van spilzucht en ernstige zelfoverschatting.

“Willen jullie koffie?” vroeg Grarda keer op keer.

 

Lees ook “Het gezicht van de Tweebosbuurt is niet meer”

 

*) Bas Kurvers was wethouder Bouwen, Wonen en Buitenruimte toen het besluit over de sloop van de Tweebosbuurt werd genomen, waar hij uit volle overtuiging aan vast bleef houden, ook toen steeds meer duidelijk werd dat de wooncrisis enorme gevolgen zou hebben voor de volkshuisvesting en dat de cijfers die in de ‘Woonvisie’ werden gehanteerd ter onderbouwing van het sloopbeleid, gruwelijk rammelden.

 

Foto Roland Huguenin

 

Raad van State tikt gemeente op vingers vanwege bestemmingsplan Tweebosbuurt Zuid-Oost

De Raad van State vernietigt vandaag een deel van het bestemmingsplan voor de Tweebosbuurt. Het is te laat voor de bewoners, wiens woningen al gesloopt zijn, maar mogelijk wordt hierdoor de dijk met mooie bomen gered.

Het gaat over de Tweebosbuurt Zuid-Oost, het deel waar Grarda Pelger woonde met karakteristieke gevels uit eind 19e/begin 20e eeuw en een dijk met bomen. De woningen en dijk zouden volgens het plan gesloopt worden om plaats te maken voor 175 nieuwe woningen.  

De gemeente Rotterdam heeft verzuimd om een milieueffectrapport op te stellen en nam de cultuurhistorische waarden van de wijk niet mee. Advocaat Olga de Vries zei tegen Rijnmond:

“De gemeente werkt volgens de salamitactiek: steeds een stukje aanpakken. In die zin kan je de beslissing van de Raad van State zien als een tik op de vingers voor de salamitactiek: kijk naar het geheel.”

De Vries: “De bewoners zijn blij dat de gemeente hier alsnog naar moet kijken. Het gaat om een karakteristiek patroon van de straten. Het kan betekenen dat de bomen niet worden gerooid en de Hilledijk daar niet wordt verplaatst. Wrang is natuurlijk wel dat het nu pas allemaal gebeurt terwijl een deel van de Tweebosbuurt al is gesloopt.”

Eeva Liukku sprak voor haar column in Vers Beton met Elizabeth Poot, mede-initiatiefnemer van Recht op de stad over wat de uitspraak betekent:

Om te begrijpen wat dit precies betekent, bel ik met Elizabeth Poot. Ze was tot aan haar pensioen zelf stedenbouwkundig ambtenaar voor de gemeente Rotterdam, en is sinds enkele jaren actief voor de actiegroep Recht op de Stad. Als getuige/deskundige is ze betrokken geweest bij deze rechtszaak van de Tweebosbuurtbewoners tegen de gemeente.

Het grootste deel van de huizen in de buurt is inmiddels al gesloopt, maar deze uitspraak geeft toch hoop, vertelt ze: “De kopgevel met het café en de schildering aan de Martinus Steijnstraat staat er nog. De bedoeling was dat dit ook nog gesloopt zou worden, en dat de rooilijn (de nieuwe gevel) van de nieuwbouw twaalf meter naar voren zou komen, dicht tegen de dijk aan. Daarvoor moesten de bomen weg.” En dat blijkt dus in strijd met de Cultuurhistorische Verkenning van bureau SteenhuisMeurs, die nota bene is opgesteld in opdracht van de dienst Stadsontwikkeling.

“Die schuif-operatie met de nieuwbouw kan met deze uitspraak niet meer gemotiveerd worden”, zo vertelt ze. Het onverwachte resultaat is dat met deze uitspraak ook de bomen aan de Hilledijk waarschijnlijk zijn gered: “De gevelwand langs de Hilledijk, daar waar de onlangs overleden mevrouw Pelger woonde, is een monumentaal element voor de wijk. Daar is de gemeente aan voorbijgegaan. Ook de bomenrij hoort daarbij.” En die kunnen nog gered worden.

Op de website van de gemeente staat: “Gemeente Rotterdam respecteert de uitspraak en gaat onderzoeken wat dit betekent voor de bouw van de nieuwe woningen tussen de Tweebosstraat en de Hilledijk.”

Andere nieuwsberichten:

Nóg een klap voor gemeente Rotterdam: streep door plan voor nieuwe Tweebosbuurt, AD Rotterdam, 2 november

Bewoners gesloopte Tweebosbuurt krijgen gelijk, maar dat komt veel te laat, Hart van Nederland, 2 november

Lees de uitspraak van de Raad van State hier

Twee karakteristieke woningen aan de Hilledijk staan nog overeind, de woningen eromheen zijn gesloopt. Op de achtergrond zie je sloopmachines en stof van het puin.

De Hilledijk in mei 2022 (foto Joke Schot)

Tweebosbuurt, Hilledijk in februari 2021

Acht werktafels over zeggenschap tijdens het Stadmakerscongres

Zeggenschap, zeggenschap, zeggenschap! Zeggenschap is cruciaal in het woonbeleid, en wij hebben het er dan ook graag en veel over. Zo ook tijdens het Stadmakerscongres op 4 november, een jaarlijkse bijeenkomst georganiseerd door AIR.

We hadden het al aangekondigd, en nu is er ook meer bekend over de inhoud van onze sessie in het kader van ons Stadslab ‘Zeggenschap van bewoners’ dat we samen met AIR organiseren. Onder leiding van socioloog, activist, adviseur en publicist Frans Soeterbroek gaan we op onderzoek in de wereld van zeggenschap. Er zijn maar liefst acht werktafels over dit onderwerp waar je bij kunt aanschuiven:

  1. Consistent beleid | Kim Butter van Save.museum.park
  2. Werken vanuit vertrouwen | Femke Coops
  3. Toekomstvisie voor Carnisse | Endry van Velzen van De Nijl Architecten
  4. Tegenkracht: samenspel van bewoners en professionals | Arnold Reijndorp & Joke van der Zwaard van Recht op de Stad
  5. Grip op de kaders | André Ouwehand van Recht op de Stad
  6. De ambtenaar in de leefwereld van de bewoner| Perry Boomsluiter van gemeente Rotterdam
  7. Politiek en het ambtelijk apparaat | Yoek Kouwenhoven
  8. Ambtenaren, burgers en gelijkwaardigheid | Carel Kouwenhoven

Met name werktafels 3 t/m 6 zullen gaan over Stadsvernieuwing 2.0. Lees hier meer over deze sessie.

In de ochtend is Mustapha Eaisaouiyen namens Recht op de stad bij een gesprek over de vraag ‘Wie zit er niet aan tafel’. En in de middag neemt Mustapha ook deel aan Studio Stadmaken over het woonbeleid.

Aanmelden voor het Stadsmakerscongres kan hier. Hopelijk tot ziens op 4 november in Theater Zuidplein!

Lees hier meer over ons Stadslab ‘Zeggenschap van bewoners’. Tijdens de startbijeenkomst op 11 oktober sprake Joke van der Zwaard deze tekst over stadsvernieuwing uit.

Recht op de stad op het Stadmakerscongres 2022

Op vrijdag 4 november 2022 organiseert AIR het Stadmakerscongres, dé Rotterdamse werkplaats van het stadmaken in Rotterdam. Recht op de stad is betrokken bij onderdelen van het programma.

Als onderdeel van het Stadslab over zeggenschap van bewoners organiseren AIR en Recht op de Stad op een uitgebreide sessie. Na een inleiding van Frans Soeterbroek zullen in diverse werktafels verschillende aspecten van de zeggenschap van bewoners uitgediept worden. Meer info over deze sessie lees je hier.

Het programma biedt daarnaast nog diverse tours en andere sessies, waaronder de  Studio Stadmaken #1 over woonbeleid, waaraan Mustapha Eaisaouiyen namens Recht op de Stad zal deelnemen. Meer info hier.

Dit keer is het evenement in Theater Zuidplein. Je kunt je hier inschrijven.

Terugkijken: symposium Cooperative Conditions

Op 6 oktober organiseerden AIR en het Keilecollectief het symposium Cooperative Conditions / learning from Vienna, Zürich and Munich. Deze drie steden hebben een sterke geschiedenis van betaalbare woningen en wooncoöperaties. Niet de individuele vraag “hoe wil ik leven?”, maar het gezamenlijk vormgeven van de vraag “hoe willen we samenleven?” bepaalt het coöperatieve model. Huisvesting is een grondrecht, geen handelswaar. Burgers kunnen het samen vormgeven.

Het symposium verkende de successen van coöperatieve zelforganisatie van burgers vanuit het perspectief van de institutionele en gemeentelijke voorwaarden die nodig zijn om dit te bereiken: coöperatieve condities. Arie Lengkeek (Recht op de stad) en Peter Kuenzli, experts en auteurs van het boek Operatie Wooncoöperatie, stelden het programma voor het symposium samen.

De drie lezingen (in het Engels) zijn nu terug te kijken.

Lezing over Vienna, door Robert Korab

Alliances for agency and self-control – cooperative housing and social sustainability: Over het systeem van Wenen, hoe het kan dat zij zo’n enorme grote sociale voorraad voor een enorm brede doelgroep hebben en argumenten voor maatschappelijke, not-for-profit ontwikkelaars en woningcorporaties die hun taak weer breed gaan opvatten en oppakken.

Lezing Zurich, door Claudia Thiesen

Typologies for a changing society – challenges for old and new cooperatives: Over hoe in Zurich de stad, banken en coöperaties volledig vanzelfsprekend samenwerken, hoewel dat iets is dat pas recent een nieuwe impuls kreeg. De bronnen voor die impuls zijn breed – zo breed als Recht op de stad. 

Lezing over Munchen, door Martin Klamt

Munich Mule – Recipe, Ingredients and Flavors of the Affordable Housing Mix in Munich: Over hoe in Munchen de woonpolitiek glashelder inzet op betaalbaarheid en daarbij alle spelers ruimte geeft en eisen oplegt. “We zagen dat de prijzen stegen en de kwaliteit daalde, en nu is het omgekeerd: de prijzen dalen en de kwaliteit stijgt.” En dat alles volledig in lijn met de Europese regels voor staatssteun, waarmee in Nederland juist alles wat niet commercieel is van tafel wordt geveegd. 

Meer over wooncoöperaties kijk je hier. Of lees hier over de coöperatieve condities voor Rotterdam.

Home is where ‘het hard’ is

Enkele leden van Rods ondergingen afgelopen zaterdag een theaterstuk over gentrificatie. Zij vonden het een knap stuk en schreven onderstaande ‘recensie’ en spraken de hoop uit dat bestuurlijk Rotterdam naar dit theaterstuk te krijgen, want alles wat ze raken kan, helpt.
Humoristisch locatietheater over de gevolgen van gentrificatie
Huis van de Wijk ‘De Nieuwe Gaffel’

Aldaar te zien t/m 15 oktober

Zaterdag zagen wij de première van ‘Home is where het hard is’ van TC Macabre. Het theaterstuk maakt na een wat ontregelende aanloop, in de vorm van een ongemakkelijk buurtfeestje, invoelbaar wat het probleem is met gentrificatie via sloop-nieuwbouw in Rotterdam: verdriet, boosheid, stress en geknakte levens doordrenken de dure grond waarop gebouwd gaat worden.

Met herkenbare personages en situaties, scherpe teksten en goed acteerwerk geeft TC Macabre een overtuigend beeld van de actuele realiteit van honderden Rotterdammers. Hun wijk gaat op de schop om deze ‘in balans’ te krijgen; helaas is er daarna voor hen geen plek.

De verwoesting van dit Rotterdamse woonbeleid staat bij TC Macabre op het podium: Rotterdamse karakters zoals elke wijk ze kent, de pareltjes die het ene moment met een medaille en een bosje bloemen in het zonnetje worden gezet en het andere moment plaats moeten maken voor een rijkere categorie bewoners. De mensen die afhaken en een vluchtweg kiezen, ‘boze burgers’ worden of blijven strijden tot ze er letterlijk bij neervallen. Mensen van vlees en bloed en – na interventie van de overheid – met een gebroken hart.

Verplichte kost voor wie aan de knoppen draaien. Ga kijken naar dit theaterstuk @Chantal Zeegers, @Marco Pastors, @Ahmed Aboutaleb, @Bas Kurvers, @VVD, @LeefbaarRotterdam, @CDA, @GroenLinks, @CU, @D66, @DENK, @Vestia, @Woonstad, @Havensteder, @NPRZ, @HetSpelEnDeKnikkers, @RotterdammertsMetHartVoorDeMensen

Reactie op de Woonvisie-evaluatie van de Rekenkamer Rotterdam

Gisteren publiceerde de Rekenkamer Rotterdam de langverwachte evaluatie van de Woonvisie, het woonbeleid voor de periode 2016-2030. De conclusies zijn zeer stevig, waaronder de volgende:

  • Het woonbeleid is gebouwd op aannames die berusten op wankele cijfers,
  • De gemeente overlegt wel structureel met woningcorporaties en marktpartijen maar nauwelijks met bewoners en huurdersorganisaties,
  • Met signalen uit de politiek en samenleving werd vrijwel niets gedaan,
  • Het aanbod van betaalbare woningen is sterk verminderd terwijl het aantal mensen dat deze huisvesting nodig heeft niet is afgenomen.

Voor Recht op de stad is nogmaals duidelijk geworden: het stadsbestuur moet de Woonvisie en de uitvoering ervan onmiddellijk herzien.

Als Recht op de stad constateren wij dat onze zorgen en signalen zijn gezien door de Rekenkamer Rotterdam. Veel van de conclusies van de Rekenkamer bevestigen onze zorgen. Recht op de stad heeft meerdere keren gewaarschuwd dat de Woonvisie grote groepen Rotterdammers in de problemen brengt, de cijfers niet kloppen, gewezen op nieuwe ontwikkelingen en verergering van de wooncrisis, en er bij het college en de wethouder meermaals op aangedrongen de Woonvisie te herzien.

Het is verontrustend om te lezen dat de gemeente zachte cijfers heeft gepresenteerd als harde feiten. Het uitgangspunt van de Woonvisie – dat de woningvoorraad ‘uit balans’ zou zijn – is gebouwd op drijfzand, terwijl de gevolgen keihard zijn: duizenden huishoudens werden in de afgelopen jaren geconfronteerd met gedwongen verhuizing omdat het stadsbestuur van een groot deel van de betaalbare woningen af wilde. Het is zeer kwalijk dat het gegoochel met cijfers en definities ertoe leidde dat de gemeenteraad het woonbeleid niet goed kon controleren en hierdoor geen tegenmacht mogelijk was.

Voor Recht op de stad is het altijd duidelijk geweest dat volwaardige zeggenschap voor huidige en toekomstige Rotterdammers het uitgangspunt voor woonbeleid moet zijn. De Rekenkamer constateert dat er een “disbalans” is in wie de gemeente wel en niet wil horen. De gemeente voert “veel en vaak” overleg met woningcorporaties en marktpartijen (projectontwikkelaars), maar praat nauwelijks met huurdersorganisaties en bewoners die worden geconfronteerd met herstructurering.

Voor bewoners vraagt meepraten een enorme inzet omdat zij dit doen naast hun dagelijkse activiteiten (werk, gezin, mantelzorg). Het ontbreekt hen vaak aan tijd en expertise om effectief te kunnen meepraten. In het enige overleg dat wel structureel is – want in het kader van de prestatieafspraken wettelijk verplicht  – werden de huurdersorganisaties ondanks hun inspanningen niet of nauwelijks gehoord.

De Rekenkamer constateert dat de gemeente hier onvoldoende oog voor heeft gehad en niets heeft gedaan om hun kennis en invloed te vergroten. “Het feit dat de gemeente het recht van bewonersparticipatie bij herstructurering en renovatie nergens heeft vastgelegd, is problematisch,“ schrijft de Rekenkamer.

Daarnaast werden signalen uit de samenleving ook niet gehoord. De Rekenkamer ziet dat Rotterdammers en woningzoekenden van buiten de stad steeds vaker om de aandacht van de gemeente vroegen. De oprichting van Recht op de stad in maart 2021 was een reactie op het feit dat bewonersgroepen uit buurten die ‘geherstructureerd’ moesten worden geen gehoor kregen. Bijna tienduizend mensen kwamen naar de landelijke demonstratie Woonopstand in Rotterdam (oktober 2021). Zelfs een officiële brief van vijf VN-Rapporteurs over mensenrechtenschendingen door de Woonvisie en in de Tweebosbuurt (juni 2021) kon het college niet aanzetten tot een pas op de plaats.

De Rekenkamer constateert dat juist vanwege de wankele (cijfermatige) onderbouwing van de Woonvisie en het feit dat de gemeenten wel veelvuldig contact had met de markt, het noodzakelijk is om te luisteren naar de signalen vanuit de samenleving: die zijn “onmisbaar om beter zicht te krijgen op de realiteit”.

De Rekenkamer waarschuwt in haar voorwoord dat zij niet kan oordelen over de politieke visie achter het beleid. De oproep van Recht op de stad is altijd geweest om ook de visie achter de Woonvisie bij te stellen – geen ‘stad in balans’ als uitgangspunt, maar een ‘stad voor iedereen’. Maar onafhankelijk van een oordeel over de politieke visie kunnen we concluderen – en moet het college concluderen – dat er flinke misstappen zijn gemaakt in de onderbouwing en uitvoering van de Woonvisie. Daarom herhalen wij onze oproep aan het stadsbestuur om de Woonvisie en de uitvoering ervan te herzien.

Recht op de stad is, zoals altijd, beschikbaar om hierover mee te praten.

Lees het hele rapport en het persbericht van de Rekenkamer Rotterdam hier.

Lees ons betere plan voor wonen in Rotterdam (maart 2021) hier.

Foto: Joke Schot

Na de zomerstop

Wie in de Westerse wereld werd geboren, dacht ooit misschien wel eens dat het bestaan steeds saaier en voorspelbaarder zou worden, zeker in het brave Nederland. Het recht toe, recht aan van toen is voorgoed verdampt, weet nu iedereen. Rotterdam begon te wiebelen als gevolg van de wooncrisis, die het wellicht zelf veroorzaakte. De tijd zal het leren. In het voorjaar van 2020 begon de coronacrisis en twee jaar later leven we in een tijdperk waarin de wereldproblemen als kruiend ijs over de dijk denderen.

Nu de temperatuur eindelijk wat is gedaald, pakt Recht op de stad de draad weer op om kritisch als altijd, het falende Rotterdamse woonbeleid aan de kaak te stellen, met het doel om dat te beïnvloeden en te verbeteren. Om je geheugen wat op te frissen, publiceren we een tekst over de woonstrijd , die in het Gemaal op Zuid werd uitgesproken door Agnes Verweij  tijden de laatste Doordenkavond op 14 maart jongstleden.

Lancering van Recht op de stad in het Afrikaanderpark, 7 maart 2021. Foto (c) Joop Reijngoud

Er is mij gevraagd op deze Doordenkavond iets te zeggen over Recht op de stad (Rods) als Platform. Ik spreek hier vanuit mezelf, dus niet namens Rods.

We hebben het al eerder geprobeerd, een stedelijk platform van bewoners tegen het sloop- of herstructureringsbeleid in deze stad, tegen gentrificatie en het gebrek aan zeggenschap voor bewoners.

Lily en Mary van de Lijnbaanhoven

Tonny van de Essenburgsingelblokken

Ria en consorten uit Vreewijk

Lidewij architect en adviseur van de bewonersgroep van het Poortgebouw

En natuurlijk Menno uit Crooswijk. Later ook Ed en Katja uit de kraakbeweging en ook nog anderen.

Wij waren (rond 2008) Rotterdammers in actie voor betaalbare huisvesting, Ria, een geniale en Rotterdamse naam, vonden wij zelf.

Rotterdammers in actie voor betaalbare huisvesting dus. Het was er in een tijd dat nog niet iedereen op sociale media zat en we nog niet geleerd hadden om kort en bondig te vergaderen, laat staan online te vergaderen en vergaderen ook vooral niet zo te noemen, want dan heeft niemand zin meer. Iedereen vergadert al genoeg. Noem het dus hoe dan ook anders. Maar ‘overleggen’ moet wel gebeuren. Belangrijke besluiten moet je samen nemen. Anders ben je geen platform.

Op haar beurt was Ria ook weer een opvolgster van andere actiegroepen voor eerlijke huisvesting vóór haar tijd. Ria kwam als platform van stedelijk verzet uiteindelijk niet goed van de grond.

Waarom lukt dat bij Rods nu wel?

Een paar factoren: Sociale media, daar hebben jullie het al over gehad vandaag hoe je dat voor acties of als belangengroep handig in kan zetten. Het werkt vooral lekker in samenspel met live lobby gesprekken. Rods heeft een paar mensen in huis die hier superhandig in zijn.

Succesfactor twee: Kort en bondig vergaderen dus. Dankzij corona in het begin en eigenlijk nog steeds doen we dat gewoon online, een uurtje of net iets meer. Dat scheelt iedereen die toch al druk is tijd. Daardoor konden we dit doen en ook bepaalde types die normaal geen tijd hebben voor (nog) een vergadering.

We overleggen en nemen besluiten samen. Maar niet via een statutair uitgeschreven besluitvormingsmodel. We doen het op basis van communicatie zo goed en zo kwaad als dat gaat, en op basis van vertrouwen.

Nog een factor: Er waren heel wat voorgangers als wegbereiders: Ria, maar ook bijvoorbeeld het Woonreferendum. Ik denk dat het Woonreferendum te veel leunde op de SP en daardoor niet verder van de grond kwam toen de SP andere dingen moest gaan doen. Ook al hebben velen, en zeker ook niet-SP’ers, zich toen kei- en keihard ingezet, tot op burn-out-niveau zeg maar.

Blijkbaar geldt: Zonder falende initiatieven die soms in de modder wegzakken zonder dat je ooit nog iets van ze hoort, geen nieuwe initiatieven die wel tot bloei kunnen komen, zoals Rods.

Nog een factor waardoor Rods kon groeien: Leilani Farha bracht eind 2019 een flitsbezoek aan Nederland en hoorde over de woonsituatie in Rotterdam. Daar had zij zoveel diepgaande vragen over, dat daar een stedelijk geformuleerd antwoord op moest komen.
Zo iemand, zo’n beetje de allerbelangrijkste expert op het gebied van het mensenrecht op huisvesting ter wereld, is immers niet iemand om met een lichtgewicht briefje af te doen, gemeente. Zo iemand verdient een weloverwogen antwoord vanuit een breed en divers gezelschap van Rotterdammers, die elk op hun eigen manier deskundig zijn.

Wetenschappers, kunstenaars, architecten, studenten, journalisten, onderzoekers, ondernemers en gezellige gekken – elk vanuit eigen expertise en ervaringen – concludeerden dat het Rotterdamse woonbeleid niet deugt.

En daarbij de ervaringsdeskundigen natuurlijk: de bewoners die de ‘sloopbrief’, de ‘wij-gaan-uw-huis-slopen-of-renoveren-en-u-kan-helaas-niet terugkeren-brief’ op de mat hebben gehad. Daar staat dan in, ja u krijgt vervangende huisvesting, maar we kunnen helaas niet garanderen dat u terug kunt keren in uw eigen buurt.

En wat leerden we nou van Leilani Farha? Dat dat dus een mensenrechtenschending is. Een klip en klare mensenrechtenschending: Mensen per brief informeren dat ze hun huis uit moeten en niet terug kunnen keren naar hun thuis in hun eigen buurt, dat kan zo maar ineens een mensenrechtenschending zijn. Het kan zijn dat ze dat in Zuid-Afrika en Karachi ook doen, Rotterdam, maar dat is nog geen reden voor de gemeente om er hier de kantjes vanaf te lopen toch?

Als je mensen wil laten uitverhuizen en niet terug wilt laten keren naar hun huis, hun buurt, als je sociale netwerken op gaat knippen en verspreiden over de stad, dan kan dat mensenrechtelijk gezien alleen, als je tot het aller-aller-uiterste bent gegaan om de bewoners mee te laten praten over de plannen en open staat voor co-creatie met hen. Je moet ook tot het aller-aller-uiterste zijn gegaan om alle alternatieven voor gedwongen uitverhuizingen minutieus te onderzoeken, Rotterdam, want sociale verbanden uit elkaar trekken, daar mag je niet lichtzinnig over doen, omdat dat jou beter uitkomt.

Het recht op terugkeer in je eigen huis, je eigen straat, desnoods je eigen woonblok, dat is cruciaal Rotterdam. Het recht om mee te praten en mee te doen met het beter maken van je eigen buurt, zonder dat je elk moment op de schopstoel gezet kan worden omdat je van een woningcorporatie huurt, dat ook.

En het opvallende is: gemeenten en woningcorporaties elders in het land doen dit wel gewoon. Die slopen en bouwen nieuw of renoveren hoogwaardig, en dan mogen de zittende bewoners gewoon terugkomen in hun eigen huis. Zo hoort het. En daar willen wij naar toe, Rotterdam.

De verontwaardiging over hoe jullie dit doen, gemeente en woningcorporaties in Rotterdam, is groot. Ze is gigantisch geworden. Deze verontwaardiging woekert door de stad, door al haar gelederen.

Dit krijg je niet meer terug in de grond, Rotterdam, dit knuffel je niet dood. Dit gaat pas weg, als jullie ons recht op de stad erkennen en er naar handelen.

En daar hebben we nog een succesfactor gevonden: Eindeloze verontwaardiging en boosheid.

Die zijn gewoon ontzettend toegenomen in vergelijking met de tijd van Ria en het Woonreferendum, die al deze ellende hadden zien aankomen natuurlijk.

En daar plak ik meteen een volgende succesfactor aan vast; Rods reageert niet vanuit die verontwaardiging en boosheid. Rods koestert geen rancune en handelt daar niet naar. Wij komen beslagen en beheerst ten ijs, met betere argumenten dan de slopers van deze stad.

Daar hebben deze doordenkavonden bijvoorbeeld zeer bij geholpen. Het motto ‘Educate to activate’, is een prachtig voorbeeld van een van de inspirerende initiatieven die uit Rods zijn voortgekomen. En juist omdat we geen rechtspersoon zijn, niet 1 politieke kleur hebben, en iedereen vrij is bij te dragen naar eigen kunnen en wensen, krijgt Rods heel veel voor elkaar. Zoveel talenten komen in dit platform samen, dat is gewoon feestelijk.

Niet dat iedereen maar doet wat z/hij zelf wil. Overleg is de basis van wat we doen, we besluiten samen.

We hebben ook een paar omgangsvormen met elkaar afgesproken. Bij Rods is geen plek voor het keiharde koppensnellen van elkaar waar links zo goed in is. Voor de zure toon van kritiek op elkaar en geroddel waar vermoeide activisten of politiek geïnteresseerden nogal eens in vervallen. Bovendien hebben we niet alleen maar Linkschmenschen in ons midden; d’r zitten ook mensen tussen die populistische of rechtsige partijen aantrekkelijk vinden. Hoe kan dat ook anders in Rotterdam.

Nog iets heel belangrijks, en een aandachtspuntje voor Rods denk ik: we moeten het leuk hebben met elkaar. Waarom zou je anders al deze moeite doen? Deze woonstrijd is immers voorlopig nog niet over. Als we gaan voor pak hem beet een einde aan dakloosheid, dan zijn we nog niet klaar als we 100 zijn. Dus beter zorgen we (ook) voor lol onderweg.

Ik geloof dat radicale vriendelijkheid daar cruciaal in is: niet alleen voor elkaar, ook voor jezelf. Als je even geen energie meer hebt, neem dan rust. Dat is goed, niemand is onmisbaar.

En ja, ook vriendelijkheid voor de slopers van deze stad, dat is het radicale eraan. De slopers die nog niet inzien dat ze op een dwaalspoor zitten. Want ook voor hen geldt: waarom zouden ze luisteren naar mensen die hen alleen maar staan uit te jouwen? Geen mens ziet dat zitten. Het is een garantie op een dichte deur.

Veel mensen die bij Rods zijn aangesloten, of zich ertoe aangetrokken voelen, zien dat zo, is mijn indruk. Dus dat is nog een succesfactor in mijn optiek: radicale vriendelijkheid.

Wonen is nu ons thema, maar het kan best zijn, dat Rods zich in de toekomst ook op andere vlakken gaat roeren. Zet je maar schrap Rotterdam. Wij woekeren door de stad en je krijgt ons niet meer in of uit de grond.

Agnes Verweij

Rotterdam Architectuur Maand (T)Huis

(T)Huis is de hoofdtentoonstelling tijdens de Rotterdam Architectuur Maand.

Locatie: Het Nieuwe Instituut | 01.06 – 30.06 2022

De wooncrisis is één van de grootste bouwopgaven van dit moment. Vanaf Het Podium, boven op Het Nieuwe Instituut, zien we de stedelijke groei aan ons voorbij trekken. Maar wat zie je niet? Reflecteert dit overweldigende panorama van de stad ons (T)Huis, of speelt dit zich af op de grond, op ooghoogte? (T)Huis is je verbonden voelen met je straat, je buurt, je stad. Een leefomgeving die momenteel onder druk staat. Oplossingen en kansen lijken ver weg, maar komen dichterbij in de tentoonstelling (T)Huis met ruim 40 innovatieve plannen en ontwerpen van architecten, makers, studenten en vernieuwers.

Bezoek de tentoonstelling (T)Huis en Het Podium de hele maand juni gratis tijdens de Rotterdam Architectuur Maand in Het Festivalhart, in én op Het Nieuwe Instituut.

QR-code “Wonen in blessuretijd”. Luister HIER naar quotes uit verhalen van bewoners uit de Tweebosbuurt.

Fotograaf Joke Schot en tekstschrijver Roland Huguenin, beiden verbonden aan Recht op de stad, vormen samen één van de veertig deelnemende teams die door het Architectuur Instituut Rotterdam (AIR) zijn geselecteerd om hun ideeën te ontvouwen over het Rotterdam van de toekomst. Dat doen zij met de ideeën over de inclusieve stad die in hun project “Wonen in blessuretijd” vorm kregen naar aanleiding van gesprekken en interviews met bewoners die hun (T)Huis moesten verlaten omdat derden het recht op hun eigen stukje stad claimden en voor hun voeten wegkaapten.

 

‘De jeugd heeft de toekomst’ en zo is het! Zij staat nog dicht bij haar kinderjaren en weet als geen ander dat stevig staan en in balans blijven, hét uitgangspunt is om vooruit te kunnen komen. De helpende hand en de zijwieltjes waren van tijdelijke aard, maar dienden wel als basis voor het prille bestaan en zijn in het geheugen gegrift. Zij weet dus ook, dat een bouwwerk niet kan blijven staan als een goede fundering ontbreekt.
Stadmakers schrijven geschiedenis. Zij creëren nieuwe hoofdstukken inclusief de helpende hand en veilige zijwieltjes, omdat ze weten dat hun toekomst(plannen) rust(en) op de schouders van het verleden. Wie dat verband verstoort, verstoort de verbinding van de stad met zijn bewoners.

 

 

Pagina 1 van 6

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén