Het betere plan voor wonen in Rotterdam

Categorie: Verhalen van Rotterdammers Pagina 1 van 3

Rotterdam Architectuur Maand (T)Huis

(T)Huis is de hoofdtentoonstelling tijdens de Rotterdam Architectuur Maand.

Locatie: Het Nieuwe Instituut | 01.06 – 30.06 2022

De wooncrisis is één van de grootste bouwopgaven van dit moment. Vanaf Het Podium, boven op Het Nieuwe Instituut, zien we de stedelijke groei aan ons voorbij trekken. Maar wat zie je niet? Reflecteert dit overweldigende panorama van de stad ons (T)Huis, of speelt dit zich af op de grond, op ooghoogte? (T)Huis is je verbonden voelen met je straat, je buurt, je stad. Een leefomgeving die momenteel onder druk staat. Oplossingen en kansen lijken ver weg, maar komen dichterbij in de tentoonstelling (T)Huis met ruim 40 innovatieve plannen en ontwerpen van architecten, makers, studenten en vernieuwers.

Bezoek de tentoonstelling (T)Huis en Het Podium de hele maand juni gratis tijdens de Rotterdam Architectuur Maand in Het Festivalhart, in én op Het Nieuwe Instituut.

QR-code “Wonen in blessuretijd”. Luister HIER naar quotes uit verhalen van bewoners uit de Tweebosbuurt.

Fotograaf Joke Schot en tekstschrijver Roland Huguenin, beiden verbonden aan Recht op de stad, vormen samen één van de veertig deelnemende teams die door het Architectuur Instituut Rotterdam (AIR) zijn geselecteerd om hun ideeën te ontvouwen over het Rotterdam van de toekomst. Dat doen zij met de ideeën over de inclusieve stad die in hun project “Wonen in blessuretijd” vorm kregen naar aanleiding van gesprekken en interviews met bewoners die hun (T)Huis moesten verlaten omdat derden het recht op hun eigen stukje stad claimden en voor hun voeten wegkaapten.

 

‘De jeugd heeft de toekomst’ en zo is het! Zij staat nog dicht bij haar kinderjaren en weet als geen ander dat stevig staan en in balans blijven, hét uitgangspunt is om vooruit te kunnen komen. De helpende hand en de zijwieltjes waren van tijdelijke aard, maar dienden wel als basis voor het prille bestaan en zijn in het geheugen gegrift. Zij weet dus ook, dat een bouwwerk niet kan blijven staan als een goede fundering ontbreekt.
Stadmakers schrijven geschiedenis. Zij creëren nieuwe hoofdstukken inclusief de helpende hand en veilige zijwieltjes, omdat ze weten dat hun toekomst(plannen) rust(en) op de schouders van het verleden. Wie dat verband verstoort, verstoort de verbinding van de stad met zijn bewoners.

 

 

Ontmoetingen op Zuid

Fotograaf Joke Schot werkt voor Recht op de stad. Onlangs had zij de expositie “Uitgedoofd en Ontzield” in Gemaal op Zuid, waar foto’s werden getoond die ze maakte van de gentrificatie in de Tweebosbuurt. In het decor van haar eigen foto’s, was ze te gast bij “Zuidtopia muziekmatinee”, waar ze door Anna-Maria Carbonaro werd geïnterviewd over haar werk en achtergrond.

De korte film “Ontmoetingen op Zuid” geeft een beeld van de matinee. Naast sfeerimpressies zie je fragmenten van een optreden van de Rotterdamse band Beatriz. De vier bandleden, afkomstig uit Rotterdam, Cuba en Spanje, speelden spannende beats met ingrediënten uit salsa, Latin en jazz.

“The Displaced” van Easton Davy © 2022

Op verzoek van Joke ontvangt Gemaal op Zuid op deze middag een bijzondere gast, de Amerikaanse ‘live painter’ Easton Davy (1968, Saint Kitts en Nevis). Easton werkt vaak bij concerten, waar hij zich laat inspireren door de muziek. Sinds 2004 was hij regelmatig te gast bij het North Sea Jazz Festival. Na enkele jaren afwezigheid, woont hij nu een half jaar in Rotterdam. Om een betere indruk te krijgen van de voedingsbodem van Joke’s expositie, maakten zij eerder in de week samen een wandeling door de Tweebosbuurt.

Easton is erg onder de indruk van de sloop en de kaalslag. “Er is veel veranderd in Rotterdam. Nu ik zie dat arme mensen worden weggejaagd om plaats te maken voor de nieuwe rijken en ook hier de huizen onbetaalbaar zijn geworden, is mijn beeldvorming toe aan herziening. Ik dacht dat dat alleen in grote steden zoals New York gebeurde.” Zijn impressie keren terug in “The Displaced” dat hij vandaag heeft geschilderd.

Gerard: “Ik laat me niet intimideren”

© Foto Joke Schot juni 2021

In de serie ‘Wonen in blessuretijd – verhalen van Rotterdammers’ vertellen bewoners over hun persoonlijke wooncrisis. Deze keer het verhaal van Gerard (83) uit de De la Reystraat in de Tweebosbuurt.

Gerard is geboren in de Johannes Brandstraat. In zijn eerste levensjaar verhuisden zijn ouders naar de De la Reystraat, even verderop. Daar is hij altijd blijven wonen. Tijdens de renovatie in 1987 schoof hij door naar een woning aan de overkant die al was opgeleverd. “Aan mijn woning mankeert niets. Er is wat achterstallig onderhoud, als gevolg van opzettelijke verwaarlozing, maar deze woningen kunnen nog jaren mee.”

De De la Reystraat ligt tussen de Pretorialaan en de Putselaan en is zo’n 500 meter lang. Het laatste gedeelte van de straat, huisnummers 74 tot 110, is aan beide zijden bebouwd met gesloten bouwblokken. De honderd jaar geleden gebouwde portiekwoningen werden in 1987 grondig gerenoveerd. Dit jaar is de oneven zijde opnieuw ‘cosmetisch’ gerenoveerd. De even zijde zal binnenkort worden gesloopt en vervangen door dure koopwoningen.

Het oude politiebureau op het Afrikaanderplein was in de oorlog een gaarkeuken. Daar werkte toen een oom van me. Af en toe kregen we een extra schepje bietenpulp van hem. Tijdens de hongerwinter raakte ik verzwakt. Na de oorlog ging ik naar het Bio-Vacantieoord om aan te sterken.

Mijn vader was een gezonde, vrolijke vent met een weelderige haardos. In de oorlog werd hij weggevoerd naar Duitsland, waar hij te werk werd gesteld in een locomotieffabriek van Henschel in Kassel. Die fabriek werd veelvuldig gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen. Vele dwangarbeiders vonden daar de dood. Als ze zich na zo’n aanslag weer naar buiten waagden, zagen ze de uiteengereten lijken in de bomen hangen. Als voeding kregen ze soep gemaakt van wat snippers kool waarin een druppeltje vet dreef. Tandeloos en kaal keerde hij na vier jaar terug naar huis. Ik herkende hem niet meer. Als jochie begreep ik dat niet goed. Op zijn sterfbed heeft hij deze gruwelijke ervaringen aan mij verteld. In 1971 is hij overleden.

Mijn oudere broer Piet werd in 1946 op 21-jarige leeftijd uitgezonden naar Nederlands Indië, om deel te nemen aan de politionele acties. Hij was getalenteerd, speelde in een bandje en kon prachtig tekenen met Oost-Indische inkt. Na zijn terugkomst zou hij naar de tekenacademie gaan. In mijn huis hangen enkele van zijn pentekeningen aan de wand.
Hij zat als chauffeur bij de aan- en afvoertroepen en liet zijn leven in een hinderlaag. Toen hij voor patrouille rondreed in een jeep, maakte een over de weg gespannen staalkabel wreed een einde aan zijn dromen.
Mijn ouders kregen het bericht op mijn moeders verjaardag. “Hadden ze mij maar genomen. Ik heb toch niets meer te verliezen” zei mijn vader toen. Mijn ouders waren gebroken. Piet liet twee kinderen na en ligt begraven in Batavia.

Na de oorlog was de buurt één grote clan. Iedereen hielp elkaar. Zomers zaten we vaak lekker op het stoepje met elkaar te kletsen. Om de beurt zetten buren koffie voor elkaar. Op Koninginnedag was de buurt versierd met vlaggetjes en er werd volop gevlagd en gefeest. Op straat stonden lange tafels met hapjes en drankjes. Overal klonk muziek en werd er gedanst.

Mijn zus is een jaar ouder. Ook zij is een ouwe taaie en ze maakt nog vaak buitenlandse vakantiereizen. Af en toe komt ze samen met haar dochter naar de botanische tuin.

Ik ben bij mijn moeder blijven wonen. Toen ze blind werd heb ik haar jarenlang verzorgd tot ze in 1981 overleed.
Na haar overlijden heb ik de woning opgeknapt en gemoderniseerd. Daar had ik al zo’n 10.000 gulden aan uitgegeven en ik zou gaan beginnen aan het aanleggen van cv, toen het bericht kwam dat er een renovatie op handen was. Mijn eigen verbouwingen werden goedgekeurd en daar kreeg in 8.000 gulden voor terug. Heel netjes.

Een huwelijksleven  heb ik nooit gehad. Door de jaren heen had ik wel verschillende relaties. De eerste was met een buurmeisje. Zij was aan heroïne verslaafd. Uiteindelijk gaf dat veel narigheid en problemen. Ze is allang overleden. Daarna had ik een relatie met een overbuurvrouw. Ook zij is niet oud geworden. Mijn voorlaatste vriendin bleek op mijn geld uit te zijn, dus die relatie moest ik afbreken.
Mijn huidige vriendin, een Antilliaanse, ken ik via de botanische tuin. Zij  is een heel stuk jonger dan ik, en dat gaat goed. Haar kinderen wonen nog thuis. We zijn alweer vijf jaar bevriend en we zien elkaar regelmatig.

Ik was één van de eersten die corona opliep. Weinig last van gehad. Na een week kwam de huisarts langs om te informeren hoe het ging. Als het met u net zo goed gaat als met mij, dan heeft u niets te klagen.

Ik heb een opgeruimd karakter en ben heel flexibel. Dat moet ook wel. Als je gaat zitten janken wanneer alles om je heen is weggevallen, schiet het niet op. Het heeft geen zin om te gaan zitten somberen. Uiteindelijk moet je je problemen toch zelf oplossen.

Na school heb ik zes jaar voor de gemeente gewerkt en kreeg toen ook een hoveniersopleiding. Op mijn negentiende hield ik dat voor gezien. Toen ben ik op de avond-tekenschool opgeleid tot plaatbankwerker en was ik lange tijd werkzaam als isolatieplaatwerker.  Mijn vader was radiomonteur. Dat vak heeft hij ook aan mij geleerd, want ik was goed in schema’s lezen. Zodoende ben ik een tijd radio- en tv-monteur geweest, nadat ik door een kennis werd gevraagd om in te vallen als storingsmonteur. Daarnaast was ik ook nog timmerman en metselaar.

Sinds ik rond mijn veertigste een medicijnvergiftiging had, gebruik ik geen medicijnen meer. Dertig jaar had ik last van zware migraine-aanvallen. Binnen zitten is niets voor mij. In de buitendienst ging het veel beter. Ik heb nooit gerookt of gedronken. Sinds ik vegetariër ben, voel ik me zo gezond als het maar kan zijn. Ik mankeer nooit wat.

Na de renovatie in 1987, was dit een schitterende buurt met prachtige woningen. Daarna is er nauwelijks iets aan onderhoud gedaan. Vestia heeft de boel hier opzettelijk laten verpauperen. In 35 jaar tijd is de achterkant zeggen en schrijven één keer geschilderd, de straatkant twee keer en het trappenhuis is een keer opnieuw gedaan, inclusief vernieuwing van het vloerzeil. Als er dingen kapot gaan, repareer of vervang ik dat zelf.
Aan de achterkant heb ik een wijds uitzicht. Op het enorme binnenterrein groeit en bloeit er van alles in moestuintjes, maar het terrein is ook zwaar in verval geraakt. Er is nooit enig toezicht geweest.
Het is eeuwig zonde dat ze die hele buurt hebben laten verhabbezakken. Dat was helemaal niet nodig geweest. Aan mijn woning mankeert niets. Deze woningen kunnen nog jaren mee.

Ik woon in een grandioos huis in een rustige buurt. Mijn huis is goed geïsoleerd, waardoor ik hele lage stookkosten heb. Aan mijn kant van de straat zijn de woningen bij de renovatie luxueuzer opgeknapt. Toen de woningen aan de overkant een jaar later werden aangepakt, moest het goedkoper. De oneven zijde is dit jaar opnieuw ‘cosmetisch’ gerenoveerd. Op het oog lijken dit nu nieuwe woningen, maar schijn bedriegt: op de oorspronkelijke gevels is een laag isolatiemateriaal geplakt, die is afgedekt met een laag steenstrips. Het stelt niet veel voor. De entrees zijn nu voorzien van een glazen pui. Inpandig zijn de woningen nauwelijks vernieuwd. Hier en daar zijn nieuwe keukens geplaatst of nieuwe betegeling in de badkamers. Dat is het wel zo’n beetje.
De woningen aan mijn kant van de straat voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. Toch zijn het allemaal precies dezelfde huizen, die in 1921 werden gebouwd. Dat is gek.

© Foto Joke Schot juni 2021

Ik ben altijd omgegaan met mensen in de buurt en ben nog altijd actief in de wijk. Bijna iedereen kent me. Eerst had ik vooral Hollandse kennissen. Na de renovatie kwamen er veel mensen in de straat wonen met een migratie-achtergrond. Die mensen hebben niets met Koninginnedag, maar ik kon prima met ze opschieten en had er leuke buren aan. We waren en bleven allemaal aan elkaar gehecht in deze buurt.
Ik had goed contact met mijn Turkse buren, die 45 jaar naast mij hebben gewoond. Als het nodig was, repareerde ik hun tv. De buurvrouw maakte vaak de heerlijkste hapjes voor mij.

Het mooie aan deze wijk is de samenhang van alle nationaliteiten en dat je wat van elkaar kan leren. Dat zie je ook op de Nelson Mandela school, waar kinderen van alle nationaliteiten zonder ruzie met elkaar spelen. Ik wou dat alle mensen zo waren. Dat ga je toch niet kapot maken, terwijl er al zoveel discriminatie is in de wereld.

De meeste bewoners zijn eruit getreiterd. De advocaat van Vestia zegt natuurlijk dat dat niet waar is. Mijn buurman kwam huilend naar me toe en vertelde dat ze hem zo onder druk hadden gezet, dat hij was gezwicht en er toen maar mee had ingestemd om te verhuizen. Dat had hij nooit moeten doen, want hij stond in zijn recht. Er  waren 17 bewoners die van de rechter niet uit hun huis mochten worden gezet.

Ik ben de allerlaatste oorspronkelijke bewoner. Vestia kent mijn standpunt. Ik werk niet met ze mee. Je zult toch een keer moeten verhuizen, zeggen ze dan. Naar de Zuiderbegraafplaats ja, maar daar wacht ik nog een paar jaartjes mee, als je het niet erg vindt.

===== ===== ===== ===== =====

Lees ook Uitspraak hoger beroep Vestia genadeklap voor de Tweebosbuurt over de rechtszaak die door Vestia werd aangespannen tegen Gerard Bijlsma

===== ===== ===== ===== =====

Ik ben nu zo’n 34 jaar vrijwilliger. Mijn leven is er mee verbonden, kun je wel zeggen. Vanaf 1987 werk ik in de Botanische tuin Afrikaanderwijk, waar ik de plantjes zaai, verspeen en opkweek. Omdat de tuinman was overleden zou ik een paar daagjes komen helpen, maar ik zit er nog steeds. Deze mooie tuin is een rustpunt voor de vele bezoekers. Je hoort hier niets van het verkeer en waant je in de natuur.
Sinds vorig jaar doe ik mee met Stadstrainers. Toen was het thema contact tussen ouderen en jongeren. Ik liep met schoolkinderen door de buurt en vertelde verhalen over vroeger. Dit jaar worden de ouwetjes onder elkaar, in beeld gebracht. We gaan met een tablet op stap om foto’s te maken en daar worden later teksten bij gemaakt.
Toen ik 25 jaar bij de gemeente in dienst was als vrijwilliger, ontving ik uit handen van burgemeester Aboutaleb een Erasmusspeld voor trouwe dienst.

Ik ben heel erg praktisch ingesteld en koop bijna nooit nieuwe spullen. Dat hoeft ook niet. Meestal krijg ik wat ik nodig heb, of ik vind het afgedankt op straat. De meeste kapotte spullen kan ik zelf repareren. Soms maak ik zelf wat ik nodig heb. Aan kinderen maken ben ik nooit begonnen. Veel stiefkinderen heb ik wel.

Ik ben volledig aan deze wijk gebonden en bewaar dus positieve en negatieve herinneringen aan mijn buurt. Ik ben nog 100% gezond en wil tot de laatste snik in de botanische tuin blijven werken. Tot de heer mij tot zich neemt, bij wijze van spreken, maar daar heb ik geen haast mee. Ik zie nog voldoende perspectief.

© Roland Huguenin december 2021

 

© Foto Joke Schot juni 2021

Foto-expositie “Biografie & Familiealbum Wielewaal”

© Foto Joke Schot 2020

BIOGRAFIE & FAMILIEALBUM WIELEWAAL
25 september t/m 22 oktober 2021 te zien in de Wijkwinkel, Rollostraat 53

Op zaterdag 25 september is de opening van de foto-expositie “Biografie & Familiealbum Wielewaal” van Joke Schot en Roland Huguenin, te zien en te beleven op locatie in de Wielewaal zelf, in aanwezigheid van bewoners. Deze expositie toont portret- en familiefoto’s van bewoners uit tuindorp Wielewaal.

Tevens is deze middag gereserveerd voor de première van de nieuwe luistervoorstelling “De Wielewaalers” met verhalen uit een unieke woonwijk in Rotterdam-Zuid. Tweeëntwintig bewoners deelden hun levensverhaal. De luistervoorstelling is op ons verzoek gemaakt in de Verhalenkeet, de mobiele studio van Verhalenhuis Belvédère. Na de voorstelling wordt het bijbehorende luisterboek gepresenteerd. Het is aan te raden om voor de luistervoorstelling te reserveren bij Verhalenhuis Belvédère via deze link.

Joke en Roland raakten in 2017 betrokken bij de Wielewaalers en hun strijd voor het behoud van het karakter en de geborgenheid van hun wijk, die ernstig worden bedreigd door omvangrijke sloop- en vernieuwingsplannen.

Programma
13:30 – 19:00 “Biografie + Familiealbum Wielewaal”
14:00 – 14:30 “De Wielewaalers, verhalen uit een unieke woonwijk”
16:00  Pierre van Duijl zingt smartlappen, levensliederen en chansons.

Je bent van harte uitgenodigd om deze middag mee te maken

+++++ +++++ +++++ +++++ +++++ +++++ +++++ +++++ +++++ +++++

INLEIDENDE TEKST BIJ DE EXPO

Leven in tijden van overvloed en woningnood

De levensloop van Wielewaal is een klein mirakel. De wijk werd opgeleverd in mei 1949, midden in de wederopbouwperiode. De 545 uit baksteen opgetrokken noodwoningen, zouden 25 jaar blijven staan.
Ruimte, groen en geborgenheid vormen de basis van het stedenbouwkundige ontwerp van tuindorp Wielewaal. Gebogen lijnen, kenmerkend voor het attractieve stratenplan, maken van de kleine wijk een groots ontwerp. Wielewaal ligt prachtig ingebed in de historische contouren van een landelijke omgeving. Een karaktervol ensemble.

Voor insiders is het verhaal van tuindorp Wielewaal een tragedie, maar de stad Rotterdam is zich nog niet van bewust van het drama dat zich daar voltrekt. Het verhaal van de Wielewaalers gaat over verlies en onmacht, in een ongelijke strijd.

Toen Joke Schot en Roland Huguenin in 2017 nietsvermoedend door Wielewaal fietsen, stuitten zij op een goed bewaard geheim. Zij werden gegrepen door een betoverende atmosfeer. Naast fotogenieke schoonheid, was er een confrontatie met maatschappelijke ongelijkheid. Spandoeken met de tekst Wielewaalers wijken niet voor Woonstad spraken voor zich. Zij zagen een niet te missen kans en droegen zichzelf op om dit alles vast te leggen, voordat de sloophamer door de wijk zou razen. Tegelijkertijd stelden zij de vraag: wat gebeurt hier en waartegen zijn die Wielewaalers in verzet?

De architecten van Wielewaal stond niet direct voor ogen om een wijk te ontwerpen die model zou staan voor een modern en tijdloos woonconcept. Een concept van maatschappelijke vernieuwing, waarin een goede en aantrekkelijke leefomgeving centraal staat.

Dat de verschrikkingen van de oorlog definitief zouden plaatsmaken voor een democratisch bestel, waarin vooruitgang en welvaart breed gedragen opgaven zouden zijn, lag in de lijn der verwachtingen, maar gezien een enorm gebrek aan middelen was dat niet vanzelfsprekend. Er waren decennia nodig om het nieuwe Nederland uit de grond te stampen. Rotterdam kampte met grote woningnood en maakte haast met het laten herrijzen van de stad.

Onbedoeld werd Wielewaal een schoolvoorbeeld van vooruitgang. Hier waren de contouren van de nieuwe tijdgeest al tastbaar. Koningin Juliana was aanwezig bij de officiële opening van de wijk.

In Wielewaal werden arbeiders gehuisvest in eenvoudige grondgebonden woningen. De wijk was al snel geliefd. Wie er wilde gaan wonen werd geconfronteerd met een lange wachtlijst.

In 2021 houden de Wielewaalers zich vast aan de laatste strohalmen van hun bestaan. Voor hun is de gemeente Rotterdam al jaren niet meer het warme nest waarin zij zich waanden. Hun leefwereld wordt langzaam maar zeker verminkt en vernietigd. Zij voeren actie en claimen hun bestaansrecht bij de rechter, maar de kans op rehabilitatie is nihil.

De bestuurders van de stad zijn verwikkeld in een vrijheidsideaal dat dwingt tot ondernemen. De stad is het speelveld van prestige en voelt geen binding met mensen in hun bestaan. Wie Rotterdam betreedt, betreedt een businesscase, een decor van geld en macht. Coolsingel en Blaak zijn in handen van beleggers, geldschieters en bouwconsortia die altijd dubbel zes gooien. De kleyne luyden staan buiten spel.

Woningnood lijkt een maatschappelijk pressiemiddel, maar in werkelijkheid ligt de regie in handen van de bezittende klasse. Verbondenheid en solidariteit, kwetsbare verworvenheden van de democratie, zijn afgekocht door een topelite die zich nauwelijks laat beïnvloeden. Het drama van de Wielewaalers is een spiegel van het huidige tijdsgewricht. Of de huidige toekomst een verleden schraagt, laat zich lastig becijferen.

Dit initiatief is tot stand gekomen dankzij financiële steun van de Gemeente  Rotterdam

Mustapha: “De Tweebosbuurt is mijn leerboek”

© Foto Joke Schot juni 2021

In de serie ‘Wonen in blessuretijd – verhalen van Rotterdammers’ vertellen bewoners over hun persoonlijke wooncrisis. Deze keer Mustapha Eaisaouiyen (46) uit de tweebosbuurt.

Ik ben geboren in Marokko. In 1975 verhuisde ik op eenjarige leeftijd met mijn ouders naar Nederland. We kwamen terecht in de Hillestraat in Rotterdam. In het kader van de stadsvernieuwing werd ons huis daar onder handen genomen en zaten we tijdelijk in een woning aan de Brede Hilledijk. Daarna konden we terugkeren naar onze opgeknapte woning, waar ik tot mijn achttiende jaar verbleef. Toen verhuisden mijn ouders naar de Mondriaanflat in de Kaapstraat, waar ik nog een aantal jaren bij hen heb gewoond. Daarna woonde ik nog enkele jaren bij mijn zus in de Transvaalstraat en later zelfstandig in datzelfde huis. Vervolgens ging ik samenwonen op de Brede Hilledijk. In 2000 kochten we een nieuwbouwwoning op Katendrecht, helemaal achterin, vlak bij het water, die in 2002 werd opgeleverd. Na de scheiding moesten wij de woning verkopen. Voordat ik mijn huidige woning betrok, heb ik nog een tijdje bij mijn zus ingewoond.

Een groot deel van mijn leven heb ik in de Afrikaanderwijk gewoond. Het was hier vroeger veel gezelliger. Ik had echt een mooie jeugd. Veel van mijn vrienden zijn vertrokken, maar ik wil hier toch niet weg.

Ik kende de oude buurten hier. Er is heel veel veranderd. De echte Kapenezen zijn al jaren geleden weggebonjourd. De Afrikaanderwijk is al grotendeels getransformeerd. Nu wordt ook de Transvaalwijk aangepakt. Ramen en deuren worden dichtgezet met ijzeren platen.
De duurste woning van heel Nederland komt straks op de grens van Katendrecht en de Afrikaanderwijk te staan. Als je dat twintig, dertig jaar geleden had voorspeld, hadden ze je voor gek verklaard. Op Katendrecht wilde je nog niet dood worden gevonden. Dat is nu getransformeerd tot een zogenaamde succeswijk. Succes voor wie?

Toen ik zelf op Katendrecht woonde was de gezelligheid verdwenen. Van de authentieke sfeer was niets meer over. Ik kende sommige buren en daar bleef het bij. Vroeger kocht je gewoon een broodje kaas. Dat is vervangen door een bagel belegd met geitenkaas, wat snippertjes rucola, vage brokjes walnoot en een druppel honing à 7,50 euro. Dat is het verschil.

Ik kom uit een gezin met acht kinderen. Mijn twee oudste zussen waren al getrouwd en zijn in Marokko gebleven. De overige zes kinderen zijn in Nederland opgegroeid. Twee oudere zussen wonen al lange tijd in Groningen. Een broer woont in Boskoop, een zus woont achter de Laan op Zuid en een broer woont hier vlakbij in de Afrikaanderwijk.

In Marokko was mijn vader smid. Lichamelijk zwaar belastend werk. Hij is als arbeidsmigrant naar Nederland gegaan. Al vrij jong had hij problemen met zijn rug, waardoor hij werd afgekeurd en in de WAO belande. In 2004 is mijn vader overleden.

Vanaf mijn achtste jaar werkte ik op zaterdag en zondag van negen tot vijf in een cafeetje op de hoek van de Hillestraat en de Brede Hilledijk. Dat was een pension met café-restaurant. Dat heb ik vier jaar gedaan. Daarna heb ik op de markt gewerkt en ik was ook nog krantenbezorger. Natuurlijk deed ik ook gewoon mijn schoolopleiding. Na het V.W.O. begon ik met een studie aan de Erasmusuniversiteit. Dat liep niet goed omdat ik de juiste voorbereiding miste. Ik ben toen overgestapt naar de hogeschool voor economische studies, waar ik commerciële economie heb gestudeerd.

Na de studie ben ik als accountmanager bij een bank gaan werken. Daar was ik belast met personal banking, dat wil zeggen advisering van vermogende klanten over allerlei financiële producten. In de tien jaar dat ik daar was, heb ik veel geleerd. Gelijktijdig was ik ook eigenaar van viszaak Moby Dick in de Paul Krugerstraat. In 2002 raakte ik betrokken bij de plannen van mijn compagnon. We namen een bestaande shoarmazaak over. In de zomer gingen we enkele maanden dicht om de zaak te verbouwden. Enkele maanden later stopte mijn compagnon er mee.

Omdat ik flink had geïnvesteerd, zette ik door. Ik moest keihard werken. Die situatie zette mijn relatie onder druk. Dat was geen fijne periode voor ons. Van het opgroeien van mijn kinderen heb ik het nodige gemist.

Na de scheiding ben ik in januari 2018 op de Hilledijk in de Tweebosbuurt gaan wonen. Voor mij zat er een oude dame in deze woning. Zij was de eerste bewoonster en is hier gebleven tot ze overleed. Ik woon hier zeer naar mijn zin. Deze woning is in 1982 opgeleverd. Ik heb een ruime woonkamer en twee slaapkamers. Gezien mijn huidige gezinssamenstelling is de woning helaas te klein. Ik heb drie dochters. De jongste en de oudste pendelen op en neer en de middelste woont permanent hier.  Als ze alle drie hier zijn, slapen er twee in de woonkamer.

Ik ben in deze buurt gaan wonen om mantelzorg aan mijn moeder te kunnen geven. Zij woonde in de Christiaan de Wetstraat. Ik had dus de intentie om hier lange tijd te gaan wonen. Ik heb het hele huis grondig opgeknapt. Alle kozijnen, deuren, ramen, wanden en vloeren zijn opnieuw bekleed. Ik heb intensief voor mijn moeder gezorgd. De laatste jaren dementeerde ze. Eind vorig jaar is ze overleden.

Ik ben geboren in Beni Sidel, een kustdorp in het noorden van Marokko. Uiteraard heb ik geen herinneringen aan die korte periode. Inderdaad, burgemeester Aboutaleb is geboren in hetzelfde dorp als ik, maar dat schept geen band. Hij heeft mij enorm teleurgesteld. Pas toen de problemen in de Tweebosbuurt al twee jaar speelden liet hij zijn gezicht een keer zien in deze buurt. Rijkelijk laat. Ik heb mijn teleurstelling daarover aan hem duidelijk gemaakt, omdat hij er prat op gaat dat hij wekelijks een dag doorbrengt in Carnisse. Hij voelde zich beledigd door die constatering. In niet mis te verstane bewoordingen liet ik hem weten dat hij zaken niet moet omdraaien en niet het recht heeft om zich beledigd te voelen. Die ontmoeting heeft een onuitwisbare indruk op mij gemaakt. Ik sta volledig in mijn recht, want zo ga je niet met mensen om.

Aboutaleb is een trotse man en zal zich niet snel laten beïnvloeden. Samen met meneer Kurvers houdt hij vier handen op één buik. Triest. Aboutaleb is voorzitter van het bestuur van het NPRZ. Uitgangspunt in het programma is dat de huidige bewoners centraal staan. In de Tweebosbuurt is dat duidelijk niet het geval. Je zou mogen verwachten van een burgemeester, wanneer die ziet dat genomen besluiten zijn stad voor een bepaalde groep mensen in een moeras veranderen en daar vervolgens op wordt aangesproken, daartegen in het geweer komt. Hij zou tegen zijn wethouder kunnen zeggen dat een koers uit 2016 die totaal niet meer past bij de situatie in 2021, moet worden verlegd. Zitten we nog wel op de goede weg, is het niet eens tijd voor kritische reflectie? Steevast luidt zijn antwoord nee, want hij staat boven de partijen, moet leiding geven aan het politieke proces en wat is vastgelegd in de Woonvisie moet worden uitgevoerd.

De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen.

De sloop van de Tweebosbuurt is begonnen met de vermindering van de verhuurdersheffing. Vestia zag in dat sloop flink wat geld zou gaan opleveren. In feite heeft minister Ollongren alles voor ons verpest. Als dat niet was gebeurd, zou deze buurt uiteindelijk misschien toch wel weer eens zijn opgeknapt, na vijfendertig jaar.

Die prikkel heeft een domino-effect teweeg gebracht waardoor het hele sociale proces is overgeslagen. Alle aandacht was nodig voor het financiële proces. Vestia diende een sloopaanvraag in en moest het college om goedkeuring vragen. Tijd voor de bewoners was er niet. Die informeren we later wel. In een deugdelijk proces begint bij het begin en vervolgens ga je met elkaar in gesprek. Nu was er al een sociaal plan opgesteld voordat de bewoners ook maar over iets waren geïnformeerd. Er was totaal geen inspraak mogelijk en bewoners werden van begin af aan geconfronteerd met een intimiderend proces.

Vestia had drie jaar de tijd voor de sloop. Die termijn zou aflopen op 1 juli van dit jaar, maar door corona hebben woningcorporaties van de regering een jaar extra gekregen om te mogen slopen. Ook de herbouw mag een jaar langer duren.

De huurdersraad van Vestia gaf aan dat er eerst moest worden gebouwd en daarna pas gesloopt. De terreinen waarop nu Parkstad en de Leeuwenkuil worden ontwikkeld liggen al vele jaren braak. Daar had men kunnen beginnen met nieuwbouw van sociale woningen. Maar dat was niet de bedoeling. Er is ingezet op upgrading en men wilde juist af van de grote voorraad sociale woningen. Doel is om de bevolkingssamenstelling te veranderen. Er komen hier 101 woningen in het hoger huursegment (vanaf 1200 euro per maand) en 143 koopwoningen in het topsegment. Nieuwe sociale (huur)woningen zijn weggemoffeld in de marge.

In de nieuwbouwprojecten tegenover mij,  worden kleine woningen met een vloeroppervlak van zo’n 50 m2, die rond de drie ton moeten gaan opbrengen, betaalbaar genoemd. De duurste woningen liggen rond de anderhalf miljoen.

De markt heeft maar één doel: winstmaximalisatie. Dus als je wonen aan de markt overlaat heeft dat tot gevolg dat de huren omhoog gaan en dat onderhoud tot het minimum wordt beperkt. Een simpele economische wetmatigheid. De markt doet precies wat je mag verwachten. Daarom zeg ik dat woningen geen verdienmodel mogen zijn. Wonen is een primaire levensbehoefte.

De bewoners zijn gedwongen tot uitverhuizen. De ervaring leert dat maar maximaal 20 procent van de zittende bewoners met terugkeergarantie, ook daadwerkelijk terugkeert. Bij de tweede verhuizing krijg je 500 euro vergoeding. Daar kun je een verhuizing niet van bekostigen en de meest sociale huurders beschikken niet over voldoende middelen om reserves te kunnen opbouwen.

De exorbitante stijging van de grondprijzen veroorzaakt de grote problemen. De gemeente kan goed verdienen wanneer grond voor hoge prijzen kan worden verkocht aan kapitaalkrachtige ontwikkelaars. Ook de WOZ-waarde van de nieuwe huizen gaat veel meer opleveren.

De essentie van dit alles is hoe we gemeenschapsgelden willen inzetten. De gemeente is een bestuursorgaan, maar als burgers zijn ‘wij’ ook de gemeente en daar zien we te weinig van terug. Er kunnen aanzienlijke winsten worden geboekt, wanneer we constructies zouden aanpakken die belastingontwijking stimuleren. Dan speel je vele miljarden vrij die de bevolking toekomen, waarmee je in een klap grote problemen kunt oplossen, zoals het lerarentekort, te grote klassen en te weinig hoogwaardig zorgpersoneel. Als we die zaken aanpakken, geeft dat ook een gelijkere verdeling van inkomens en vermogen. Dat willen we niet, daar kiezen we niet voor.

We zijn geïndoctrineerd door de gedachte dat corruptie normaal is. Gelukkig zijn er altijd nog wel ‘excentriekelingen. Die worden weggezet als gekken, maar hebben het wel bij het rechte eind als ze moord en brand roepen. “Jongens, jullie worden besodemieterd, word eens wakker!” Dat gebeurde hier op 19 april in de Tweebosbuurt. “Word wakker Rotterdam, vandaag wij, morgen jullie!” Nog veel meer mensen zijn straks aan de beurt. Ook wij proberen een signaal af te geven door te zeggen: word wakker, je wordt bestolen.

Intussen is de samenleving gepolariseerd. Iedereen kan zien dat veel zaken minder goed zijn geregeld dan vroeger. Toen was er bijvoorbeeld geen leenstelsel, maar studiefinanciering en kon je makkelijker aan een woning komen. Nu wordt er gezegd: jouw slechte sociaal economische positie wordt veroorzaakt door statushouders, arbeidersmigranten, moslims, vluchtelingen en asielzoekers. Voor politieke partijen is het lastig om te moeten uitleggen dat  het belastingsysteem corrupt is, dat marktwerking in het woningbeleid niet werkt voor de massa en dat we worden gegeseld door falend beleid.

Het is niet uit te leggen dat jij of jouw kinderen geen huis kunnen vinden. Het is veel eenvoudiger om te zeggen dat de schuld ligt bij ongewenste mensen die de samenleving belemmeren, dan te moet verantwoorden dat de eigen woning in box 1 zit en dat hypotheekrenteaftrek en het eigen woning forfait vooral is bedoeld als een constructie waarvan vooral de rijken profiteren.

Populistische partijen begonnen bij Janmaat. Bijna schattig als je daar nu op terugkijkt. Maar aan wie ligt het nu, dat mensen massaal op die partijen stemmen. Dat ligt toch bij de samenleving, daar zijn we allemaal medeverantwoordelijk voor. De conservatieve partijen spinnen garen bij de verdeeldheid op links en de opmars van populistisch rechts. De grote buit is voor hun.

In Nederland wordt getolereerd dat het onderwijs ondermaats is. We tolereren dat het minimum loon en de uitkeringen nog steeds zo laag zijn dat mensen in armoede moeten leven, dus we tolereren dat er geen koppelingen zijn gemaakt met de gangbare loonontwikkelingen in Nederland en tolereren op de koop toe dat het arbeidersvolk wordt uitgemolken. Daar liggen de feitelijke oorzaken. Armoede is beleid. Asielzoekers hebben daar niets mee te maken.

Veel mensen achter de politieke partijen gaan voor het persoonlijk gewin. Ik wil aan de macht blijven en invloed kunnen uitoefenen. Als bijvoorbeeld meneer Wilders premier zou worden, zouden we moeten leven in een opgehitste angstcultuur. Maar even los gezien van zijn persoon, denk ik dat veel mensen hun geloof in de democratie hebben opgezegd. Een aanzienlijk deel van de bevolking stemt niet meer, zeker gezien op gemeenteraadsniveau in Rotterdam. We worden hier geregeerd door een kleine minderheid.

De VVD heeft het bezit van een eigen woning centraal gesteld, want dat is een van de laatste  manieren waarop je nog een beetje eigen vermogen kunt opbouwen. Daar haakt de gewone man op aan en dat stimuleert het misplaatste conservatisme: behouden wat je hebt en niet willen delen. Gemeenschapszin ontbreekt. Feitelijk is de VVD natuurlijk een ondernemerspartij, gericht op de grote kapitalisten.

Er zijn vele factoren die de problemen van nu zo gecompliceerd en ongrijpbaar maken. Wat vooral zorgen baart is dat kinderen niet worden opgeleid tot kritische denkers, waardoor commerciële manipulatie en gebrek aan goede informatie hen kwetsbaar maken. Dat is één van de grootste mankementen van ons onderwijssysteem. Tegen mijn eigen kinderen zeg ik altijd dat ze niet klakkeloos moeten aannemen wat ik zeg omdat ik hun vader ben, maar dat ze altijd op onderzoek moeten uitgaan. Klopt het wel wat hij zegt, klopt het wel wat docenten beweren. Wees een luis in de pels. Dan ben je een kritische denker. Daar worden we allemaal beter van.

Door het politieke systeem niet goed genoeg worden bevonden en een buurt rucksichtslos slopen omdat de mensen die minder verdienen dan anderen niet meer goed genoeg worden bevonden voor die buurt. Dat is verwerpelijke bevolkingspolitiek. Een kwalijke tendens. Mensen worden hier gediscrimineerd op basis van hun inkomen. Ik schreeuw het van de daken, maar niemand luistert.

Volgens het Handelingsperspectief Afrikaanderwijk van het NPRZ, wordt het negatieve beeld van de Afrikaanderwijk bepaald door drukte, parkeerproblematiek en allochtonen. Allochtonen vormen een negatieve associatie. Ik ben een negatieve associatie. Vestia gebruikt dat als argument richting het gerechtshof, om aan te tonen dat de wijk slecht is, en niemand wil inzien dat er sprake is van discriminatie. Men neemt het van elkaar over alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Krankjorum. Ooit komen ze tot inkeer, maar dan is het te laat.

Soms moest ik huilen als ik documenten doorlas. Lees ik het wel goed, staat hier echt wat ik lees. Over de bezwaarprocedure om de vogelnesten te beschermen, door ons gevoerd in het kader van de wet natuurbescherming, staat in de notitie van de landsadvocaat daarover, dat Parkstad alleen een succes kan worden als de Tweebosbuurt wordt gesloopt. Wij staan dat succes in de weg. Dan kook je van woede. Hoe durf je het op te schrijven.

De landsadvocaat is ingeschakeld door de gemeente. Die mensen kosten tussen de 500 en 750 euro per uur. Eén van de oud-partners is beschuldigd van zelfverrijking en adviseert om ons hier weg te sturen zodat Parkstad succes kan oogsten. Pas een beetje zelfreflectie toe. Zulke bizarre tarieven rekenen, ten laste van de gemeenschap.

Natuurlijk word je boos. Ik ben een jaar lang boos geweest. Ik kon een jaar lang niet slapen. Ik ging met boosheid naar bed en ik stond boos op. Ik kreeg nachtmerries. Iedere nacht droomde ik over Vestia. Dag en nacht boos zijn is niet gezond hoor. Dat hou je niet vol. Gelukkig is dat nu minder geworden.

Soms zat ik 18, 19 uur per dag achter mijn laptop, in de weer met volkshuisvesting. Ik hielp onze advocaat met het schrijven van antwoorden op de memorie van grieven van Vestia. De sociale advocaat kan al die documenten niet doorspitten. Dat kost te veel tijd, gezien de vergoeding die hij krijgt per cliënt. De sociale advocatuur wordt afgeknepen. Om goed te zijn voorbereid op onze zaak, moesten we zelf ook wat leveren. Daar zijn veel uren in gaan zitten. Ik had totaal geen verstand van volkshuisvesting. Die kennis moet je eigen maken. Het begon met googelen en vervolgens onderzoek doen door het lezen van rapporten, stukken en artikelen, uitspraken van de minister volgen, wat hebben de gemeente, Vestia in het verleden gezegd, wat is daar van vastgelegd, wat beoogt het NPRZ, wat doet het waarborgfonds, waar staat Aedes voor.

Ik heb nu een uitkering, maar wil weer aan de slag. In de afgelopen vijftien maanden heb ik wel wat geleerd. Die kennis breng ik in praktijk door buurtgenoten te helpen. Dat doe ik graag. Ik begeleid nu zo’n twaalf mensen uit deze buurt, door voor ze te schrijven, te begeleiden in gesprekken met Vestia en mee te gaan naar rechtszaken. Het is mooi als ik me ook kan inzetten voor andere buurten. Ik weet hoe je een bewonerscommissie kan optuigen, waar je wel of niet over mag praten, hoe de wet in elkaar steekt. Uit andere buurten word ik al benaderd met vragen over herstructurering en renovatieprojecten. Ik adviseer die mensen om te voorkomen dat woningcorporaties over ze heenlopen. Het zou mooi zijn als ik daar een boterham mee kan maken.

Ik kan de woningcorporatie zo uitleggen hoe je een wijk kunt herstructureren zonder het eigen gelijk bij de rechter te moeten afdwingen. We gaan slopen, we gaan iedereen dagvaarden en we gaan iedereen bang maken. Dan creëer je dwangmiddelen waarmee je al heel wat bewoners kunt afschudden. Sommige woningcorporaties kiezen doelbewust voor deze tactiek. Het gebeurt op onze manier en als je het daar niet mee eens bent vechten we het wel uit bij de rechter.

Van respect voor zittende bewoners, hun sociaalmaatschappelijke kaders en de cultuurhistorische waarden van hun buurt, komt weinig terecht op het moment dat het rijk 27 miljoen euro aan de woningcorporatie geeft en daarmee stimuleert om te gaan slopen. Verwacht dan geen respect. Dat komt met name omdat Vestia technisch failliet is en elk miljoen dat binnenkomt goed kan gebruiken in haar overlevingsstrategie. Dit was nooit gebeurd als ze nu een sterke organisatie met een gezonde financiële basis zou zijn. Huurders worden gebruikt als doekje voor het bloeden.

Binnen de taken van de Autoriteit Woningcorporatie, de toezichthouder, valt ‘corporate governance’. Dat houdt verband met hoe besluiten tot stand komen. Zij moeten inzien dat het toezicht in het verleden beter was geregeld, omdat die meer was geënt op de positie van de huurders. Tegenwoordig  is dat minder omdat wordt verwacht dat alles met de overlegwet wel goed geregeld is. Die overlegwet is een papieren tijger. Je mag advies uitbrengen over bepaalde zaken. Dat heeft veel te maken met onze kijk op de samenleving. Als je daar niets in bijstelt, verbetert er niets aan de positie van burgers.

Dat is nu wel duidelijk geworden bij de meeste politieke partijen. Bewoners in Wielewaal, Tweebosbuurt en Patrimonium’s hof hadden veel meer inspraak moeten krijgen. Nu tijgen bewoners keer op keer naar de rechter. Dat is toch niet de manier waarop je met bewoners wilt omgaan. Het zijn jouw huurders, jouw kinderen. die drijf je toch niet naar de rechtbank.

Gelukkig zie je wel een kentering ontstaan. Natuurlijk moeten we dat eerst zien en dan geloven. Na de formatiebesprekingen, gemeenteraadsverkiezingen weten we pas echt of men daar werk van gaat maken, want anders zijn dat loze beloften geweest. Ze krijgen een nieuwe kans. We hebben ook geen andere keuze. Laat ze het maar waarmaken.

Sloop is een maatschappelijke casus van hoe het niet moet. Hier kun je echt veel van leren, als je wilt. De Tweebosbuurt is mijn leerboek.

© Roland Huguenin juni 2021

Foto-expositie ‘Wonen in Blessuretijd – Verhalen uit Zuid’ 16.06 – 24.07

© foto Joke Schot juni 2021

In het kader van Rotterdam Architectuur Maand presenteert Paviljoen … aan het water de foto-expositie Wonen in Blessuretijd – Verhalen uit Zuid van fotograaf Joke Schot en publicist Roland Huguenin.

Deze expositie is samengesteld op uitnodiging van curator Arzu Ayikgezmez, als vervolg op de fotoserie ‘Zuid WOONT!’ en de gespreksavond ‘Tafel op Zuid’ die in de zomer van 2020 plaatsvonden in Paviljoen … aan het water. De expo toont portretten van bewoners uit de Tweebosbuurt, aangevuld met beelden van hun woning en dierbare voorwerpen. De beelden worden aangevuld met tekst en audiofragmenten.

Aanleiding
Op 19 april begon de sloop van 535 sociale huurwoningen in de Rotterdamse Tweebosbuurt. Daarvoor in de plaats bouwt de gemeente 374 woningen terug, waarvan slechts 130 in de sociale sector. Een aantal bewoners die weigeren te vertrekken mogen van de rechter blijven. Woningcorporatie Vestia is hiertegen in beroep gegaan. De rechtszaak loopt nog, maar intussen wordt de buurt onleefbaar door de sloop van leegstaande panden.

Wat betekent dit voor de bewoners?
Voor Recht op de Stad maken Joke en Roland de rubriek ‘Wonen in Blessuretijd – verhalen van Rotterdammers’. Hiervoor interviewen zij bewoners over hun persoonlijke wooncrisis.

Openingstijden Paviljoen … aan het water
vrijdag              18:00–23:00
zaterdag           18:00–23:00
Openingstijden kunnen afwijken in verband met de actuele agenda en evenementen. Kijk op de fb-pagina van P…ahw

In verband met corona kan een beperkt aantal bezoekers worden ontvangen. Stuur graag even een mail als je wilt komen kijken (en eten!) via [email protected]

Adres: Brielselaan 157, 3081 AC Rotterdam

Via het OV bereikbaar met tram 2 en bus 44

Arthur (58): “Vrijplaatsen zijn nodig!”

In de serie ‘Wonen in blessuretijd – verhalen van Rotterdammers’ interviewen we bewoners over hun persoonlijke wooncrisis. Deze keer het verhaal van Arthur op het Quarantaineterrein, Heijplaat.

(Foto: Fleur Bergman)

“Kennissen vroegen me een jaar of tweeëntwintig geleden of ik bij hun vereniging wilde, omdat hier een ruimte vrijkwam. Ik woonde toen in onderhuur in een kleine ruimte in een rothuis dus alles was beter, ook als het met de onzekerheid van het krakersbestaan kwam. Daar was ik al vertrouwd mee. Om als student met net genoeg geld voor de trein naar het conservatorium het ouderlijk huis te kunnen verlaten, kraakte ik een pand in Noord. Veel panden waren voor het uitkiezen. Ik koos voor een pand dicht bij mijn vrienden. Dat waren andere tijden. Jonge mensen nu betalen zich blauw voor een paar vierkante meter. Waarom gaan jongeren de straat niet op?” 

“Goed voorbereid verscheen ik voor de ballotagecommissie. Met mijn organisatorische en artistieke kwaliteiten versloeg ik de twee andere kandidaten glansrijk. De bewoners hadden een initiatiefplan voor het Quarantaineterrein en ik hielp graag mee aan een poging dat uit te voeren. Vijftien à twintig jaar lang wilden wij een woon- en kunstbestemming. Ondanks dat het al lang werd bewoond, kreeg het terrein die bestemming niet officieel. In al het getouwtrek rondom het bestemmingsplan voor Heijplaat bood de Leegstandwet ons een kans. Die gaat uit van het feitelijke gebruik. We waren helaas niet opgewassen tegen Havenbedrijf Rotterdam dat het terrein sinds 2004 pacht. Het havenbedrijf wilde bewoning niet als bestemming en wethouders hadden geen belang bij wat anders willen. Die zien enkel belangen voor hun partij en zichzelf. Iedere vier jaar weer andere prestigeprojecten.” 

“De woonsituatie kwam met wat ongemakken. Hoewel we in verschillende gebouwen afzonderlijke huishoudens voerden, ziekte het havenbedrijf ons door onze verschillende adressen in de basisadministratie te veranderen in maar één adres. Zo financieel op één hoop gegooid zijn, gaf soms gedonder met instanties als een van ons een schuld had. Tegelijkertijd stond dit terrein in folders van het bedrijf als artistieke broedplaats en lag drie ton die de gemeente voor ons initiatiefplan had vrijgemaakt in zijn kas weg te rotten. Sinds 2014 hebben we een contract om niet voor tien jaar, ieder met een eigen adres. Hier komt geen vrijplaats voor kunstenaars.” 

“Ik vertel vrienden dat ik over drie jaar weg moet. Soms word ik in die gesprekken op alternatieve woonideeën gebracht. Ik kan niet in een rijtjeshuis wonen. Een gewone woning huren, heb ik nog gedaan nadat mijn woning in Noord werd gesloopt tot ik uit mijn tweede daaropvolgende woning moest vertrekken wegens renovatie, maar dat is niks voor mij. Ik heb veel ruimte nodig voor al mijn apparatuur en moet ook ‘s nachts muziek kunnen maken. Belangrijker dan een thuis is voor mij een werkplek. Ik leef voor mijn werk tot aan mijn dood. Als ik een weiland kan kopen waarop ik een loods mag zetten, dan doe ik dat. Dan zet ik in die loods een caravan. Coöperatief beheer van een bedrijfspand heeft ook mijn interesse. Helaas heeft Nederland te veel regels. Met alle controle en bureaucratie is hier maar heel weinig mogelijk.” 

“In de jaren tachtig wilde ik met een paar vrienden een voormalige rockabillyclub in gebruik nemen. We belden Stichting Kunstaccomodatie Rotterdam (SKAR) met de vraag of zij het pand wilde beheren en maakten een afspraak met de directeur. Lang stonden we voor de club te wachten, vroeg in de ochtend in de kou na een nacht werken. Toen we uiteindelijk de directeur belden, vernamen we dat hij de afspraak niet nakwam, omdat hij geen interesse had in het pand. Vanwege die slechte behandeling kreeg ik voorrang voor een atelier ondanks dat het eigenlijk niet voor muzikanten was bedoeld. Fatsoenlijk was de manier waarop SKAR mij een werkruimte bood dus niet. Ondertussen is de stichting helemaal niet meer wat ze moet zijn. Ze is druk met eigen projectjes ontwikkelen in plaats van zich echt voor kunstenaars inzetten. SKAR lijkt een projectontwikkelaar te zijn geworden. En kunstenaars gaan de stad uit.” 

“Omdat mijn zakelijke contacten momenteel vooral in Rotterdam zijn, blijf ik graag in de buurt. Wat mij betreft is veel mogelijk, maar de stad biedt met veel regels weinig mogelijkheden om mensen zelf te laten ondernemen. Ondertussen wil de gemeente rijke mensen aantrekken. De beste manier om dat te doen, is juist met een levendige creative industry. Vrijplaatsen zijn nodig! Een wethouder voor Cultuur zou niet alleen wat subsidie over wat culturele instellingen moeten verdelen, maar zich in de breedte voor kunst moeten inzetten. Dat betekent ook zorgen voor huisvesting voor kunstenaars. De politiek moet anders. Die van onderen aanpakken, begint met het thema ‘wonen’. Dat gaat iedereen aan en is dus het onderwerp om iedereen te verenigen. Zo kunnen we winnen van machtige partijen als zorgverzekeraars en een havenbedrijf. Daarom ben ik blij dat Recht op de stad nu bestaat.” 

Claudia: “Zo ga je niet met mensen om”

© foto Joke Schot mei 2021

In de serie ‘Wonen in blessuretijd – verhalen van Rotterdammers’ vertellen bewoners over hun persoonlijke wooncrisis. Deze keer Claudia (38) uit de Rakstraat in Nieuw-Crooswijk.

Claudia is belast met een chronische aandoening. Tot overmaat van ramp had ze twee jaar geleden een zwaar auto-ongeluk waardoor ze blijvend invalide raakte. Vanaf dat moment nam haar leven een ingrijpende wending. Uitval in haar benen maakt staan en lopen op sommige dagen onmogelijk.

Claudia moet accepteren dat er beperkingen zijn ontstaan, waardoor ze blijvend is aangewezen op hulpmiddelen en intensieve thuiszorg. Haar benen moeten dagelijks worden gezwachteld, zodat pijnlijke zwellingen controleerbaar blijven. De laatste twee jaar is het lastig voor haar om naar buiten te gaan. Noodgedwongen speelt een groot deel van haar bestaan zich af in haar woning.

De woning van Claudia is aangepast voor ADL (algemene dagelijkse levensverrichtingen). Haar woonkamer is zodanig ingericht dat er ruimte is om met een rolstoel te kunnen manoeuvreren. Langs een wand staan flinke stapels dozen. Een voorraad medische materialen en medicijnen waar Claudia een maand mee toe kan. Ook staat er een behandeltafel voor fysiotherapie.

Claudia moet nog leren om zich naar haar afhankelijk te schikken, maar haar gemoed bruist van levenslust. Ze is niet van plan om zich te laten wegstoppen in een senioren- of bejaardencomplex omdat de zorgvoorzieningen die ze nodig heeft daar al standaard aanwezig zijn.

In maart is woningcorporatie Woonstad begonnen met groot onderhoud. De woning van Claudia is volledig aan het oog onttrokken door bouwsteigers die zijn afgeschermd met wit doek. Voor de steiger staan gestapelde containers. Vanuit de woonkamer op de eerste etage, blijft het zicht beperkt tot een witte waas. Alleen het gedempte daglicht schept nog een band met buiten. Omdat bouwvakkers de hele dag rakelings langs de ramen lopen, houd ze de lamellen gesloten. In het bestaan van Claudia is het bijzaak.

Er hangt Claudia een kort geding boven het hoofd. Ter voorbereiding van de zitting ontving ze een dagvaarding van 255 pagina’s, die een gedetailleerd relaas van belastende feiten bevat. Per 1 april had ze haar woning moeten verlaten omdat Woonstad dringend eigen gebruik claimt. Op 21 mei verneemt ze van de kantonrechter of ze in haar woning kan blijven totdat haar een aanvaardbaar aanbod voor overplaatsing wordt gedaan, of wordt gedwongen om een woning te accepteren die niet voldoet aan de voor haar geldende Wmo-normen. Een situatie die haar bijna radeloos maakt.

De toewijzing van miva-woningen (mindervalide woningen waarin aanpassingen zijn aangebracht voor zorgbehoevenden) verloopt in Rotterdam volgens een moeilijk te doorgronden systematiek. In het geval van Claudia treedt woningcorporatie Woonstad in de rol van zorgbemiddelaar en lijkt daarmee een positie bovenaan de keten te nemen. Claudia is een speelbal van bureaucratische willekeur en kan niet rekenen op een adequate bemiddeling in haar zorgbehoefte.
Waar ligt in de gemeente Rotterdam de regie inzake toewijzing op grond van de voorschriften van de Wmo  (Wet maatschappelijke ondersteuning) en wie houdt toezicht op de naleving daarvan?
CU/SGP, GL en SP hebben de gemeenteraad om opheldering gevraagd.

Naast de krenkende bejegening die Claudia krijgt, ondervindt zij aan den lijve dat vrijkomende aangepaste woningen veelal worden opgeschaald naar de vrije sector. Deze woningen worden onbetaalbaar voor mensen die zijn aangewezen op sociale huur. Opschaling is kennelijk lucratief voor woningcorporaties en ook in dit speciale segment een manier om de verhuurdersheffing te ontwijken. Gaan vastgoedbelangen en winst voor het belang van goede betaalbare huisvesting voor chronisch zieken en zorgbehoevenden?

Ik ben opgegroeid in West. Na mijn jeugd had ik het daar gezien. Ik kreeg werk in Crooswijk en raakte verknocht aan de fijne sfeer in deze volkswijk. Het was destijds een bewuste keuze om hier te gaan wonen. Met veel plezier woon ik nu bijna twintig jaar in dit huis. In Crooswijk wil ik oud worden.

Voor het ongeluk was ik volledig zelfstandig. Soms had ik pijn en kostte het meer moeite om dingen te doen, maar ik was niet beperkt of hulpbehoevend. Een verschil van dag en nacht vergeleken met mijn huidige situatie. In dit huis zou ik me goed kunnen handhaven als ik een traplift zou hebben. Een voorziening waar veelvuldig gebruik van wordt gemaakt. Via de Wmo zou ik er één krijgen. Op voorwaarde dat ik er minstens 10 jaar gebruik van zou gaan maken. Omdat ik op korte termijn moet uitverhuizen is de toekenning niet verleend.

In 2017 was er een enorme lekkage waardoor mijn hele woning blank stond. Het dak werd verschillende keren opgelapt en is uiteindelijk volledig vernieuwd. Bijna een jaar lang moest ik in een ‘bouwplaats’ leven, in een huis zonder dak en ramen. Er was een moment waarop de binnentemperatuur ’s nachts daalde tot -13.
Na de eerste lekkage keerde mijn verzekering een schadevergoeding uit. Daarna niet meer. Er ontstonden nieuwe waterschades en ook als gevolg van de bouw ontstond er schade. In die periode stootte ik een teen aan bouwmateriaal en liep ik een verwonding op waar ik anderhalf jaar last van hield. Ik heb een eigen bedrijf. Omdat ik thuis werk, leed ik een aanzienlijke inkomstenderving.
Ik heb Woonstad aansprakelijk gesteld voor deze schades, maar zij zien geen grond voor aansprakelijkheid en willen op geen enkele manier meewerken aan vergoeding. Na acht maanden heb ik een advocaat in de arm genomen. De schadeclaim loopt nog.

In 2019 vernam ik van Woonstad dat het complex van 13 woningen, waar die van mij toe behoort, zou worden gerenoveerd. Mijn woning wordt opgeschaald naar de vrije sector. Daar leg ik me bij neer op voorwaarde dat mijn schadeclaim wordt afgehandeld en dat ik een andere woning krijg toegewezen die voldoet aan de criteria die van toepassing zijn op mijn beperking. Helaas ziet Woonstad zich niet gebonden aan de geldende Wmo-criteria. Zij willen zelf bepalen wat ze mij aanbieden.

Mijn beperking is absoluut niet uniek, maar gezien de enorme druk op de woningmarkt en het gebrek aan coördinatie, lijkt het onmogelijk om een geschikte woning voor mij te vinden. Alle zeventien woningen die mij tot nu toe werden aangeboden door Woonstad, voldeden niet aan de Wmo-criteria die gelden voor mijn beperking en zijn om die reden afgekeurd. Dat heeft niets met bureaucratie te maken. Het is een gebrek aan inzicht en inlevingsvermogen. Je zou ook onwil kunnen zeggen. Dat neemt vreemde vormen aan, want Woonstad dwingt mij om woningen te gaan bezichtigen waarvan ik op voorhand weet dat ze niet geschikt zijn. Herhaaldelijk ben ik door mijn advocaat en een Wmo-adviseur naar binnen gedragen. Ik ben ook in woningen geweest waar ik onmogelijk met mijn rolstoel kon manoeuvreren.

Een badkamer met een oppervlakte van 3,7 vierkante meter is toch ruim genoeg, werd mij gezegd. Waarom zet je de wasdroger niet op de wasmachine. Dat scheelt weer een vierkante meter en vergemakkelijkt het zoeken. Woonstad erkent de Wmo-indicatie niet. Zij willen dat ik een medische urgentie overleg (naast de stadsurgentie die ik heb) en eisen een medische keuring bij de GGD. Mijn huisarts gaat daar niet in mee.
De medische keuring moet onder andere antwoord geven op de vragen: kan de rolstoel (die speciaal voor mij op maat is gemaakt) kleiner; moet je in elke kamer een draaicirkel van 1,5 meter kunnen maken; waarom is er een indicatie fysio aan huis en waarom is daar medische apparatuur voor nodig?

De corporatie eigent zich het recht toe om de deskundigheid van onafhankelijke partijen te beïnvloeden en onttrekt zich aan de plicht om een geschikte woning voor mij te vinden. Alle verklaringen, beschikkingen, onderbouwingen en rapporten van de huisarts, de Wmo, de rolstoelleverancier, de fysiotherapeut en de ergotherapeut met betrekking tot hulpmiddelen en voorzieningen, zijn niet goed genoeg voor Woonstad.

Ik ben al jaren in gesprek met Woonstad en heb mijn advocaat naar voren geschoven omdat ik merkte dat mijn lichamelijke beperking niet op een adequate manier wordt meegewogen in de toewijzing van woningen. Kennelijk ben ik te veeleisend in mijn verzoek om in Crooswijk, Kralingen of centrum te mogen wonen, in een goed toegankelijke driekamerwoning met een minimale oppervlakte van 75 vierkante meter. Dat is geen luxe maar noodzakelijk als ik zo zelfstandig mogelijk wil kunnen blijven functioneren.

Zodra ik deze stressvolle situatie achter me heb kunnen laten, hoop ik mezelf te hernemen, zodat ik ontspan en met minder pijn verder kan. Uiteraard hoop ik ook mijn werk weer te kunnen oppakken.

Omdat Woonstad woningen voor stadsurgentie moet achterhouden, die niet op de markt zichtbaar zijn, heb ik regelmatig aangeboden om mee te helpen en samen te werken. Daar ging Woonstad niet in mee. Zelf vond ik wel enkele vrijkomende miva-woningen die voldeden aan de voor mij geldende Wmo-criteria. Helaas werden die mogelijkheden geblokkeerd omdat deze woningen werden opgeschaald naar de vrije sector.

Één van deze miva-woningen is wederom opgeschaald omdat de woning te groot en te luxueus is. Woonstad verliest te veel als ze deze definitief aan mij zou worden toegekend. De woning is 100% geschikt voor mij en voldoet aan alle Wmo-eisen. Dat werd ook bevestigd door de Wmo-adviseur van de gemeente en mijn ergotherapeut.
Omdat de woning passend is en er op dit moment geen alternatieven zijn, heeft Woonstad deze aan me toegewezen op basis van tijdelijke huur voor maximaal twee jaar. De huurprijs van 1499 euro wordt voor mij afgeschaald naar 840 euro. Dit huurbedrag is ver boven mijn maximum toegestane huurgrens en ik kan het absoluut niet betalen. Dat is geen onwil, maar ik heb het geld niet. In die twee jaar houd ik bemiddeling, maar zodra ik een tweede woningaanbod weiger wordt de huur opgeschaald naar het oorspronkelijke huurbedrag.
Deze constructie biedt mij geen enkele zekerheid. In feite word ik vogelvrij verklaard. Ik krijg ook maar één keer een verhuisvergoeding. Daarbij wordt er aan voorbij gegaan dat ik veel meer kosten heb. Ik kan niets zelf en moet dus verhuizers inhuren omdat ik niet kan verwachten dat mijn familie en vrienden alles voor me gaan doen. Daarnaast moet ik kostbaar rolstoellaminaat laten leggen. En dan moet ik straks opnieuw verhuizen …

Via ‘De wijk aan zet’ kwam ik in contact met Marianne van den Anker en Lot Mertens. Voor het eerst werd er naar me geluisterd. Vanuit de gemeente is er op een geweldige manier bemiddeld. De burgemeester is aangesproken en via de gemeenteraad is er mediation aangeboden. Woonstad wil daar niets van horen en daagt me voor de rechter omdat ik weiger om te vertrekken zolang er geen passende woning wordt toegewezen. Daarom heeft de gemeente zich teruggetrokken.

Vanuit Woonstad is mij nooit gevraagd hoe ze het leven gemakkelijker voor me kunnen maken, wat ik nodig heb en hoe ze mij kunnen helpen. Integendeel. Het is mensonterend hoe Woonstad mij in de afgelopen maanden door de hel liet gaan, terwijl ik moest wennen aan mijn beperking, hulpbehoevend zijn, de stilte, alles wat niet meer kan, dingen moeten uitzoeken, onrust, stress. Het vraagt een flinke mentale omschakeling als je dagelijks wordt gedoucht en in bed wordt gelegd.

Huurders moeten kunnen vertrouwen op de kennis en kunde van medewerkers. Een medewerker van Woonstad vertelde kort geleden dat de corporatie geen expertise heeft op het gebied van aangepaste woningen. Ik ben niet de eerste in Nederland met een beperking. Hoe kan Woonstad verklaren geen kennis of kunde te hebben over het bemiddelen van mensen in kwetsbare doelgroepen? Waar is de verantwoordelijkheid van een woningcorporatie als ze niet weten wat de richtlijnen en eisen zijn en dus ook niet weten waar ze naar moeten zoeken? Wat doet Woonstad om die kennis te bemachtigen en de medewerkers zodanig te trainen dat ze wel alle huurders kunnen begeleiden?

Nu gebeurt het mij. Ik kan me vasthouden aan de hulp die ik krijg, maar er zijn ook mensen die helemaal geen hulp krijgen en waar het anders mee afloopt. Alleen maar omdat ze iemand uit een huis wil hebben waar ze meer geld aan kunnen verdienen. Het maakt niet uit wat dat met iemand doet. Waar is het menselijke aspect? Zo ga je niet met mensen om. Ik mis erkenning.

Mijn hoop is nu gevestigd op de politiek en op de media, ook al kost het heel wat moeite om me over mijn schaamte en de vernederingen heen te zetten.

In deze rubriek worden verhalen van bewoners opgetekend. Rotterdammers die kampen met woonstress en tegen muren oplopen als gevolg van het woonbeleid, de woonvisie en de wooncrisis. Helaas is er weinig ruimte om wederhoor te plegen, omdat de tijd ontbreekt om op vrijwilligersbasis uitgebreid onderzoeksjournalistiek te kunnen doen. Indien mogelijk wordt er teruggekoppeld naar instanties die expertise of hulp kunnen bieden.
Uiteraard wordt er kritisch doorgevraagd. In een lang gesprek heb ik Claudia goed aan de tand gevoeld. Goedbedoelend stelde ik haar pijnlijke vragen. Vragen waar ik zelf van schrok terwijl ik ze stelde, omdat ik gevoelige snaren raakte als ik beter wilde begrijpen hoe dingen in elkaar steken.

De Praagse schrijver Franz Kafka (1883-1924) raakt wat in de vergetelheid. Naast zijn prachtige oeuvre liet hij ook een nieuwe definitie van uitzichtloze beklemming na. Hij had het verbijsterende relaas van Claudia niet beter kunnen beschrijven dan de Rotterdamse werkelijkheid het aan haar oplegt. Puur kafkaiaans.

Zelf zegt Claudia:
Ik kies er voor om door te gaan, omdat deze ellende nooit meer mag gebeuren. Ik wil dat mijn strijd een nieuw begin is van een hoopvolle toekomst voor alle mensen die een reis moeten maken.

© Roland Huguenin mei 2021

© foto Roland Huguenin mei 2021

 

Pagina 1 van 3

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén