Het betere plan voor wonen in Rotterdam

Categorie: In het nieuws Pagina 1 van 3

Gerard: “Ik laat me niet intimideren”

© Foto Joke Schot juni 2021

In de serie ‘Wonen in blessuretijd – verhalen van Rotterdammers’ vertellen bewoners over hun persoonlijke wooncrisis. Deze keer het verhaal van Gerard (83) uit de De la Reystraat in de Tweebosbuurt.

Gerard is geboren in de Johannes Brandstraat. In zijn eerste levensjaar verhuisden zijn ouders naar de De la Reystraat, even verderop. Daar is hij altijd blijven wonen. Tijdens de renovatie in 1987 schoof hij door naar een woning aan de overkant die al was opgeleverd. “Aan mijn woning mankeert niets. Er is wat achterstallig onderhoud, als gevolg van opzettelijke verwaarlozing, maar deze woningen kunnen nog jaren mee.”

De De la Reystraat ligt tussen de Pretorialaan en de Putselaan en is zo’n 500 meter lang. Het laatste gedeelte van de straat, huisnummers 74 tot 110, is aan beide zijden bebouwd met gesloten bouwblokken. De honderd jaar geleden gebouwde portiekwoningen werden in 1987 grondig gerenoveerd. Dit jaar is de oneven zijde opnieuw ‘cosmetisch’ gerenoveerd. De even zijde zal binnenkort worden gesloopt en vervangen door dure koopwoningen.

Het oude politiebureau op het Afrikaanderplein was in de oorlog een gaarkeuken. Daar werkte toen een oom van me. Af en toe kregen we een extra schepje bietenpulp van hem. Tijdens de hongerwinter raakte ik verzwakt. Na de oorlog ging ik naar het Bio-Vacantieoord om aan te sterken.

Mijn vader was een gezonde, vrolijke vent met een weelderige haardos. In de oorlog werd hij weggevoerd naar Duitsland, waar hij te werk werd gesteld in een locomotieffabriek van Henschel in Kassel. Die fabriek werd veelvuldig gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen. Vele dwangarbeiders vonden daar de dood. Als ze zich na zo’n aanslag weer naar buiten waagden, zagen ze de uiteengereten lijken in de bomen hangen. Als voeding kregen ze soep gemaakt van wat snippers kool waarin een druppeltje vet dreef. Tandeloos en kaal keerde hij na vier jaar terug naar huis. Ik herkende hem niet meer. Als jochie begreep ik dat niet goed. Op zijn sterfbed heeft hij deze gruwelijke ervaringen aan mij verteld. In 1971 is hij overleden.

Mijn oudere broer Piet werd in 1946 op 21-jarige leeftijd uitgezonden naar Nederlands Indië, om deel te nemen aan de politionele acties. Hij was getalenteerd, speelde in een bandje en kon prachtig tekenen met Oost-Indische inkt. Na zijn terugkomst zou hij naar de tekenacademie gaan. In mijn huis hangen enkele van zijn pentekeningen aan de wand.
Hij zat als chauffeur bij de aan- en afvoertroepen en liet zijn leven in een hinderlaag. Toen hij voor patrouille rondreed in een jeep, maakte een over de weg gespannen staalkabel wreed een einde aan zijn dromen.
Mijn ouders kregen het bericht op mijn moeders verjaardag. “Hadden ze mij maar genomen. Ik heb toch niets meer te verliezen” zei mijn vader toen. Mijn ouders waren gebroken. Piet liet twee kinderen na en ligt begraven in Batavia.

Na de oorlog was de buurt één grote clan. Iedereen hielp elkaar. Zomers zaten we vaak lekker op het stoepje met elkaar te kletsen. Om de beurt zetten buren koffie voor elkaar. Op Koninginnedag was de buurt versierd met vlaggetjes en er werd volop gevlagd en gefeest. Op straat stonden lange tafels met hapjes en drankjes. Overal klonk muziek en werd er gedanst.

Mijn zus is een jaar ouder. Ook zij is een ouwe taaie en ze maakt nog vaak buitenlandse vakantiereizen. Af en toe komt ze samen met haar dochter naar de botanische tuin.

Ik ben bij mijn moeder blijven wonen. Toen ze blind werd heb ik haar jarenlang verzorgd tot ze in 1981 overleed.
Na haar overlijden heb ik de woning opgeknapt en gemoderniseerd. Daar had ik al zo’n 10.000 gulden aan uitgegeven en ik zou gaan beginnen aan het aanleggen van cv, toen het bericht kwam dat er een renovatie op handen was. Mijn eigen verbouwingen werden goedgekeurd en daar kreeg in 8.000 gulden voor terug. Heel netjes.

Een huwelijksleven  heb ik nooit gehad. Door de jaren heen had ik wel verschillende relaties. De eerste was met een buurmeisje. Zij was aan heroïne verslaafd. Uiteindelijk gaf dat veel narigheid en problemen. Ze is allang overleden. Daarna had ik een relatie met een overbuurvrouw. Ook zij is niet oud geworden. Mijn voorlaatste vriendin bleek op mijn geld uit te zijn, dus die relatie moest ik afbreken.
Mijn huidige vriendin, een Antilliaanse, ken ik via de botanische tuin. Zij  is een heel stuk jonger dan ik, en dat gaat goed. Haar kinderen wonen nog thuis. We zijn alweer vijf jaar bevriend en we zien elkaar regelmatig.

Ik was één van de eersten die corona opliep. Weinig last van gehad. Na een week kwam de huisarts langs om te informeren hoe het ging. Als het met u net zo goed gaat als met mij, dan heeft u niets te klagen.

Ik heb een opgeruimd karakter en ben heel flexibel. Dat moet ook wel. Als je gaat zitten janken wanneer alles om je heen is weggevallen, schiet het niet op. Het heeft geen zin om te gaan zitten somberen. Uiteindelijk moet je je problemen toch zelf oplossen.

Na school heb ik zes jaar voor de gemeente gewerkt en kreeg toen ook een hoveniersopleiding. Op mijn negentiende hield ik dat voor gezien. Toen ben ik op de avond-tekenschool opgeleid tot plaatbankwerker en was ik lange tijd werkzaam als isolatieplaatwerker.  Mijn vader was radiomonteur. Dat vak heeft hij ook aan mij geleerd, want ik was goed in schema’s lezen. Zodoende ben ik een tijd radio- en tv-monteur geweest, nadat ik door een kennis werd gevraagd om in te vallen als storingsmonteur. Daarnaast was ik ook nog timmerman en metselaar.

Sinds ik rond mijn veertigste een medicijnvergiftiging had, gebruik ik geen medicijnen meer. Dertig jaar had ik last van zware migraine-aanvallen. Binnen zitten is niets voor mij. In de buitendienst ging het veel beter. Ik heb nooit gerookt of gedronken. Sinds ik vegetariër ben, voel ik me zo gezond als het maar kan zijn. Ik mankeer nooit wat.

Na de renovatie in 1987, was dit een schitterende buurt met prachtige woningen. Daarna is er nauwelijks iets aan onderhoud gedaan. Vestia heeft de boel hier opzettelijk laten verpauperen. In 35 jaar tijd is de achterkant zeggen en schrijven één keer geschilderd, de straatkant twee keer en het trappenhuis is een keer opnieuw gedaan, inclusief vernieuwing van het vloerzeil. Als er dingen kapot gaan, repareer of vervang ik dat zelf.
Aan de achterkant heb ik een wijds uitzicht. Op het enorme binnenterrein groeit en bloeit er van alles in moestuintjes, maar het terrein is ook zwaar in verval geraakt. Er is nooit enig toezicht geweest.
Het is eeuwig zonde dat ze die hele buurt hebben laten verhabbezakken. Dat was helemaal niet nodig geweest. Aan mijn woning mankeert niets. Deze woningen kunnen nog jaren mee.

Ik woon in een grandioos huis in een rustige buurt. Mijn huis is goed geïsoleerd, waardoor ik hele lage stookkosten heb. Aan mijn kant van de straat zijn de woningen bij de renovatie luxueuzer opgeknapt. Toen de woningen aan de overkant een jaar later werden aangepakt, moest het goedkoper. De oneven zijde is dit jaar opnieuw ‘cosmetisch’ gerenoveerd. Op het oog lijken dit nu nieuwe woningen, maar schijn bedriegt: op de oorspronkelijke gevels is een laag isolatiemateriaal geplakt, die is afgedekt met een laag steenstrips. Het stelt niet veel voor. De entrees zijn nu voorzien van een glazen pui. Inpandig zijn de woningen nauwelijks vernieuwd. Hier en daar zijn nieuwe keukens geplaatst of nieuwe betegeling in de badkamers. Dat is het wel zo’n beetje.
De woningen aan mijn kant van de straat voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. Toch zijn het allemaal precies dezelfde huizen, die in 1921 werden gebouwd. Dat is gek.

© Foto Joke Schot juni 2021

Ik ben altijd omgegaan met mensen in de buurt en ben nog altijd actief in de wijk. Bijna iedereen kent me. Eerst had ik vooral Hollandse kennissen. Na de renovatie kwamen er veel mensen in de straat wonen met een migratie-achtergrond. Die mensen hebben niets met Koninginnedag, maar ik kon prima met ze opschieten en had er leuke buren aan. We waren en bleven allemaal aan elkaar gehecht in deze buurt.
Ik had goed contact met mijn Turkse buren, die 45 jaar naast mij hebben gewoond. Als het nodig was, repareerde ik hun tv. De buurvrouw maakte vaak de heerlijkste hapjes voor mij.

Het mooie aan deze wijk is de samenhang van alle nationaliteiten en dat je wat van elkaar kan leren. Dat zie je ook op de Nelson Mandela school, waar kinderen van alle nationaliteiten zonder ruzie met elkaar spelen. Ik wou dat alle mensen zo waren. Dat ga je toch niet kapot maken, terwijl er al zoveel discriminatie is in de wereld.

De meeste bewoners zijn eruit getreiterd. De advocaat van Vestia zegt natuurlijk dat dat niet waar is. Mijn buurman kwam huilend naar me toe en vertelde dat ze hem zo onder druk hadden gezet, dat hij was gezwicht en er toen maar mee had ingestemd om te verhuizen. Dat had hij nooit moeten doen, want hij stond in zijn recht. Er  waren 17 bewoners die van de rechter niet uit hun huis mochten worden gezet.

Ik ben de allerlaatste oorspronkelijke bewoner. Vestia kent mijn standpunt. Ik werk niet met ze mee. Je zult toch een keer moeten verhuizen, zeggen ze dan. Naar de Zuiderbegraafplaats ja, maar daar wacht ik nog een paar jaartjes mee, als je het niet erg vindt.

===== ===== ===== ===== =====

Lees ook Uitspraak hoger beroep Vestia genadeklap voor de Tweebosbuurt over de rechtszaak die door Vestia werd aangespannen tegen Gerard Bijlsma

===== ===== ===== ===== =====

Ik ben nu zo’n 34 jaar vrijwilliger. Mijn leven is er mee verbonden, kun je wel zeggen. Vanaf 1987 werk ik in de Botanische tuin Afrikaanderwijk, waar ik de plantjes zaai, verspeen en opkweek. Omdat de tuinman was overleden zou ik een paar daagjes komen helpen, maar ik zit er nog steeds. Deze mooie tuin is een rustpunt voor de vele bezoekers. Je hoort hier niets van het verkeer en waant je in de natuur.
Sinds vorig jaar doe ik mee met Stadstrainers. Toen was het thema contact tussen ouderen en jongeren. Ik liep met schoolkinderen door de buurt en vertelde verhalen over vroeger. Dit jaar worden de ouwetjes onder elkaar, in beeld gebracht. We gaan met een tablet op stap om foto’s te maken en daar worden later teksten bij gemaakt.
Toen ik 25 jaar bij de gemeente in dienst was als vrijwilliger, ontving ik uit handen van burgemeester Aboutaleb een Erasmusspeld voor trouwe dienst.

Ik ben heel erg praktisch ingesteld en koop bijna nooit nieuwe spullen. Dat hoeft ook niet. Meestal krijg ik wat ik nodig heb, of ik vind het afgedankt op straat. De meeste kapotte spullen kan ik zelf repareren. Soms maak ik zelf wat ik nodig heb. Aan kinderen maken ben ik nooit begonnen. Veel stiefkinderen heb ik wel.

Ik ben volledig aan deze wijk gebonden en bewaar dus positieve en negatieve herinneringen aan mijn buurt. Ik ben nog 100% gezond en wil tot de laatste snik in de botanische tuin blijven werken. Tot de heer mij tot zich neemt, bij wijze van spreken, maar daar heb ik geen haast mee. Ik zie nog voldoende perspectief.

© Roland Huguenin december 2021

 

© Foto Joke Schot juni 2021

Uitspraak hoger beroep Vestia genadeklap voor de Tweebosbuurt

Gerard Bijlsma bij de ingang van het gerechtshof – © foto Joke Schot oktober 2021

Op 30 november publiceerde het gerechtshof in Den Haag haar uitspraak met betrekking tot het door woningcorporatie Vestia ingestelde hoger beroep tegen één van de laatste nog zittende bewoners in de door haar geteisterde* Tweebosbuurt. Opnieuw rechtdoende is bepaald dat de huurovereenkomst tussen Vestia en Gerard Bijlsma (84) zal eindigen op 1 maart 2022. Uiterlijk op die datum moet dhr. Bijlsma zijn huis ontruimen. Ook is hij veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep. Daarmee is het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam d.d. 10 januari 2020 vernietigd.

beschouwing door Roland Huguenin

Conclusie en motivatie gerechtshof
Volgens het gerechtshof heeft Vestia zich terecht op ‘dringend eigen gebruik’ beroepen. Het hof zal daarom bepalen dat de huurovereenkomst met dhr. Bijlsma eindigt. De datum van 1 januari 2020 die in de inleidende dagvaarding wordt genoemd is inmiddels verstreken. Vestia heeft in hoger beroep gesteld dat zij, om de korting op de verhuurderheffing te verkrijgen, bij voorkeur op 1 januari 2022, maar uiterlijk op 1 februari 2022, de woning tot haar beschikking moet hebben. Het hof is van oordeel dat het redelijk en passend is dat dhr. Bijlsma ongeveer drie maanden de tijd heeft na dit arrest om zijn woning te ontruimen. Dhr. Bijlsma zal daarom worden veroordeeld de woning te ontruimen op uiterlijk 1 maart 2022. Hij wordt in het ongelijk gesteld zodat het hof hem zal veroordelen in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep. Hiermee is een bedrag gemoeid van € 4.930,02.

In haar beoordeling van het hoger beroep is het hof uitgegaan van de volgende feiten. Vestia is een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet. Dhr. Bijlsma huurt sinds 17 november 1987 van Vestia een woning gelegen in de Tweebosbuurt.

In maart 2010 heeft de toenmalig minister van VROM/WWI aan oud-minister Wim Deetman en voormalig burgemeester Jan Mans gevraagd een advies uit te brengen over de problematiek op Rotterdam-Zuid. Het verzoek aan Deetman en Mans was het volgende:
‘Maak een analyse van de bijzondere situatie op Zuid en de aangrijpingspunten voor interventies en strategiebepaling. Het gaat om een integraal onderzoek waarbij het uitgangspunt is dat de problematiek wordt gekeerd door middel van een samenhangende systeemaanpak.’

In februari 2011 is het Eindadvies van Deetman en Mans over aanpak van Rotterdam-Zuid uitgebracht. Het rapport heet: ‘Kwaliteitssprong Zuid: ontwikkeling vanuit kracht’. In het advies is onder meer opgenomen (pagina 7): ‘Zuid kent een omvangrijke stapeling van sociaal-economische problemen in het zwakste deel van de woningmarkt in Nederland. Deze stapeling van problemen is qua omvang en intensiteit ongekend op Nederlandse schaal.’ In het advies is verder opgenomen dat onder meer de deelgemeente Feijenoord laag scoort op de veiligheidsindex.

Ten aanzien van de woningvoorraad staat in het advies (pagina 8): `Er zijn aanzienlijke problemen op Zuid. Er is sprake van een zeer omvangrijke, kwetsbare, gestapelde woningvoorraad en de omvang en/of de kwaliteit van de buitenruimte laat op veel plaatsen te wensen over. In verschillende wijken wonen gezinnen in (te) kleine en verouderde woningen. (…).’

Het advies heeft betrekking op drie pijlers:
A. Talentontwikkeling
B. Economische versterking
C. Fysieke kwaliteitsverbetering
Het rapport onderscheidt binnen die pijlers de volgende acht prioriteiten:
1. Wegwerken taalachterstanden
2. Ontwikkelen doorlopende leerlijnen
3. Ontwikkelen ‘soft skills’ beroepsbevolking
4. Stimuleren bedrijvigheid in de wijk
5. Concretiseren nieuwe economische dragers
6. Onderhouden basisniveau ‘schoon, heel en veilig’
7. Verbeteren kwaliteit particulier woningbezit
8. Herstructurering deel van de particuliere woningvoorraad
Ten aanzien van pijler C is in het rapport opgenomen (pagina 18) dat in de wijken Oud-Charlois, Tarwewijk en Carnisse, de wijken met veel particulier bezit, de belangrijkste fysieke verbeteropgaven voor Zuid liggen. Volgens het advies van Deetman en Mans was het echter ook noodzakelijk dat corporaties en de gemeente Rotterdam op korte termijn zouden inventariseren wat ‘de opgave’ is in de andere wijken op Zuid (pagina 20).

Duiding en commentaar
Het rapport van Deetman en Mans is de blauwdruk van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, het beleidsplan waarmee de gemeente, geruggesteund door het rijk, de complexe sociaal-maatschappelijke problematiek op Zuid wil bestrijden.
Het is lovenswaardig dat de gemeente zich inspant om haar achterstanden in monitoring, beheer en onderhoud van achterstandswijken gelegen op de zuidoever van de Maas, serieus te nemen en op te lossen. De manier waarop dit programma wordt geïnterpreteerd en uitgerold, wereldvreemd en rigide, is onthutsend.

Zuid kent nog steeds een opeenstapeling van achterstanden en daaruit voortkomende problemen. Het welvaartsniveau van een zeer aanzienlijke groep burgers is er schrijnend laag. Op zich is de wooncrisis niet veroorzaakt door de volkshuisvestingsproblematiek op Zuid. Wel kan worden vastgesteld dat het recht op huisvesting, een grondrecht, is opgeofferd ten bate van de vastgoedmarkt. Daardoor is wonen niet langer een grondrecht en daarmee een eerste levensbehoefte, maar verworden een bijverschijnsel van een beleggingsmarkt waarin zeer grof geld wordt verdiend over de ruggen van vele mensen die een ‘normaal’ leven willen opbouwen.

De gemeente is er alles aan gelegen om de vastgoedmarkt te faciliteren. Kosten nog moeite worden gespaard om Rotterdam happening te maken. Winnaars die toch al riant profiteerden, winnen royaler dan ooit, ten koste van een groeiende groep dienstbare burgers die zich ziet genoodzaakt om steeds meer huurpenningen op te hoesten of te blijven wonen in een situatie die allang niet meer past bij status en leeftijd.

NPRZ, Leefbaarometer en Rotterdamwet zijn door gemeente en rijk zo gewiekst in elkaar vervlochten dat winstmaximalisatie de enig mogelijke uitkomst blijkt te kunnen zijn. Gentrificatiebeleid blijkt dus een uitstekend instrument te zijn om de stadssamenleving wit te wassen.
Vestia speelt in deze een gevaarlijk spel, waarvan de gevolgen niet zijn te overzien. De nu nog grootste woningcorporatie van Nederland verkeert al tien jaar in zwaar weer. In plaats van zich principieel uit te spreken tegen de ontwikkelingen die moeten leiden tot de ontmanteling van de sociale woningvoorraad, stapte ze in grootse beleggingsavonturen en ging daarin keihard onderuit. Nu zij als noodlijdend ‘bedrijf’ het eigen vege lijf moet zien te redden, keert zij zich tegen haar eigen klandizie.
Om de financiële gevolgen van de door het rijk ingestelde verhuurdersheffing enigszins te kunnen dempen, wordt de RVV-bijdrage (slooppremie) van datzelfde rijk met hand en tand bevochten en worden bewoners van de Tweebosbuurt getweebost.

* Het in de eerste alinea van deze tekst gebruikte woord geteisterde, lijkt in strijd met een objectieve weergave van feiten. Ondergetekende meent er goed aan te doen door toevoeging van dit bijvoeglijk naamwoord het door de gemeente Rotterdam en woningcorporatie Vestia ontketende drama samen te vatten, dat bewoners van de Tweebosbuurt door hen werd opgedrongen. Met de sloop van 535 portiekwoningen zijn vele mensenlevens ontheemd en zijn de fysieke leefwereld en de daarin bestaande sociale verbondenheid, waarin bewoners van deze oude volksbuurt hun bestaan leidden, volledig vernietigd, zonder hen compensatie te geven die hun leed doet verzachten en zonder hun buurt op een humane manier te rehabiliteren. Deze mensen en de verwaarloosde woningen waarin ze woonden, gelegen in verslonsde straten, vormden kennelijk een zodanig gecompliceerd probleem, dat de gedane robuuste ingrepen principieel rechtvaardig zijn.

Op 10 januari 2020 werden 17 huurders door de kantonrechter in de Rotterdamse rechtbank in het gelijk gesteld, omdat deze rechter zich grondig had verdiept in het dossier en daaruit concludeerde dat Vestia geen overtuigende onderbouwing had gegeven in haar claim op dringend eigen gebruik van vier historische woonblokken ten behoeve van de noodzakelijk geachte sloop.
Sloop om noodzakelijk geachte nieuwbouw van grotendeels luxueuze appartementen te kunnen realiseren, waarbij niet werd gestuurd op basis van een transparant en solide inspraakproces, waarin zittende huurders vanaf de planfase werden meegenomen in de door Vestia gewenste veranderingen, voeg ik daar ruimhartig aan toe. Toch ontstond er euforie en hoop op een positieve wending ten gunste van het toekomstperspectief van de zittende bewoners, die voorzichtig begonnen te hopen op het behoud van hun woningen en hun buurtgemeenschap.

Wie de rechtspraak in de afgelopen decennia een beetje heeft gevolgd, had kunnen voorzien dat deze rechterlijke uitspraak niet veel meer dan een dwaling in positieve zin kon zijn, die aanleiding gaf tot een juridische correctie en niet als startpunt van een hoopvolle koerswijziging mocht worden opgevat.
Het gros van de vele processen die de afgelopen decennia door burgers worden aangespannen tegen overheden en bedrijfsleven, worden immers in hun nadeel beslecht. Dat gebeurt om de even simpele als ontluisterende reden dat gronden voor de ‘winst’ van machtige partijen al zijn vastgelegd in ondoorzichtige wetten en bepalingen. Burgers hebben nauwelijks kans om deze bureaucratie te overwinnen, alleen al omdat zij zelden in staat zijn om hoge proceskosten te kunnen betalen en/of de beste advocaten in de hand te kunnen nemen. Die laten zich immers veel liever vorstelijk belonen door de beoogde winnaars van de stad.

Toch waren de vele huurders in de sociale sector, die zich de laatste jaren actief verzetten tegen verdringing uit hun huizen en buurten, terecht ontzettend blij met de uitspraak van 10 januari 2020. Het gaf ze de inspiratie om te volharden in hun verzet. De strijd in de Tweebosbuurt werd daarmee een nationaal symbool van ongelijkheid en discriminatie. Bovendien is de jurisprudentie goed bruikbaar in toekomstige rechtsprocedures.

De recente uitspraak van het gerechtshof, in het hoger beroep van Vestia, bekroont de ondergang van de Tweebosbuurt. Na jaren van verzet en strijd, is de ontluisterende conclusie dat bewoners in deze woonbuurt zijn verjaagd om de ambities van rijk en gemeente te kunnen realiseren. De uitspraak van het gerechtshof laat zien dat levens van mensen aan de zogenaamde ‘onderkant van de samenleving’ teniet kunnen worden gedaan door overheidsbeleid dat voorziet in een juridisch kader dat deze mensen mag manipuleren, discrimineren, uitsluiten, angst inboezemen en kansloos maken.

Ondergetekende was aanwezig bij de zitting op 26 oktober j.l. Hoewel de sfeer in de rechtbank tamelijk gemoedelijk was, de rechter nam de tijd om technische problemen op te lossen, zodat het pleit van de beklaagde partij kon worden onderbouwd met een video-opname, was ook duidelijk zichtbaar dat er een procedure werd doorlopen waarin de macht van de gevestigde orde op voorhand een flinke voorsprong had. Het pleit van de advocaat van Vestia was lang en overladen met onderbouwende feiten, die werden gedeclameerd op een geërgerde toon. De uitspraak kon niet anders dan gunstig uitvallen voor de eisende partij.

Alvorens zijn eigen advocaat het woord nam, las Gerard Bijlsma ter inleiding van diens pleit, een persoonlijke brief aan de rechtbank voor. Hij staat mij toe om die hier te publiceren.

Edelachtbaren,

Zoals mijn advocaat al geschreven heeft wil ik geen nieuw aanbod. Ik hou vol tot het einde. Ik vecht voor het behoud van onze buurt, voor de medemenselijkheid. Ik ga goed met mijn buren om en wij  helpen elkaar overal mee. De Tweebos mag nooit meer gebeuren en daarvoor ga ik tot het einde. Tot voor cassatie.

Mijn huis is goed en dat van mijn buren ook. Alleen aan de buitenkant moet wat gebeuren. Het is heel slecht dat Risna, Edwin en Miriam uit hun huis zijn gegooid. Zij vechten ook voor het behoud van de buurt.
Door al die regiezittingen zijn wij onder druk gezet er uit te gaan. Edelachtbaren u staat niet boven de partijen. De vleermuizen zijn verjaagd, nu wij nog.

Volgens Vestia was ik een goede huurder. Ik kreeg een grote bos bloemen en zij zouden er alles aan doen om een goede woning te regelen. Alleen toen ik niet tekende, werd er gedreigd met  een rechtszaak.

Ik woon in december 83 jaar in de De la Reystraat en ben nog steeds actief als vrijwilliger eerst 25 jaar bij de gemeente, heb een Erasmusspeld ontvangen van burgemeester Aboutaleb in april  2014. In 2015 was ik Rotterdammer van het jaar. Van 2018 tot 2021 heb ik op een billboard gestaan echt groen. Waarschijnlijk gesponsord door Vestia.
Ik voel dat ik een schop onder mijn kont krijg. Mijn vader is gedeporteerd, maar ik laat dat niet gebeuren.

De rechters zijn partijdig. Ik heb gelezen in de brief van onze advocaat wat de rechter zegt over ons vonnis. De rechter zegt dat hij zal ontbinden. Boodschap aan alle huurders: geef maar op het is toch al verloren.
Ik krijg steeds meer de indruk dat de heer Benneker op de schoot van de rechter commissaris zit en hem souffleert. In het verslag van de regiezitting van 21 juli van George Verhaegen:
Ik lees “kort gedingetje”. En als er weer een huurder opgeeft, “dat gaat de goede kant op”. En bij Dobber “hij heeft niet in de gaten, dat…”

In het programma Buitenhof zei de heer Costers de ex president van de Hoge Raad, dat als rechters hun eigen oordeel willen volgen ze soms op het matje worden geroepen van “waar ben jij nou mee bezig”.
Ik zie de rechtsstaat, zoals hij in Rotterdam functioneert als een aanfluiting. Er word gezegd wij gaan een nieuwe wijk bouwen met dure woningen. Dan zijn we gelijk van die armoedzaaiers af. En die mensen met migratieachtergrond.

Wij hebben ook nog overleg gevoerd met Vestia en twee mediators. In de laatste bijeenkomst zouden er 40 woningen blijven staan. Een paar dagen later werd het overleg gestaakt en kregen we 11 woningen in de Van Riebeekstraat aangeboden. Vestia wilde zich niet aan de afspraak houden, onacceptabel.

Edelachtbaren, houdt uw rug recht en spreek recht. U bent toch geen marionet van Vestia. Ik eindig met de woorden, edelachtbaren laat het niet zover komen.

Gerard Bijlsma

===== ===== ===== ===== ===== =====

Lees ook het persoonlijk portret van Gerard Bijlsma “Ik laat me niet intimideren” in de rubriek Wonen in blessuretijd

===== ===== ===== ===== ===== =====

Het lot van Gerard Bijlsma symboliseert het lot van alle voormalige bewoners van de Tweebosbuurt. Het verzoek tot uitverhuizing ontvingen de bewoners via een dreigbrief waarin werd aangedrongen op acceptatie en inwilliging op last van proceskosten en uitsluiting. Zonder enig vooroverleg, laat staan betrokkenheid en inspraakrecht in de planfase, werden bewoners geconfronteerd met een voldongen feit: zoek zelf een andere huurwoning en lever de sleutel van je huidige woning in. Vestia koos doelbewust voor een communicatiestrategie waarin wantrouwen en manipulatie leidend waren.

Gelukkig stonden de bewoners niet alleen en kregen zij veel hulp, steun en media-aandacht. Toch is het eindresultaat schamel en bedroevend. Gemeente en corporatie hielden de poten stijf. Het door hun ingezette gentrificatiebeleid was en bleef leidend. Compromissen, in welke vorm dan ook, bleven onbespreekbaar. De progressieve fracties in het Rotterdamse college hielden liever vast aan hun (on)macht en zagen in de ellende van de Tweebosbuurt geen grond om zich terug te trekken uit het coalitieakkoord.
Na tweeënhalf jaar is de wooncrisis groter dan ooit, is de groep woningzoekenden met een smalle beurs gestegen tot naoorlogse waarden en is er sprake van een verzengende inflatie op de woningmarkt. Iedereen zou gaan profiteren van de marktwerking was de grote belofte van de VVD. Grootverdieners bulken inderdaad van het geld en leven in een ongekende weelde. Voor ‘gewone’ mensen worden er nauwelijks huizen gebouwd of gerenoveerd.

Tot slot een persoonlijke oproep aan u, Vestia directeur Robert Straver. Na de zitting van 26 oktober zag ik dat u op uw opponent Gerard Bijlsma toeliep. U keek hem vriendelijk aan en zei “Je bent een held” tegen hem. Voor mij is het een raadsel wat u met die woorden heeft bedoeld en welke consequenties u daar aan verbindt. Het is in u te prijzen dat u dhr. Bijlsma ontlast van de vernederende verplichting tot het betalen van de proceskosten. In mijn optiek, in deze sprekend namens Recht op de stad, kunt u een breder gebaar maken, dat in deze casus getuigt van uw menselijkheid. Geef Gerard Bijlsma een mooi huis, naast de botanische tuin.
Nog mooier zou het zijn als u het bedrag ter vergoeding van de opgedragen proceskosten vertienvoudigt tot € 49.300,20 en dat als eerste inleg steekt in het nieuw te vormen Gerard Bijlsma Fonds, een onafhankelijk gremium dat zich inzet voor het realiseren van groene, duurzame en/of innovatieve initiatieven van mensen die in de gemeente Rotterdam een sociale woning huren.

===== ===== ===== ===== ===== =====

Lees ook “Zo wordt wonen wél een recht” een artikel waarin Josta van Bockxmeer uitlegt hoe het recht op wonen in de toekomst beter kan worden geborgd en nageleefd.

Gisteren

© foto Roland Huguenin oktober 2021

De dag van gisteren is voorbij, maar dringt zich aan mij op als een intens nu, vandaag – urgent – en zal zich dus ook straks, morgen en veel later manifesteren als een doffe gewaarwording in mijn voorstellingsvermogen. Een markering van leed. Een mijlpaal in het grote falen.

Vrijdag 1 oktober staat in mijn geheugen gegrift. Gisteren moest ik in mijn bestaan als zijnde (mede-)mens, burger, ingezetene en stadmaker, zwaar incasseren. Ik moest zien dat de rechtspraak tweemaal ernstig faalde in haar afwegingen over zwaarwegende zaken van humane aard. De rechtspraak faalde omdat zij een abstracte entiteit – geld – (= macht = pressie = regressie = blinde waanzin) verdedigde en boven het menselijke plaatste. Tot gisteren zag ik dat zaken die in mijn persoonlijke verbeelding integer, verdedigbaar en plausibel zijn, door rechters werden gesmoord en naar de prullenbak werden verwezen.

Rechters zijn juristen, die onafhankelijk en onaantastbaar hun werk moeten kunnen doen. Hun positie ligt verankerd in de trias politica. In de democratische rechtstaat waar ik deel van uitmaak, (moet / mag /) kan ik vertrouwen op hun deskundige vermogen tot het vergaren van informatie en kennis, die te kunnen doorgronden, op basis waarvan zij (be)oordelen, afwegen en beslissen. Rechters worden geacht weldoordacht te handelen, wanneer zij tot een vonnis komen en dit welbespraakt ten tonele voeren.
Rechters zijn evenwichtig, hebben rechte ruggen, harde schouders en staan stevig in hun schoenen. Als zij spreken geven zij een oordeel vanuit een diepgewortelde moraal. Zij zijn bekend met vraagstukken van humane – of is het beter te spreken van humanitaire? – en ethische aard, kunnen die overzien, hanteren en in een breed historisch perspectief plaatsen.
Rechters opereren vanuit realiteitszin en hebben trouw gezworen met een hand op de bijbel of de grondwet. (op beide geschriften valt het nodige af te dingen, maar ze bevatten ook stevige passages waar je op kunt bouwen)

Een aantal jaren geleden zwichtte ik voor een Rotterdamse vrouw. Mijn verliefdheid leidde mij naar haar stad en van mijn liefde heb ik nog geen dag spijt gehad. Mijn keuze voor Rotterdam was destijds gebaseerd op een romantisch idee. Onze eerste wandelingen en fietstochten door de stad waren passievol en heroïsch van aard. Door een roze bril keek ik naar ‘mijn’ nieuwe stad en aanvaardde rafels, roest en vuil als poëtische aanknopingspunten. Rotterdam was de stad van werkers.
Als je altijd hard moet werken, verlies je als stadsbestuur de contouren (het decor zeg maar) van je eigen stad gemakkelijk uit het oog. Er moet brood op de plank. Schoonheid is iets voor mietjes. En het evenwicht dan… Niet lullen maar poetsen. Als je al die ouwe meuk in de stad plat slaat, ontstaat er vanzelf een ideale balans. Vervolgens richten we de stad in als de etalage van een seksshop die we helemaal volhangen met dildo’s. ‘Seks sells, weet je wel’.

Ik heb veel bijgeleerd. Laatst nog. Ik noem uiteraard geen namen, maar uit hoofde van zijn functie weet iedereen wel gelijk over wie ik het heb. Laatst las ik dat Rotterdam, ergens in Kralingen, de beste burgemeester van de wereld huisvest. Dat gaat ver hè, dacht ik. Dan heb je als mens wel wat bereikt.
Nadat ik vanochtend wakker werd en weer tot mijn positieven was gekomen, dacht ik aan Miriam, Edwin en hun zoon Demien. Sh*t, what happens, what the f*ck, dacht ik. En voortdurend denk ik aan al die fijne mensen in Wielewaal, Tweebosbuurt, Pompenburg, Patrimoniumshof, Gerdesia, enzovoort, enzovoort …
In 1967 oordeelde de Hoge Raad dat het strafbaar was om ***** te zeggen, dus scandeerde men Johnson molenaar. Aboutaleb mole… Nee, dat is uit de tijd, dat kan nu anders. Molenaars zijn onschendbaar. Dus als hij de wieken in de soep laat draaien en moedwillig op straat laat flikkeren, maar zegt dat hij dit met wijsheid deed en dat het even zal duren voordat die wijsheid, van dit belangrijke besluit dus, zal indalen, en dan tot verrijkend inzicht zal leiden… Sorry, ik kom er even niet uit.
O ja, er speelde ook nog een dingetje rond de VN. Is dat goed opgepakt en al een beetje uitgewerkt? Heeft dat ook geleid tot verrijkende inzichten en nieuwe perspectieven bij de hoofdmolenaar van deze stad?

Rotterdam, en laten we er voor het gemak ook even het hele rijk bij betrekken, heeft serieuze intenties om de woningnood aan te pakken. Om de drommel is dat geen gemakkelijk probleem. Het is ook niet voor niets dat er zeer bekwame bestuurders aan het roer staan. Dat zie je ook aan de vorming van een nieuw kabinet, om maar even een dwarsstraat te noemen. Dat is verdomd lastig hoor! Daar moet je even goed de tijd voor nemen. Het is überhaupt, sowieso, menigmaal en dus eigenlijk altijd, zeer verstandig om even goed de tijd te nemen voor lastige dingen. En problemen zijn lastige dingen, die je dus niet zomaar even krijgt oplost. Toeslagenaffaire, woningmarkt, milieu, klimaat, corruptie en veiligheid, overlast, discriminatie, tweedeling, cybercriminaliteit, openbaarheid van bestuur, op straat slapen. Zo hé, wat denk je nou? Er moet toch ook gewoon worden geregeerd. Kom dus niet met kritiek en laffe kletspraat. Effe dimme en opzoute (excusez le mots) en hier dus niet op de pianist gaan schieten.

De wooncrisis hebben we in belangrijke mate te danken aan de minister die zijn eigen ministerie ophief en daarmee de Nederlandse volkshuisvesting in de opheffinguitverkoop smeet. Om het verhaal compleet te maken gooiden we er een verhuurdersheffing tegenaan. In de tussentijd speelde Vestia (oeps, toch een dropping) even twee miljard euries kwijt en werden woningen en gebouwen gedegradeerd tot stenen waarin je heerlijk kon beleggen. Er zijn immers melk-koe-tjes genoeg in Ne-der-là-à-ànd !!

Laat ik dan heel voorzichtig vaststellen dat we midden in maatschappelijke affaires verkeren, zo je wilt zeg ik: affaires met een toch behoorlijk grote impact, die we donders graag willen oplossen, maar nu dus even niet kunnen oplossen. Conclusie: we zijn van goede wil, maar laten alles voorlopig nog even bij het oude. De steden en het land (lees geld) liggen nu goed op ramkoers. ‘Let it be’.
Als er vandaag toch iemand opstaat die het beter kan? Nou, kom maar op dan !!

Zelf dacht ik aan Omtzicht.

En mijn wake up call voor Rotterdam? Niet de boel de boel laten. Weest niet bang en stem weer eens, vanuit je hart en met verstand, voor de stadse gemeenschap!

Op 16 maart 2022 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Laat je van je goede kant zien en ga stemmen.

Column gepubliceerd op persoonlijke titel, wetend dat velen gisteren hun tanden stukbeten op het bordkarton dat onze samenleving omhult. Leve de koning !!!

Foto-expositie “Biografie & Familiealbum Wielewaal”

© Foto Joke Schot 2020

BIOGRAFIE & FAMILIEALBUM WIELEWAAL
25 september t/m 22 oktober 2021 te zien in de Wijkwinkel, Rollostraat 53

Op zaterdag 25 september is de opening van de foto-expositie “Biografie & Familiealbum Wielewaal” van Joke Schot en Roland Huguenin, te zien en te beleven op locatie in de Wielewaal zelf, in aanwezigheid van bewoners. Deze expositie toont portret- en familiefoto’s van bewoners uit tuindorp Wielewaal.

Tevens is deze middag gereserveerd voor de première van de nieuwe luistervoorstelling “De Wielewaalers” met verhalen uit een unieke woonwijk in Rotterdam-Zuid. Tweeëntwintig bewoners deelden hun levensverhaal. De luistervoorstelling is op ons verzoek gemaakt in de Verhalenkeet, de mobiele studio van Verhalenhuis Belvédère. Na de voorstelling wordt het bijbehorende luisterboek gepresenteerd. Het is aan te raden om voor de luistervoorstelling te reserveren bij Verhalenhuis Belvédère via deze link.

Joke en Roland raakten in 2017 betrokken bij de Wielewaalers en hun strijd voor het behoud van het karakter en de geborgenheid van hun wijk, die ernstig worden bedreigd door omvangrijke sloop- en vernieuwingsplannen.

Programma
13:30 – 19:00 “Biografie + Familiealbum Wielewaal”
14:00 – 14:30 “De Wielewaalers, verhalen uit een unieke woonwijk”
16:00  Pierre van Duijl zingt smartlappen, levensliederen en chansons.

Je bent van harte uitgenodigd om deze middag mee te maken

+++++ +++++ +++++ +++++ +++++ +++++ +++++ +++++ +++++ +++++

INLEIDENDE TEKST BIJ DE EXPO

Leven in tijden van overvloed en woningnood

De levensloop van Wielewaal is een klein mirakel. De wijk werd opgeleverd in mei 1949, midden in de wederopbouwperiode. De 545 uit baksteen opgetrokken noodwoningen, zouden 25 jaar blijven staan.
Ruimte, groen en geborgenheid vormen de basis van het stedenbouwkundige ontwerp van tuindorp Wielewaal. Gebogen lijnen, kenmerkend voor het attractieve stratenplan, maken van de kleine wijk een groots ontwerp. Wielewaal ligt prachtig ingebed in de historische contouren van een landelijke omgeving. Een karaktervol ensemble.

Voor insiders is het verhaal van tuindorp Wielewaal een tragedie, maar de stad Rotterdam is zich nog niet van bewust van het drama dat zich daar voltrekt. Het verhaal van de Wielewaalers gaat over verlies en onmacht, in een ongelijke strijd.

Toen Joke Schot en Roland Huguenin in 2017 nietsvermoedend door Wielewaal fietsen, stuitten zij op een goed bewaard geheim. Zij werden gegrepen door een betoverende atmosfeer. Naast fotogenieke schoonheid, was er een confrontatie met maatschappelijke ongelijkheid. Spandoeken met de tekst Wielewaalers wijken niet voor Woonstad spraken voor zich. Zij zagen een niet te missen kans en droegen zichzelf op om dit alles vast te leggen, voordat de sloophamer door de wijk zou razen. Tegelijkertijd stelden zij de vraag: wat gebeurt hier en waartegen zijn die Wielewaalers in verzet?

De architecten van Wielewaal stond niet direct voor ogen om een wijk te ontwerpen die model zou staan voor een modern en tijdloos woonconcept. Een concept van maatschappelijke vernieuwing, waarin een goede en aantrekkelijke leefomgeving centraal staat.

Dat de verschrikkingen van de oorlog definitief zouden plaatsmaken voor een democratisch bestel, waarin vooruitgang en welvaart breed gedragen opgaven zouden zijn, lag in de lijn der verwachtingen, maar gezien een enorm gebrek aan middelen was dat niet vanzelfsprekend. Er waren decennia nodig om het nieuwe Nederland uit de grond te stampen. Rotterdam kampte met grote woningnood en maakte haast met het laten herrijzen van de stad.

Onbedoeld werd Wielewaal een schoolvoorbeeld van vooruitgang. Hier waren de contouren van de nieuwe tijdgeest al tastbaar. Koningin Juliana was aanwezig bij de officiële opening van de wijk.

In Wielewaal werden arbeiders gehuisvest in eenvoudige grondgebonden woningen. De wijk was al snel geliefd. Wie er wilde gaan wonen werd geconfronteerd met een lange wachtlijst.

In 2021 houden de Wielewaalers zich vast aan de laatste strohalmen van hun bestaan. Voor hun is de gemeente Rotterdam al jaren niet meer het warme nest waarin zij zich waanden. Hun leefwereld wordt langzaam maar zeker verminkt en vernietigd. Zij voeren actie en claimen hun bestaansrecht bij de rechter, maar de kans op rehabilitatie is nihil.

De bestuurders van de stad zijn verwikkeld in een vrijheidsideaal dat dwingt tot ondernemen. De stad is het speelveld van prestige en voelt geen binding met mensen in hun bestaan. Wie Rotterdam betreedt, betreedt een businesscase, een decor van geld en macht. Coolsingel en Blaak zijn in handen van beleggers, geldschieters en bouwconsortia die altijd dubbel zes gooien. De kleyne luyden staan buiten spel.

Woningnood lijkt een maatschappelijk pressiemiddel, maar in werkelijkheid ligt de regie in handen van de bezittende klasse. Verbondenheid en solidariteit, kwetsbare verworvenheden van de democratie, zijn afgekocht door een topelite die zich nauwelijks laat beïnvloeden. Het drama van de Wielewaalers is een spiegel van het huidige tijdsgewricht. Of de huidige toekomst een verleden schraagt, laat zich lastig becijferen.

Dit initiatief is tot stand gekomen dankzij financiële steun van de Gemeente  Rotterdam

Terugblik op het woonprotest in Amsterdam

Het eerste landelijke woonprotest was een groot succes. Afgelopen zondag waren in Amsterdam circa 15.000 mensen, van jong tot oud, samengekomen om hun ongenoegen te uiten over de wooncrisis en het gentrificatiebeleid, die het voor honderdduizenden mensen onmogelijk maken om te verhuizen of als starter een woning te vinden. In de afgelopen dagen werd er in de media veelvuldig over de wooncrisis geschreven en gepraat.

Dinsdag a.s. is het Prinsjesdag en presenteert het demissionaire kabinet bijgestelde cijfers over de wenselijke toename van de voortdenderende welvaart en voorspoed in Nederland. In het uitgelekte voorwoord van de Miljoenennota wordt met geen woord gerept over het aanpakken van de woonproblemen, terwijl de miljarden gul worden rondgedeeld in het voordeel van andere beleidsterreinen.

De  formatie van een nieuw kabinet – waar dringend behoefte aan is gezien de grote maatschappelijke vraagstukken – komt totaal niet van de grond, omdat politiek Den Haag zich bij voorkeur met zichzelf bezig houdt. Misschien komt er een extraparlementair kabinet (doe toch maar eens gek) en als dat niet werkt mogen we opnieuw naar de stembus. Intussen worden de wanprestaties op het gebied van het huisvestingsbeleid door niemand benoemd, want een beleidsterrein zonder ministerie, kan onmogelijk prioriteit hebben.

Pieter Omtzigt is weer opgefrist. Misschien wil hij wel dat extraparlementaire kabinet zijn, met een programma op één hoofdlijn. Tenslotte zal toch iemand zich moeten opofferen door een vinger in het lek te steken.

Tweede landelijke Woonopstand op 17 oktober in Rotterdam
Op zondag 17 oktober wordt er opnieuw geprotesteerd in Rotterdam. Het programma van deze woonopstand begint om 14:00 uur op het Afrikaanderplein. Meer informatie volgt binnenkort op deze site, of kijk op de site van Woonopstand en volg de organisatie op twitter, instagram en facebook.

Later wordt er ook in andere grote steden (in elk geval Den Haag op 13 november, in andere enkele steden wordt nog gekeken) geprotesteerd tegen het falende woonbeleid georganiseerd. HUIZEN VOOR MENSEN, NIET VOOR WINST

Voor indrukken van het eerste protest op 12 september in Amsterdam, luister onder de toespraak van Gwen van Eijk en bekijk onder foto’s van de dag.

Op Instagram en Twitter vind je ook korte video’s van onder andere de toespraak van Mustapha Eaisaouiyen, de mars naar de Dam, het vlammende betoog van Freya Chiappino (“WIJ ZIJN KLAAR!”) en het optreden van Massih Hutak met Verdedig Noord. Hier vind je de officiële aftermovie van Woonprotest.

Binnenkort plaatsen we hier nog een integrale geluidsopname van alle sprekers en artiesten die is gemaakt door het kunstenaarscollectief Fucking Good Art voor Radio WORM.

Toespraak van Gwen van Eijk van Recht op de stad

© Foto’s Roland Huguenin september 2021

Grondbeleid en woonbeleid

D66, Leefbaar Rotterdam, VVD en CDA dienden afgelopen week een motie in die vraagt om de grondprijs voor sociale huurwoningen te verdubbelen. Recht op de stad reageert.

D66 wil de middengroepen in de stad aan betaalbare nieuwe woningen helpen. Nobel en nodig, want Rotterdam moet werken aan een stad voor iedereen. Samen met VVD, CDA en Leefbaar Rotterdam komt D66 echter met het voorstel de grondprijs van sociale huurwoningen te verdubbelen, om daarmee ‘de nodige woningen in het middensegment te bouwen’.

RODS vraagt zich af wanneer D66 niet alleen in woorden, maar ook in daden het oude woonbeleid achter zich laat.

Als eerste
De grondprijs voor sociale woningen wordt vastgesteld als een normbedrag. Net zoals de huren voor de sociale woningen gereguleerd zijn. De bouwkosten zijn fors gestegen in de afgelopen periode. De middelen van corporaties om te investeren in nieuwbouw en verduurzaming zijn met de verhuurdersheffing beperkt. Als het in de lengte niet is te vinden, moet het in de breedte. De Rotterdamse corporaties zijn unaniem: een hogere grondprijs leidt tot minder sociale woningen. Lees hier de reactie van Woonstad Rotterdam.

Als tweede
Het middensegment dat D66 tussen wal en schip wil opvangen zijn verpleegkundigen, leraren en brandweermannen die een maandelijkse huur tussen €730 en €1000 kunnen opbrengen. De cijfers die De Roon opdist spreken boekdelen. Slechts 16% van de bouwproductie zit in dit segment, 34% van de woningen zijn sociaal en 47% van de gerealiseerde woningen is duurder dan €1000 per maand.
Waarom stagneert de bouw in het middensegment?
Het antwoord is simpel: de commerciële businesscase is sneller rond te krijgen in het hoge segment. Onder druk van de markt heeft de gemeente voor verschillende locaties haar middenhuurprogramma los gelaten ten gunste van duurdere huur. Daardoor blijft de bouwproductie op stoom en maakt de markt z’n rendement. Gevolg is dat de totale woningvoorraad uit balans wordt getrokken.

Als derde
Het voorstel van D66 is concreet in de verhoging van de grondprijs, maar blijft vaag in de wijze waarop die extra middelen kunnen leiden tot meer woningen in het middensegment.
Gaat de gemeente die zelf bouwen? Gaat ze grondprijskorting aan marktpartijen geven, zodat die het overeengekomen bouwprogramma alsnog kunnen realiseren? Het voorstel is in disbalans. Er is eigenlijk maar één direct effect van de voorgestelde verhoging, en dat is duidelijk verwoord door de Rotterdamse corporaties: minder sociale huurwoningen.

Wil D66, en in haar kielzog de andere partijen die zich opwerpen voor het middensegment serieus het verschil maken? Dan is het beleid voor gemeentelijke grond en vastgoed inderdaad een belangrijk instrument. Zorg dat er daarin tussen de commerciële ontwikkeling en de sociale sector ruimte komt voor de realisatie van middenhuur door coöperaties. Onderzoek of gronduitgifte in erfpacht perspectief geeft voor middenhuur die ook op de lange termijn betaalbaar blijft. Houd als gemeente de rug recht, in de onderhandeling met de markt. Maak actief grondbeleid, in plaats van het ene gat te dichten met het andere.

Lees hier de opinie van D66-raadslid Robin de Roon in het AD van 17 juli 2021.

Monumentale Canadese populieren aan de Hilledijk doorbreken de stilte

In het kader van de upgrading van de Tweebosbuurt gaan niet alleen honderden goede sociale huurwoningen tegen de vlakte. Ook circa 32 monumentale bomen aan de voet van de Hilledijk moeten binnenkort het veld te ruimen. De kapvergunning is verleend.

© Foto Joke Schot juni 2021

Op 30 juni jl. werden door Gerben van Dijk (CU/SGP/what’s in the name) ‘kritische vragen’ gesteld tijdens een vergadering van de Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte met betrekking tot het te herziene bestemmingsplan Tweebosbuurt. Bij de ingebrachte stukken waren filmbeelden van mijn hand, die nog eens duidelijk hadden moeten maken dat de Hilledijk een karakteristiek en beeldbepalend stadsgezicht is, dat voorgoed van de kaart dreigt te worden geveegd.

Niemand heeft het college kunnen overtuigen van de cultuurhistorische en sociaal-maatschappelijke waarden van de buurt, de gebouwen, de dijk en de bomen, die samen een sterk ensemble vormen en in het kader van binnenstedelijk erfgoed geen slecht figuur slaan. De gemeente gaat voor winstmaximalisatie en ziet de stad als een verdienmodel waar alle immateriële belangen voor moet wijken.

Wethouder Kurvers gaf aan dat circa zeven bomen behouden kunnen worden, maar dat er nu geen duidelijkheid kan worden gegeven over de verdere groene invulling van Parkstad. In deze heeft Rijkswaterstaat een doorslaggevende stem. Van een fundamenteel en doordacht groenbeleid is totaal geen sprake. Hapsnap heeft de lead.

Zeer terecht is de Tweebosbuurt veelvuldig in het nieuws geweest. In dat opzicht zijn de bomen er bekaaid van af gekomen. Op een mooie zomeravond had ik een goed gesprek met hen. Onderstaande tekst is een bundeling van de onopvallend nuchtere reacties die ik kreeg op mijn vragen over hun welzijn en toekomstverwachting.

“Tja, natuurlijk zijn wij wat beschouwelijk ingestelde types. Wat had je anders verwacht? Als geen ander kennen wij de kwinkslagen van het bestaan. Wij staan hier diepgeworteld en voelden ons altijd gewaardeerd. In al die jaren is ons niets bespaard gebleven, daar niet van, maar tot voor kort hoorde je ons nooit klagen.

Kijk, het is erg simpel. Op een bepaald moment in je leven krijg je voldoende hoogte en begin je een beetje in te zien hoe alles werkt. Mentaal neem je afstand van de lafhartige honden die altijd maar weer tegen je stam staan aan te zeiken. Bovendien vinden wij dat ook een kwestie van goede opvoeding en een stukje innerlijke beschaving.

Ook hordes voetbalfans uit alle uithoeken van Zuid en de rest van de wereld, lieten ons achter in hun overvloedige zog.

Dat haalt het niet bij de nattigheid die wij nu voelen. Volledig in de zeik staan gaat toch wel wat verder dan je voeten.

Het is erg makkelijk om hoog op te geven van jezelf, zo in de trant van ‘Bomen Make It Happen’. Dat doen wij dan ook niet. Dat ze klaarstaan om ons binnenkort met grote kettingzagen in mootjes te komen hakken… So be it.

Wat ons wel diep raakt, is de diepgewortelde visieloosheid in Rotterdam. Veel mensen hier, weten niet eens wat een boom is. ‘Wat is dat nou?’ hoor je dat domme volk dan zeggen. Ook bestuurders hè. Zelfs als ze lid zijn van Groen Links. Laat ons niet lachen. Woe-há-há-há-há.
Vingers ‘crossed’ en in de oren als bomen eenmaal lachen. Gelukkig zijn alle ramen en deuren op de Hilledijk beplaat en ontstond er geen noemenswaardige glasschade.

Win-win ligt in Rotterdam op het kerkhof. Dat kan een kind nog zien. Het is dus wel verdomd jammer dat uitgerekend wij dat moeten constateren.

Eerlijk is eerlijk, bomen zijn te groot (wij dan hè) om plaats te nemen op de publieke tribune in de raadszaal. Maar wij hebben wel recht van spreken. Veel meer dan waar jullie mensen ooit benul van zult kunnen hebben. In ons geval had inspraak best wat meer maatwerk mogen zijn.

Mensen, zondermeer stellen wij bomen het op prijs dat jullie regelmatig voorbij komen. Dat schept een band. Maar niet voor het leven, blijkbaar. Het ruizen van de wind door onze kruinen, het zuiveren van grote hoeveelheden gore verkeersuitstoot en wat dies meer zij. Het op peil houden van grondwater. Het opnemen van warmte en het koel houden van onze omgeving. Beschutting voor vogels en insecten. Voor ons is dat logica van het zuiverste water.

En dat wij op onze leeftijd best nog gezien mogen worden, ahum, is natuurlijk bijzaak.

Goed, wij berusten en we zien het wel hoe het is om in onze nieuwe levensfase dienst te mogen gaan doen als 500.000 authentieke ‘kaasplankje-van-gegarandeerd-echt-Rotterdams-hout’.

Wie wil er nog een blokje?

Op 8 juli wordt in de raad het besluit genomen over de planwijziging met betrekking tot het deel van de Hilledijk tussen de Martinus Steijnstraat en de Putselaan.

© Roland Huguenin juni 2021

© Foto Joke Schot juni 2021

 

Interview VN-Rapporteur: ‘Sloop moet nu stoppen”

In het AD verscheen zojuist een interview met de VN-Speciale Rapporteur voor huisvesting, Balakrishnan Rajagopal. Twee van de vijf Rapporteurs die de VN-brief over het Rotterdams woonbeleid schreven reageerden op vrijdag op Twitter al dat de reactie van wethouder Kurvers ongepast was. De Speciale Rapporteur voor armoede tweette:

It is disturbing that, while the Rotterdam authorities state they are willing to enter into a “dialogue” with the UN, they seem to want to rush the project undisturbed. Moving on the basis of a fait accompli is not entering into a dialogue in good faith.

Enkele fragmenten uit het interview met de Speciale Rapporteur voor adequate huisvesting:

De VN-rapporteur die oordeelde dat Rotterdam de mensenrechten schendt, wil dat de stad zijn woonbeleid zo snel mogelijk aanpast, en direct stopt met de sloop van de Tweebosbuurt, die deze maandag zou beginnen. ‘Ik maak me grote zorgen over de manier waarop met deze mensen wordt omgegaan.’

Waarom spreekt u in het geval van de Tweebosbuurt over schending van mensenrechten?

,,Bewoners van de Tweebosbuurt werden voor een voldongen feit gesteld, er was geen tijdige informatie en geen goed plan om hen aan een nieuwe geschikte woning te helpen. Hun uitzetting werd gepresenteerd als de enige mogelijkheid, ook toen er rechtszaken liepen en zelfs gewonnen werden door bewoners. Dat zijn echt duidelijke schendingen van het mensenrecht op huisvesting.”

De verantwoordelijke wethouder ziet geen aanleiding te zien om de sloop van de Tweebosbuurt te stoppen. Die begint deze maandag. Vindt u dat de sloop moet worden stopgezet?

,,Ik neem waar dat in Rotterdam sprake is van een aanhoudende schending van een reeks mensenrechten. En gezien dat feit moeten de uitzettingen en de sloop stoppen, tot er een beter plan ligt dat wél in lijn is met mensenrechten. We hebben een vergelijkbaar geval op de Bahama’s, daar zijn alle uitzettingen stopgezet om met mij na te denken over hoe het beter kan. Ik maak me grote zorgen over de manier waarop met deze mensen wordt omgegaan.”

Lees het hele artikel hier.

Recht op de stad roept het College B&W op om alle lopende herstructureringsprojecten stop te zetten en nu eerst het woonbeleid te herzien en zeggenschap voor bewoners goed te regelen.

Pagina 1 van 3

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén