Recht op de stad

Het betere plan voor wonen in Rotterdam

Kort geding tegen sloop Tweebosbuurt

Het AD ging gisteren mee met enkele bewoners van de Tweebosbuurt naar het kort geding om sloop van de leegstaande woningen proberen tegen te houden. Drie bewoners mochten aan het eind van de zitting nog iets zeggen. Onder hen An Rook:

Dit is een verschrikkelijk proces. Wij zijn vanaf het begin als bewoners niet serieus genomen door Vestia. We hebben geen enkele invloed gehad op het proces. En dat steekt enorm. Wij willen gewoon heel graag onze buurt, of een stukje van onze buurt, bewaren. Maar de gemeente denkt alleen maar: hoe kunnen we de stad een stukje rijker maken ten koste van de armen. Ik vind het een verschrikkelijk proces. Ik hoop dat ik dit ooit een plekje kan geven, maar ik vrees dat ik dit nog heel lang met me mee zal dragen.

Uitspraak volgt over twee weken, kort voor de datum waarop de sloop zou moeten beginnen.

Lees het hele artikel in het AD hier.

“Het verbeelden van een mogelijke toekomst”

Twitter is een fruitboom vol veerkracht. Als je goed kijkt, kun je ideeën of inspiratie oogsten. Gisteren ontdekte ik een boekhouder met verbeeldingskracht:

Hilledijk (c) Twitteraccount RedVooroorlogsTweebos (@tweebos)

Het bijschrift heb ik direct geoogst:

Koester het verleden, behoud de kwaliteiten van de mooiste panden. Meng renovatie en vernieuwing. Ook Zuid verdient een levendige stadswijk!

Mijn reactie:

Ik dacht dat ik droomde, omdat ik zag wat ik al zo vaak had gezien via mijn geestesoog. Opeens leek het allemaal echt. Zou ik zo dadelijk ontwaken en merken dat mijn droom alweer vervaagde? Nee, ik zag wat ik zag. Iemand had mijn droom verbeeld.

De wereld waarin je leeft is een eindeloze erfenis. Die wereld heeft een verleden dat steeds langer duurt. Een erfenis die je meekrijgt bij geboorte. Op dat moment stap je in een oneindig verhaal. Naast jouw eigen leven, is dat verhaal het kostbaarste bezit.

Sloop is minachting van het verleden. Het verleden kan zichzelf niet verdedigen, net zo min als de toekomst dat kan. Jij kunt het verschil maken door te koesteren wat goed, mooi en kwetsbaar is. Herinneringen zijn kostbaar. De dag na die prachtige vakantie of de geboorte van een kind, wis je toch ook niet alle foto’s die je hebt gemaakt.

Ik moedig je aan om na te denken over wat je doet en welke gevolgen dat voor de toekomst heeft.

Met dank aan RedVooroorlogsTweebos

Hilledijk 183AB-185AB (c) Twitteraccount RedVooroorlogsTweebos (@tweebos)

Hilledijk 223AB-229AB (c) Twitteraccount RedVooroorlogsTweebos (@tweebos)

Adrie (81): “Met opzet is achterstallig onderhoud ontstaan”

(Foto: Joke Schot)

In de serie ‘Wonen in blessuretijd – verhalen van Rotterdammers’ interviewen we bewoners over hun persoonlijke wooncrisis. Deze keer het verhaal van Adrie uit Gerdesia-Midden.

“Vroeger woonden mijn vrouw en ik aan de Vlietlaan in zo’n ouderwets appartement: voor-tussen-achter zonder badkamer. In 1973 kregen we deze prachtig mooie, moderne woning met een schitterend uitzicht aangeboden. Toen ik dertig jaar geleden in de seniorenraad van de deelgemeente zat, stond toch in de wijkvisie van Kralingen-Crooswijk dat deze woningen gesloopt zouden gaan worden. Het verbaast me dat het oude plan nu exact gaat gebeuren. Dat was bij mij weggezakt. De brief over de sloop kwam voor mij dus plotseling. Ik schrok me rot ervan.” 

“Mijn vrouw en ik wilden al verhuizen voordat we door onze knieën zakken. We zijn zo oud dat wat hier gaat komen voor ons geen optie is. Om een woning naar onze wensen te kunnen vinden als wij eraan toe zijn, hebben we al tientallen jaren een woonpas. Nu heeft Woonstad bepaald wanneer we hier weg moeten. Ik hoop op een woning met vrij zicht zoals ik altijd heb gehad. 

“Toen we de brief kregen, dacht ik: ‘Verdomme, hier gaat toch niet hetzelfde gebeuren als in de Fazantstraat en de Tweebosbuurt?!’ Ik heb meteen een stukje op Facebook gezet met de vraag wie ons komt helpen. Daar kwamen Menno en Wijnand op af. Zij organiseerden ook het verzet in de Tweebosbuurt. Ik wist bij God niet wat voor stappen te zetten, maar zij wel. We moeten altijd gebruik maken van steun.” 

“Woonstad overdondert de bewoners met mooie folders en heeft volop faciliteiten. Die hebben wij totaal niet. Wij als bewonersgroep vergaderen om de veertien dagen. Dan staan we buiten in de tuin. COVID werkt ons ontzettend tegen. Wij zijn geremd in ons verweer tegen de corporatie die alles mooier doet voorkomen dan het is. Volgens Woonstad mag iedereen terugkomen. Maar de mensen kunnen helemaal niet terugkomen, want ze voldoen niet aan de inkomenseis.” 

“We gaan het niet redden. Die sloop gaat gebeuren. Ik denk niet dat het de mensen hier veel uitmaakt waar ze wonen, maar ik maak af wat ik ben begonnen. Ik heb mijn leven lang volgehouden wat mijn vader altijd zei: ‘Je moet jezelf niet naar de slachtbank laten leiden!’ Mensen hebben nog een groot probleem. Waar moet bijvoorbeeld de buurman met zijn vrouw en vier kinderen heen als een betaalbaar vijfkamerappartement niet te vinden is? Ook de manier waarop Woonstad handelt, moet in het algemeen anders. Er had veel eerder met ons gecommuniceerd moeten worden. We hebben inzage in de plannen verzocht, maar die nog steeds niet gekregen. Met opzet is achterstallig onderhoud ontstaan. Als Woonstad de boel normaal had onderhouden, was dit alles niet nodig geweest.” 

Cooplink schrijft Vestia over wooncoöperatie: “Recht Tweebossers ontkend”

Cooplink, een vereniging van wooncoöperaties, heeft Vestia een brief gestuurd over de afwijzende opstelling van Vestia richting de wooncoöperatie de Unie van en voor Tweebossers. Acht huurders in de Tweebosbuurt hebben een wooncoöperatie opgericht, omdat zij een onderzoek willen starten naar de mogelijkheden om woningen van Vestia in eigendom of in beheer over te nemen, zodat bewoners betaalbaar kunnen blijven wonen en nog meer bij hun leefomgeving betrokken worden. Het biedt tevens uitkomst aan verhuisde bewoners die terug willen keren en er wordt een bijdrage aan een oplossing voor de woningnood geleverd.

Maar Vestia liet nog dezelfde week weten dat ze niet ingaan op het verzoek van de Tweebossers. Via een advocaat liet Vestia aan de bewoners weten dat “een wooncoöperatie alleen gevormd kan worden door eigenaren of huurders van woningen die financieel, administratief, bouwtechnisch, stedenbouwkundig een eenheid vormen.” en dat het oprichten van een wooncoöperatie niet kan worden gebruikt om “herstructurering te frustreren”.

Cooplink meent dat Vestia het recht van huurders ontkent:

“Een brief van een advocaat als reactie op een initiatief van huurders kunnen wij alleen als misplaatst zien. De Woningwet stelt dat ‘huurders van tenminste vijf in elkaars nabijheid gelegen woongelegenheden een wooncoöperatie kunnen oprichten’. Het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (Btiv) voegt toe dat de woningcorporatie voor het opstellen van het coöperatieplan ten minste € 5.000 ter beschikking moet stellen.

Recht van huurders niet ontkennen
Nabijheid wordt in de Woningwet niet gedefinieerd, maar onze ervaring leert dat dezelfde straat of dezelfde buurt wordt bedoeld. In dit geval gaat het om een initiatief van meer dan vijf huurders. Dat de ondertekenaars niet in één blok wonen zegt niets over de groep als geheel. We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat de advocaten handig gebruik willen maken van het feit dat ‘nabijheid’ niet is gedefinieerd om zo het recht van de huurders te ontkennen.”

Tegen RTV Rijnmond zei Hero Niermeyer, een van de bewoners die aangesloten is bij de Unie van en voor Tweebossers:

“Het is een frame van Vestia, ze zetten ons weg alsof wij alleen maar de sloop willen tegenhouden en niet constructief zijn. Wij willen alleen meepraten over onze plaats in Rotterdam.”

Cooplink wacht op reactie van Vestia.

Grarda: “Je laat wel een heel leven achter”

In de serie ‘Wonen in blessuretijd – verhalen van Rotterdammers’ interviewen we bewoners over hun persoonlijke wooncrisis. Deze keer Grarda (81) uit de Tweebosbuurt.

De afgelopen drie jaren kostten mij tien jaar van mijn leven. De kilo’s vlogen eraf. Daar hoefde ik niets voor te doen. Als je 10 jaar geleden had gezegd dat ik dit nu allemaal zou gaan meemaken, had ik gevraagd of je wel goed wijs bent. Maar ja. Het zij zo.

Op donderdag 28 januari zou er bij het gerechtshof in Den Haag een regiezitting zijn over de bemiddeling tussen Tweebos-bewoners en woningcorporatie Vestia. Die ging niet door vanwege de sneeuw. De zaterdag ervoor ontving ik een brief van de advocaat van Vestia, waarin stond dat ik een woningaanbod had geweigerd. Een valse beschuldiging, want er was mij geen woning aangeboden. Ik was zo nijdig dat ik er duizelig van werd en achterover op de vloer klapte.

Als die vent voor mij had gestaan zou ik niet weten of ik mezelf had kunnen inhouden. In die brief staan toch gewoon leugens! Achteraf hoorde ik dat hij een goede beurt had willen maken door voor te spiegelen dat ik het aanbod had geweigerd. Daar rekende hij op. Hij wist al dat er op 17 februari een woning zou vrijkomen in ‘Het Klooster’. Dat had Vestia nog niet met mij gedeeld.

Door de val is er een rugwervel verschoven en beschadigd. Dat kan niet worden hersteld, dus ik lever heel veel in. Ik heb altijd veel aan sport en beweging gedaan: turnen, fietsen, zwemmen, wandelen. Nu zit ik op ‘ouderen in beweging’, maar dat ligt al een jaar stil wegens corona. Zoals mijn gezondheid nu is, zal ik daar wel nooit meer aan mee kunnen doen.

In 1939 werd ik geboren op Hilledijk 197. Ik ben de jongste van een gezin met zes kinderen. Toen ik zes was zijn we naar dit pand verhuisd. Wij woonden eerst een jaar beneden. Daarna schoven we door naar dit huis. Ik ben hier dus altijd blijven wonen.

In de naoorlogse jaren was het vinden van woonruimte lange tijd net zo beroerd als nu. Je kon nog geen kamer krijgen. We bleven allemaal inwonen. Dat was toen heel gewoon. Mijn ouders waren inschikkelijk en wij stelden weinig eisen. In 1958 ben ik als laatste getrouwd. Dat was van korte duur. Samen met Joop, mijn zoon, ben ik op de zolderetage blijven wonen. Ik had daar een eigen keuken.

Dit pand dateert van 1904. Oorspronkelijk waren dit chiquere huizen, bedoeld voor het hoge personeel van de spoorwegen. Daarna zaten hier korte tijd een huisarts en een verloskundige. Vervolgens kwam het pand beschikbaar voor gewone mensen. In de eerste periode huurden wij van een particuliere eigenaar. Op een dag kreeg mijn vader het aanbod om het hele huis voor 17.000 gulden te kopen. Mijn vader was in loondienst bij Verolme. Hij vroeg: “Ben je wel goed bij je hoofd? Een arbeider kan geen huis kopen.” Dat kwam niet bij je op in die tijd.

De jeugd van nu zit in dezelfde situatie. Ze krijgen geen hypotheek voor die veel te dure huizen. Ook tweeverdieners krijgen dat niet voor elkaar. Ze mogen wel huren voor 1.200 euro per maand of nog veel meer. Het is zo scheef als scheef maar kan zijn.

Ik heb 30 jaar op een camping in Voorthuizen gestaan. Dat was heerlijk. Ik zat daar in een zwem-, fiets- en wandelploeg. In 1998 moest ik daar weg omdat de standplaatsen werden verkocht aan de kampeerders. Ik kon geen 30.000 gulden betalen.

De verkiezingsuitslag is zo teleurstellend. Ik had verwacht dat de SP zou klimmen na het goede werk dat Leijten samen met Omtzigt heeft gedaan in de kindertoeslagaffaire. Samen achteruit. Hoe kan het! Maar ja, Rutte heeft zichzelf een jaar lang kunnen verkopen. Het is de vraag of hij met Kaag in zee wil, want die geeft goed weerwoord. En ik kan mij zo ergeren aan die Wilders en Baudet. Waarom lopen er zo veel mensen achter dat soort lui aan? Dat is je huid aan de vijand verkopen. En hoe kan het dat zo’n Eerdmans wint? Moeilijk. In Rotterdam zijn heel veel mensen onverschillig geworden.

Mijn vader was kraanmachinist, maar hij heeft ook jaren als pijpfitter gewerkt. Grof werk. Hij kon ook prachtig tekenen met Oost-Indische inkt. Hij was een spil in de wijk en nam het voortouw als voorzitter van de buurtvereniging en de speeltuinvereniging. We hadden altijd een huis vol mensen die hier kwamen vergaderen. Buurtgenoten kwamen ook vaak met allerlei sociale problemen bij hem aan. Als er iemand met opvoedingsproblemen aanklopte, dan ging hij met ouders of een kind praten, om samen naar een oplossing te zoeken. Al die sociale activiteiten heeft hij zeker tot zijn zestigste gedaan. Enkele jaren later, in 1963, is hij overleden. In die generatie werkten mensen zich dood.

De generatie van mijn ouders kreeg heel veel voor de kiezen. De avondklok van nu is echt niets bijzonders. Wat denk je van de oorlog? Mijn vader liep met ons langs de spoorbaan om stukjes steenkool te zoeken. Dan hadden we weer wat brandstof.

Mijn linnenkast is nu weer vol. Dat komt door mijn moeder. Na de oorlog had ze niets meer, want al het linnen had ze geruild bij de boeren. Die hebben de stadsmensen uitgekleed. In ruil voor aardappels of tarwe durfden ze alles van je te vragen. Neem maar een beddensprei mee, als je weer iets komt halen. Of ze vroegen doodleuk om de trouwringen. Zorg altijd dat de linnenkast goed vol is, was haar devies na de oorlog, want je weet nooit waar het goed voor is.

Toen de oorlog voorbij was, kon ik niet naar buiten want ik liep op blote voeten. Niemand had schoenen. Toen ik naar school ging was daar ook niets. Geen papier, pen, potlood of gum.

Pas in de jaren zestig kregen wij het als arbeiders weer wat beter. Toen kwamen hier in de buurt ook de eerste gastarbeiders wonen, afkomstig uit Portugal, Griekenland en Spanje. Later volgden mensen uit Turkije, Marokko, Suriname en Afrika. Ze werden allemaal te werk gesteld in de haven en bij de spoorwegen.

Mensen van buiten de stad zeggen tegen mij dat ik niet in Rotterdam woon. Die zien voornamelijk buitenlanders in deze buurt. Die mensen wonen hier al meer dan vijftig jaar. Ik ken de buurt niet anders.

Als kind kwam ik al in contact met de Chinezen die op zondag naar de wijk kwamen om pinda’s te verkopen. Die kwamen van Katendrecht. Dat was toen verboden gebied voor ons, veel te gevaarlijk. Nu staat het daar vol met dure huizen. En straks wordt de Rijnhaven volgebouwd met nog veel duurdere huizen. Die worden nooit verkocht denk je dan, maar ze worden verkocht als warme broodjes. Wie kan dat betalen? Er gaat vast veel drugsgeld in om. En als je 2 miljoen aan een huis kan besteden, ga je daar toch zeker niet zitten. Dan ga je naar de rand van de stad en kies je voor rust en ruimte.

De vader van mijn moeder kwam op voor de havenarbeiders. Hij was bij de SDAP. Ten tijde van verkiezingen ging hij met paard en wagen langs de kroegen om de arbeiders op te halen, zodat ze gingen stemmen. Daarbij liep hij longontsteking op. Zo is hij aan zijn einde gekomen. Mijn moeder was toen zeven jaar.

Op deze foto zie je mijn moeder als kindermeisje op het strand in Scheveningen. Zij kwam op 12-jarig leeftijd in dienst van een familie. Ze was daar intern. Er was pure armoede, dus dat was toen vrij normaal.

In mijn jeugd was de buurt heel anders. Iedereen hielp elkaar. Je ving elkaar op. Mijn moeder heeft in deze buurt heel wat kinderen op de wereld geholpen. Dan ging ze bakeren. Ook ’s nacht kwamen ze haar wel halen. Dan lag er een briefje op tafel: ik ben de verloskundige aan het helpen. Mijn moeder overleed in 1998.

De Tweebosbuurt heeft zogezegd een slechte naam. Vergeet dan even niet dat deze wijk stelselmatig is volgepropt met sociale probleemgevallen. Alles werd hier gedropt. Alleen al op dit stuk waren er al een flink aantal gevallen. Dat geeft niet, maar een wijk moet het wel aankunnen. Je kunt het niet maken om dan te zeggen dat de wijk achteruit gaat. Meisjes en vrouwen durfden hier ’s zomers amper langs te lopen als de halve straat vol zat met bierdrinkende drugscriminelen.

Toen de sloopplannen bekend werden gemaakt waren dat soort types er als de kippen bij, want die wilden wel een andere woning en een verhuiskostenvergoedingen op de koop toe. Vervolgens zei Vestia dat er genoeg mensen waren die wel direct wilden verhuizen. Ja, dat waren mensen zonder enige binding met de buurt. Vervolgens strijken ze neer in Bloemhof en Oud-Charlois en verplaatst het probleem zich. Dat snappen ze bij de gemeente toch zelf ook wel.

Hier blijft het niet bij. Ze gaan verschillende scholen slopen omdat er geen kinderen meer in de wijk zijn. Nee, als je de huizen sloopt heb je hier ook geen kinderen meer. De kinderen die in de nieuwbouw zijn komen wonen gaan echt niet naar zwarte scholen. Die gaan allemaal de brug over. Als je er voor kiest hier om hier te komen wonen, kun je er ook voor kiezen om jouw kinderen hier naar school te laten gaan, zodat er menging ontstaat.

We geven de strijd nog niet op, maar inmiddels is het nog maar een klein ploegje Tweebossers dat stand houdt. Er zijn nog 45 woningen bewoond. De meesten hebben zich onder druk laten zetten. Uit angst voor de sancties bij het weigeren van aanbod van een ander huis, zijn ze gezwicht.

Ik sta er dubbel in, want ik heb steeds gezegd dat ik niet weg wil, maar als ik moet, alleen genoegen neem met een huis in Het Klooster. Nu mijn conditie slechter is geworden moet ik wel, want ik kom de trap bijna niet meer op en moet achterstevoren naar beneden. Ik moet het overgeven. Mijn zoon heeft mij steeds gesteund in mijn strijd en mijn wens om hier te blijven wonen, maar nu vindt hij dat het niet lang meer gaat. Ik ben om. Ik laat een fatsoenlijk huis achter en wil dus ook een fatsoenlijk huis terug. Proper en intact. Vestia werkt daar wel goed in mee. Binnenkort ga ik voor het eerst kijken.

Gisteren zijn er bomen gekapt in de binnentuin van het bouwblok verderop. Op het stadhuis wordt gezegd dat het tijd word om de wijk plat te gooien en dat er te weinig groen is. Waar slaat dat op? Er is voldoende groen op het Afrikaanderplein, de binnentuinen en op de dijk.

Niemand begrijpt dat mijn huis wordt afgebroken. In Amsterdam zouden ze zo een half miljoen voor mijn woning neertellen. In deze buurt zijn verschillende leuke historische panden en nieuwbouw die dateert van 1983. Al vele jaren is er nauwelijks onderhoud gepleegd.

Er is van alles geprobeerd om de huizen te behouden en deze buurt te redden. Iedereen met verstand van zaken heeft hier rondgekeken. Mij is zo dikwijls gezegd dat mijn huis monumentaal is en dat ze de sociale samenhang in deze buurt moeten beschermen. Zo’n beetje alle kranten en tv-zenders heb ik in huis gehad. Van al die publiciteit hoef ik niets meer te verwachten. Al die aardige mensen gaven mij wel veel aandacht en afleiding.

Alle huizen vanaf de hoek Martinus Steijnstraat tot aan mijn huis worden binnenkort gesloopt. Studenten die tijdelijk in die huizen zaten, moesten voor 1 maart vertrekken. Naast mij zat ook een student. Hij had het huis net mooi opgeknapt omdat hij had begrepen dat hij twee jaar mocht blijven. Met tranen in zijn ogen kwam hij vertellen dat hij moest vertrekken.

In die koude periode, toen er sneeuw lag, werd het steenkoud in huis en raakte mijn waterleiding bevroren. Vestia ging beneden kijken. Toen bleek dat achter die stalen plaat waarmee het huis is dichtgemaakt, de voordeur wagenwijd openstond. Die staalplaat zit vol gaten. De sneeuw lag tot achter in de keuken. De kou had vrij spel. De loodgieter adviseerde mij om het water dag en nacht te laten lopen. De kraan heeft 9 dagen open gestaan.

Vorige week ontdekte ik dat hiernaast op de bovenste etage de deur en de ramen naar het balkon ook wagenwijd openstaan. Dat is toch niet te geloven. Ik stook me rot en betaal me helemaal blauw.

Jarenlang heb ik de kinderen van mijn Marokkaanse en Turkse buren geholpen met huiswerk en taalles. Die kinderen kwamen altijd bij mij over de vloer. Mijn huisarts wist dat en vroeg laatst of ik een jonge Turkse huisarts die in zijn maatschap is komen werken, wil helpen met conversatieles, zodat hij zijn visites beter kan doen. Hij is in Turkije geboren en opgeleid. Dat gaat heel goed. Hij komt samen met zijn Turkse vrouw, die ook beginnend arts is. Over gezelligheid en medisch toezicht heb ik dus niets te klagen.

Als meisje deed ik vaak boodschappen voor vrouw Vogelaar, een oude buurvrouw. Zij zat altijd lekker in het zonnetje voor haar huis. “Het is prima dat je het doet, maar je mag niets aannemen” zei mijn moeder dan altijd. Op een gegeven moment gaf ze mij een pakket mee. “Dat is voor jouw moeder” zei ze.  Wij kregen een mooie art deco bloempot die hier na al die jaren nog steeds in mijn woonkamer staat. “Die heb ik toch maar mooi verdiend” zei ik tegen mijn moeder.

“Je laat wel een heel leven achter.”

© Roland Huguenin maart 2021, foto Joke Schot

Op 8 april te gast bij het Architectuur Instituut Rotterdam

Het Architectuur Instituut Rotterdam (AIR) organiseert op donderdagavond 8 april een online gesprek met Recht op de stad over het woonbeleid van Rotterdam en onze alternatieve visie op wonen.

Initiatiefnemers Mustapha Eaisaouiyen en Gwen van Eijk bespreken de belangrijkste uitgangspunten van ons betere plan voor wonen en André Ouwehand en Elizabeth Poot gaan in gesprek met andere experts over hoe dit vorm kan krijgen. Bas van der Pol is moderator.

Het gesprek is de aftrap van een reeks online programma’s van AIR over de wooncrisis.

Meer informatie volgt.

Opiniestuk in Vers Beton

Vandaag verscheen op Vers Beton een opiniestuk van ons: ‘Alle Rotterdammers hebben recht op de stad.’

De initiatiefnemers van Recht op de stad willen politici en beleidsmakers ertoe bewegen een andere koers te gaan varen. “Het komt steeds op hetzelfde neer: bewoners willen niet dat plannen over hun hoofden heen worden gemaakt.”

Lees het artikel op de site van Vers Beton.

Pompenburgers staan niet alleen

De tweewekelijkse bijeenkomst van bewonerscommissie Behoud Pompenburg kreeg deze zondag bezoek van vier bewoners van de Fazantstraat die hun ervaringen kwamen delen. Menno Janssen leidde het gesprek als de deskundige op het gebied van strijd voor bewonersbelangen die hij na de aankondiging van sloopplannen voor zijn buurt Crooswijk is geworden.

(Foto: Helmuth Tjemmes)

Strijdlustig stond een groep Pompenburgers deze middag op de Doelstraat met protestborden in de hand. Een stevige wind deed hen verplaatsen naar de parkeergarage, uit het zicht van voorbijgangers, want vandaag wilden zij vooral luisteren. Waarschijnlijk zal hun inspraakmoment voor de commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (BWB) in mei plaatsvinden en dat dient te worden voorbereid. 

Hoewel het uitgelekte bericht over sloopplannen bij een deel van de flatbewoners een gevoel van machteloosheid opriep, groeit de hoop. Dat dergelijke plannen weldegelijk kunnen worden tegengehouden, is ondertussen bewezen.  

“Waarom zei Havensteder op het aanbod van vastgoedbedrijf RED Company niet gewoon ‘nee’?”, vraagt bewonerscommissielid Marianne Kuijpers zich af. “Deze woningen vervangen door meer woningen klinkt in een tijd van schaarste misschien logisch maar ze zijn in een heel goede staat en ze zijn onze thuis.” Die goede staat is van belang voor BWB maar niet doorslaggevend. Emotie is waar het om gaat.  

Philippe Lavoipierre brengt zijn zondag het liefst met een goed boek door maar nu schoot hij te hulp. In de wetenschap dat mensen de kans lopen hun thuis te verliezen en dankbaar voor de hulp die hij en zijn buren in de Fazantstraat kregen, voelt hij zich daartoe verplicht. “Het is belangrijk te onthouden dat dit niet gaat om individuele mensen of opzichzelfstaande situaties, maar om een destructieve mentaliteit die ons allemaal raakt”, vindt hij. Zodra hij het woord had, zei hij daarom luid: “Gebruik ons! Dit kan niet doorgaan!” Hij had nog meer advies: “Overweldig de commissie met een groot aantal, gebruik je emotie, laat je niet intimideren en vraag niet maar eis!”

Philippe Lavoipierre adviseert. (foto: Helmuth Tjemmes)

Ook zijn drie buren benadrukten hoe belangrijk het voor de Pompenburgers is om de commissieleden hun zieleroerselen te laten voelen. Maanden na hun triomf waren de hoogoplopende spanningen waarmee zij kampten nog duidelijk zichtbaar. Hun verhalen over onder andere de geborgenheid die zij ondanks statistieken over criminaliteit in de wijk voelen, de angst om de gedroomde oude dag te verliezen en een hartaanval hadden het beoogde effect op BWB. In de Pompenburgflat hebben de eerste hartklachten zich al aangediend. De bewoners zijn vastberaden de commissie minstens zo te overdonderen als de bewoners van de Fazantstraat deden in de vergadering van 9 december. De aanwezigen maakten deze middag in ieder geval duidelijk dat Rotterdammers recht hebben op hun motto: sterker door strijd! 

Recht op de stad bij de #DagTegenRacisme

Initiatiefnemer Mustapha Eaisaouiyen sprak op de Dag tegen racisme (21 maart) bij de demonstratie op de Binnenrotte in Rotterdam over racisme en discriminatie door het woonbeleid.

Goedemiddag allemaal, mijn naam is Mustapha. Ook ik wil jullie bedanken dat jullie in zulke groten getale hiernaar toe zijn gekomen. Vandaag sta ik hier namens Recht op de stad. Voordat ik ga uitleggen wat de relatie is tussen Recht op de stad en deze Dag tegen racisme, wil ik kort stilstaan bij deze dag. Het feit dat deze Dag tegen racisme nog steeds moet bestaan is een schande voor de mensheid. Het betekent dat we nog harder moeten werken om racisme en discriminatie uit te bannen. Het raakt namelijk aan de wortel van de samenleving. Het raakt niet alleen ons maar ook onze kinderen. Ons doet het al pijn, moet je nagaan welke pijn je krijgt als je kind met discriminatie of racisme te maken krijgt. Wij moeten niet alleen onszelf wapenen tegen racisme en discriminatie maar ook onze kinderen moeten we daartegen wapenen.

Wat is Recht op de stad en welke relatie heeft Recht op de stad met deze Dag tegen racisme? Recht op de stad is een initiatief van vele bewonersgroepen, schrijvers, kunstenaars, fotografen en wetenschappers uit Rotterdam. Wij zien dat het woonbeleid van Rotterdam veel slachtoffers maakt. Deze mensen worden onder andere gediscrimineerd op basis van hun inkomen en krijgen daarnaast ook te maken met discriminatie op basis van etnische afkomst. De gemeente wil het niet eens bevolkingspolitiek noemen, omdat dat woord te beladen is. Noem het beestje bij zijn naam.

Dit is geen discriminatie door mensen. Dit is discriminatie door de gemeente Rotterdam. Ja, de gemeente Rotterdam discrimineert. Waarom laat de gemeente dit toe? Omdat het geld in het laatje brengt. Arme mensen worden gediscrimineerd omdat rijkere mensen meer geld opbrengen. Mensen in Rotterdam worden hun huizen uitgezet om een andere sociaaleconomische samenstelling van de bevolking te realiseren. Dit is discriminatie en deze vorm van discriminatie wil de gemeente niet erkennen.

Datzelfde geldt ook voor de Rotterdamwet. Deze wet is bedacht omdat migranten in een bepaalde wijk gelijk werden gesteld aan problemen. Deze wet bepaalt op basis van je inkomen of je in een bepaalde wijk of straat wel of niet mag wonen. De Rotterdamwet is door de gemeente Rotterdam bedacht en ingevoerd. Die wet discrimineert ook. En deze wet discrimineert al 15 jaar. En andere gemeenten in Nederland zijn nu ook de Rotterdamwet gaan toepassen en nog meer gemeenten willen het. En zo wordt discriminatie in stand gehouden

En niet alleen de gemeente Rotterdam discrimineert maar ook de rijksoverheid discrimineert. De overheid heeft namelijk de zogenaamde Leefbaarometer bedacht en ingevoerd. Deze Leefbaarometer zegt iets over de leefbaarheid van een buurt. En weet u wat volgens deze meter de leefbaarheid van een buurt mede bepaalt? Je nationaliteit en je migratieachtergrond. Volgens deze meter is het zo: hoe meer niet-westerse mensen in een buurt wonen, hoe slechter de leefbaarheid van de buurt. En als een kind uit een niet-westers gezin in deze buurt geboren wordt, dan is dat dus ook slechter voor de buurt. Dat is de harde realiteit mensen. Niet alleen de ouders worden gediscrimineerd maar ook hun kinderen staan met 1-0 achter vanaf het moment dat ze geboren worden. Dit is een voorbeeld van institutioneel racisme.

De Leefbaarometer wordt ook door woningcorporaties gebruikt om een buurt aan te wijzen als sloopgebied. Woningen worden dus op discriminerende gronden gesloopt. Sterker nog: een woningcorporatie als Vestia heeft in haar hoger beroep tegen bewoners uit de Tweebosbuurt documenten naar het Gerechtshof in Den Haag gestuurd, waarin staat dat allochtonen een negatieve associatie bij de Afrikaanderwijk zijn. Vestia durft dus documenten naar het Gerechtshof op te sturen waarin staat dat allochtonen een negatieve associatie zijn. Discriminatie wordt niet meer geheim gehouden maar is nu ook out in the open. Laat dat even inzinken mensen!

Hoe leg je dit kinderen uit als ze aan hun ouders vragen waarom zij moeten verhuizen? Dan moet je dus als ouder liegen of de waarheid spreken. Dat is een duivels dilemma. Liegen kan niet en de waarheid is te hard. Je moet dus uitleggen dat je te weinig verdient en dat je gezien wordt als een allochtoon. Dat is de realiteit die ze van jongs af aan meekrijgen.

En het wrange is, dat het vaak bejubelende Nationaal Programma Rotterdam Zuid dit document met deze argumenten voor sloop opgesteld heeft en Vestia neemt het klakkeloos over. Dus het NPRZ discrimineert en de woningcorporatie neemt het over. Deze beleidsmakers leven in een bubbel waarin discriminatie volgens hen alleen in Amerika voorkomt. Maar hier in Nederland is het ook de gemeente die discrimineert, het NPRZ die discrimineert en de woningcorporatie die discrimineert. En ze houden allen een hand boven elkaars hoofd. En dan durven sommigen nog te roepen dat institutionele discriminatie niet bestaat. Zij bestaat HIER en NU. Niet in andere landen, niet ver hier vandaan maar hier in Rotterdam.

En wat te denken van discriminatie op de huurmarkt. In Den Haag is vorige maand nog aangetoond dat verhuurmakelaars willen meewerken aan discriminatie als daar om gevraagd wordt en niet alleen op basis van etnische afkomst maar ook op basis van seksuele geaardheid. Het is sowieso al bijna onmogelijk om aan een huurwoning te komen. Wachttijden tussen de 10 en 15 jaar zijn inmiddels normaal, maar als je Hassan heet of je bent homoseksueel dan sta je nog verder achteraan in de rij. Dat is wat er nu in Nederland gaande is. En dat is niet nieuw! In 2016 werd een moslima door een verhuurder gediscrimineerd vanwege haar hoofddoek. In 2018 is er een onderzoek in Rotterdam gedaan waaruit bleek dat 90% van de verhuurmakelaars discrimineert. Discriminatie is strafbaar! Denkt u dat deze verhuurmakelaars aangeklaagd zijn wegens discriminatie? Het antwoord laat zich denk ik wel raden.

En dan nog grijpen sommige politieke partijen het tekort aan woningen aan om arbeidsmigranten en asielzoekers de schuld van het woningtekort te geven. Het is niet de schuld van een ander dat jij geen andere woning kan vinden. Het is de schuld van het falend overheidsbeleid.

De Speciale Rapporteur voor huisvesting van de Verenigde Naties zegt dat iedereen ongeacht inkomen of ras zich vrij moeten kunnen vestigen. De overheid moet volgens de richtlijnen van de Verenigde Naties mensen gelijke toegang tot huisvesting garanderen en discriminatie bestrijden. Maar in Rotterdam – maar ook in Amsterdam en in Utrecht en in andere delen van Nederland – is er geen gelijke toegang tot huisvesting en wordt discriminatie op basis van inkomen niet bestreden. In Rotterdam worden zogenaamde achterstandswijken aangepakt. Op deze manier pakken de gemeente en de woningcorporaties wijken met meer mensen met een migratieachtergrond aan. Deze huurders moeten wijken voor de zogenaamde middenklasse. Op deze manier wordt je inkomen geracialiseerd.

We kennen allemaal wel de voorbeelden van de volksbuurten. Deze bewoners worden verdreven omdat ze een te laag inkomen hebben en omdat er veel mensen met een migratieachtergrond wonen. Het is discriminatie op klasse, waarbij mensen met een kleur twee keer geraakt worden. Volksbuurten worden vaak afgeschilderd als achterstandsbuurten, maar vaak zijn het de gemeente en de woningcorporatie die de buurt, de woningen en de voorzieningen laten verwaarlozen. En waar moet je naartoe als je als bewoner van zo’n buurt van dat label ‘achterstandsbuurt’ af wil? Waar kun je terecht? Eenmaal een label opgeplakt krijgen is een label voor de rest van je leven.

Het zijn de volksbuurten met een lager dan gemiddeld inkomen en meer mensen met een migratieachtergrond die ALTIJD plaats voor anderen moeten maken, omdat die buurten in ‘disbalans’ zouden zijn en mengen zogenaamd goed voor hen zou zijn. Dat wordt met een mooi woord herstructurering genoemd. Recht op de stad noemt dit gentrificatie. Maar als je de gemeente vraagt wanneer er nu eindelijk gemengd gaat worden in de rijkere overwegend witte buurten dan blijft het oorverdovend stil. Die buurten zijn niet in disbalans. Disbalans komt dus alleen voor in de armere buurten met vaak overwegend meer mensen met een migratieachtergrond.

Een soortgelijk probleem vinden wij bij verkamering. Als veel woningen worden opgedeeld in kleinere kamers die dan vervolgens verhuurd worden, is dat vaak geen probleem als dat gebeurt in de zogenaamde achterstandswijken, maar zodra dat gebeurt in een rijkere overwegend witte buurt dan is de gemeente wel bereid om op te treden. Hoe lang denken de gemeenten dit vol te kunnen houden? Wij roepen Rotterdam op om haar discriminerende woningbeleid te wijzigen.

Nederland heeft discriminatie op basis van inkomen ondanks aandringen van de Verenigde Naties nog steeds niet in de grondwet opgenomen. Terwijl onze zuiderburen en andere landen dit wel gedaan hebben. Recht op de stad strijdt tegen deze vorm van discriminatie op de woningmarkt. Wij vinden dat wonen een mensenrecht is ongeacht je inkomen of etnische afkomst. Recht op de stad wil discriminatie en institutionele vernedering van mensen met een laag inkomen, ongeacht migratieachtergrond, uitbannen. Wij willen dat er niet langer gentrificatiebeleid via stedenbouwkundige ingrepen gevoerd wordt. Daarom willen wij het idee van de gemeente Rotterdam, van ‘wijken in balans’ vervangen door ‘wijken voor IEDEREEN’. Wij willen dat de Rotterdamwet NOOIT meer toegepast wordt. En wij willen dat er geen leefbaarometers worden gebruikt waar bepaalde bevolkingsgroepen worden geoormerkt als slecht voor de leefbaarheid.

Ik wil tenslotte jullie aandacht vragen voor mensen met een handicap of chronische ziekte. Er is zoals jullie allemaal wel weten een woningcrisis gaande en deze woningcrisis raakt mensen met een chronische ziekte of handicap het hardst. Deze mensen kunnen nog moeilijker aan een woning komen. Dat is ook discriminatie. De meeste woningen zijn voor deze mensen niet geschikt. Dat is in strijd met het VN-Verdrag Handicap. Ook de meest kwetsbaren worden dus op de woningmarkt in Nederland gediscrimineerd.

Kortom, de stad is van ons allemaal!

Wij hopen dat u zich bij ons wil aansluiten in onze strijd voor een rechtvaardig en sociaal woonbeleid in Rotterdam.

Ik dank jullie voor jullie aandacht!

Voorbarige bomenkap in binnentuin Tweebosbuurt

Vandaag is de gemeente begonnen met het kappen van bomen op het binnenterrein van het Riebeekblok in de Tweebosbuurt. Bewoners en sympathisanten waren vanochtend om half 7 al in de tuin om te proberen de kap tegen te houden. De mensen die nog wonen in het blok hebben meermaals gevraagd om de bomen te laten staan, maar volgens de gemeente kon de bomenkap niet langer wachten. Met hulp van de Bomenridders is het wel gelukt om 20 van de ongeveer 120 bomen te redden.

De bomenkap is voorbarig, omdat het nog niet duidelijk is wat er gaat gebeuren met de woningen die nog bewoond zijn. Vestia heeft het recht om woningen die leeg staan te slopen, maar er is door bewoners een kort geding aangespannen om de sloop van leegstaande woningen tegen te houden (ingepland op 30 maart). Over de bewoonde woningen loopt nog een rechtszaak in hoger beroep. In een van de twee rechtszaken die Vestia aanspande om bewoners uit de woningen te krijgen, heeft de rechter de Tweebossers gelijk gegeven en mocht Vestia de huurcontracten niet ontbinden.

Pagina 19 van 21

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén